CNV wil "geen geleide loonpolitiek'

ROTTERDAM, 28 SEPT. “De kunst is nu om het zo concreet mogelijk te maken. Dus laten we maar met elkaar aan tafel schuiven en kijken hoever we komen”, aldus voorzitter A.A. Westerlaken van de vakcentrale CNV.

Hij is “aangenaam getroffen” door de overwegend positieve reacties op zijn suggestie dat werknemers gedurende een reeks van jaren genoegen moeten nemen met koopkrachtbehoud in ruil voor investeringen in verbetering van de kwaliteit van arbeid en milieu.

Westerlaken ontkent dat hij de klok wil terugdraaien naar een meer of minder strikt geleide loonpolitiek. “Die vergelijking gaat mank. De centraal geleide loonpolitiek werd door de overheid opgelegd. In mijn voorstel gaat het erom dat werknemers en werkgevers het zelf dragen, dat ze zelf tot het inzicht komen dat het beter is te kiezen voor gedifferentieerde kwaliteitsafspraken. Dat vereist wel coördinatie, maar dat is wat anders dan het centralisme van destijds”, aldus Westerlaken.

De praktijk van de afgelopen jaren heeft volgens de CNV-voorzitter uitgewezen dat "goede doelen' zoals verbetering van werkgelegenheid, arbeidsomstandigheden en woon- en leefmilieu in het jaarlijkse CAO-overleg niet goed uit de verf komen. Als gevolg daarvan dreigt volgens hem in CAO's de nadruk te zwaar op de loonontwikkeling te komen liggen, met alle risico's vandien voor de werkgelegenheid. Hij verwacht dat afspraken over investeringen in “een duurzame ontwikkeling” meer kans maken in “een meerjarenperspectief”. Zo'n langere periode acht hij nodig om “uit de klem van almaar groei te komen”.

Werkgeversorganisaties VNO en NCW, minister De Vries (sociale zaken) en vakcentrale FNV zeiden in reacties wel wat te zien in Westerlakens idee. “Cruciaal is dat we een discussie op gang brengen over investeren in de kwaliteit ven werken en leven. Bonden moeten het eerst maar eens met hun leden bespreken. Ik heb hier geen gedetailleerde plannen klaarliggen, maar ik stel me voor dat het kan gaan over zaken als scholing en vorming, seniorenbeleid, activerend arbeidsmarktbeleid en omschakeling op milieuvriendelijker produktieprocessen”, aldus Westerlaken.

Tot dus ver wijzen werkgevers "centraal overleg' met vakbeweging en kabinet over het sociaal-economische beleid voor volgend jaar af. Waarop stoelt Westerlaken zijn hoop dat over een langere periode wèl zinvolle centrale afspraken zijn te maken? Westerlaken: “Ik heb de hoop voor 1993 nog niet opgegeven, maar ik steek mijn kop niet in het zand. Ik zie ook wel dat het gevaar bestaat dat het sterft in schoonheid, maar mag je daarin berusten als je tegelijkertijd met elkaar inziet dat je de oude, stoffige paden moet verlaten en dat je eigenlijk zou moeten kiezen voor een andere benadering? Ik vraag de leden een pas op de plaats te maken en te kiezen voor investeringen in de kwaliteit van leven en werken. Als ze daarin meegaan komt het op de concretisering aan. Binnen de Sociaal-Economische Raad zou het brede sociaal-economische kader ontwikkeld moeten worden waarbinnen je zo'n aanpak invult. In de Stichting van de Arbeid zouden werkgevers en werknemers daar dan zelf verdieping aan moeten geven in de richting van specifieke afspraken over arbeidsvoorwaarden”.

Alleen het midden- en kleinbedrijf wees gisteren bij monde van KNOV-voorzitter J. Kamminga voor de NCRV-radio het idee van de CNV-voorzitter af. Volgens Kamminga moet de vakbeweging niet te bescheiden worden, omdat de werkgelegenheid volgens hem evenzeer wordt bedreigd als mensen hun inkomen niet meer zien stijgen. “Een misvatting”, reageert Westerlaken. “Een keuze voor koopkrachtbehoud betekent niet dat er bestedingskracht wegvalt. Maar er zou wel een verschuiving optreden van consumptieve bestedingen naar kwalitatieve investeringen.”