Commissie-Meijer brengt Defensie in verlegenheid; Ter Beek: advies weegt zwaar

DEN HAAG, 28 SEPT. Minister van defensie Ter Beek glunderde vanochtend. Hij prees de Commissie-Meijer dat zij precies op tijd haar werk had afgeleverd en zo'n degelijk rapport had samengesteld. Monter kondigde hij aan dat de aanbevelingen voor hem “zwaar zullen wegen”.

Onder voorzitterschap van W. Meijer, commissaris van de koningin van de provincie Drenthe en partijgenoot van Ter Beek, heeft de commissie, waarin de belangrijkste politieke partijen vertegenwoordigd waren, aanbevolen de dienstplicht enigszins aangepast te handhaven. En dat terwijl een meerderheid van de Tweede Kamer eigenlijk voor afschaffing is. De dienstplicht is, zo menen de Kamerleden, uit de tijd.

Slechts drie van tien dienstplichtigen hoeft op te komen. Een aantal financieel bevoorrechte jongeren kan met veel gemak de dienstplicht ontlopen. De dreiging in West-Europa is zodanig afgenomen dat een beroepsleger het werk zou moeten aankunnen, zo denkt een meerderheid van de Tweede Kamer.

De Commissie-Meijer oordeelde anders. Zij schrijft in haar advies dat “vanwege een aantal ontwikkelingen de kans op een grootschalig conflict niet geheel mag worden uitgesloten. De risico's voor West-Europa zijn niet verdwenen maar veranderd. Daarom blijft een behoorlijk mobilisabel bestand nodig”.

Dit voorjaar nog schetste minister Ter Beek in een rede voor het Genootschap Internationale Zaken in Den Haag een veel rooskleuriger beeld van de internationale veiligheidssituatie. Vooral het mobilisabele deel van de landmacht kon, aldus de minister, verder worden ingekrompen, omdat de dreiging vanuit de voormalige Sovjet-Unie niet meer bestond. Hij gaf toen niet aan welke maatregelen zouden worden genomen in het licht van zijn optimistische visie, die niet door minister Van den Broek (buitenlandse zaken) werd gedeeld. Daar moesten de generaals en admiraals nog naar raden. Eind dit jaar zouden knopen worden doorgehakt in zijn "Prioriteitennota', een vervolg op de defensieplannen van voorjaar 1990, die nu achterhaald zijn. Niet langer kon de kaasschaaf worden gehanteerd; het mes moest diep in de organisatie worden gezet en vooral de landmacht zou het moeten ontgelden.

Pag 3: Defensie in lastig parket gebracht door advies

De Commissie-Meijer kent de landmacht nu toch een grotere taak toe, omdat na een gesprek met Ter Beek in juni bleek dat zij de veiligheidsrisico's zwaarder inschat. Bovendien deed zij een grondig onderzoek naar de arbeidsmarkt en naar de rol van Defensie als werkgever. Zij is er niet gerust op dat er voldoende geschikte kandidaten met een lagere opleiding kunnen worden gevonden om het leger te mannen. Ook in de toekomst kan het leger niet zonder goedkope, goed opgeleide dienstplichtigen die zich moeten schikken naar de vacatures.

Bij de herstructurering van het defensiebeleid werd op Defensie tot voor kort vooral gedacht aan het sterk terugbrengen van de landmacht. De filosofie van het zwemvest - het kunnen opblazen van het defensieapparaat in tijden van crisis door grootschalige mobilisatie - zou voor een groot deel kunnen worden verlaten. Nederland zou met veel minder mobilisabele eenheden toe kunnen. De Commissie-Meijer is daarvan niet overtuigd. Zij ziet de onzekerheden ook voor West-Europa nog steeds als zeer zwaarwegend. Wil je een mobilsabele component behouden dan moet je daarvoor dienstplichtigen hebben. Ook voor de tweede taak van de krijgsmacht, cirisbeheersing en humanitaire acties, zijn dienstplichtigen nodig.In het verleden kon Nederland niet voldoende geneeskundige troepen sturen voor VN operaties omdat er onvoldoende vrijwilligers waren.

Voor de prioriteiten op zijn departement heeft Ter Beek al een paar verlangens openbaar gemaakt. Een goed opgetuigde luchtmobiele brigade (kosten zes miljard), een derde bataljon mariniers en betere luchttransportcapaciteit (minimaal 500 miljoen gulden). Nu beveelt de commissie Meijer aan om de dienstplicht aantrekkelijker te maken (jaarlijkse kosten 110 miljoen gulden en eenmalig 100 miljoen voor afvloeiingskosten). Dat is een streep door de voorlopige rekening van Ter Beek.

De komende weken zal hij, als hij het advies wil overnemen, opnieuw moeten nagaan of bij marine en luchtmacht niet meer taken moeten worden weggehaald. Ook moet hij de Tweede Kamer overtuigen van de noodzaak de dienstplicht te handhaven, terwijl internationaal en nationaal steeds meer stemmen opgaan om haar af te schaffen. Ter Beek mikt in zijn beleid op zorgvuldige compromissen. Die ruimte wordt hem door dit advies nauwelijks nog gelaten.