Clinton als enige toeverlaat voor de Amerikaanse pinda

SYLVESTER, 28 SEPT. Bij een pindakraam aan een autoweg in Zuid-Georgia lijkt de tijd tientallen jaren te hebben stilgestaan. Aan een grote zeef scheiden zwarten gedroogde pinda's van takjes en rode klei. De vrouwen hebben doeken om het hoofd gewonden. Achter de kraam met zakjes pinda's en wat verse tomaten en perziken staat de 73-jarige blanke landeigenaar J.R. Odom. Hij is een lange man achter dikke brilleglazen en met een vilten hoedje op tegen de zon.

“Ik, stemmen”, vraagt de jonge zwarte Madelein, verbaasd dat een onbekende blanke het woord tot haar richt.

“Mamma, hij vraagt of je ook stemt”, legt ze even later uit aan haar moeder, die geen van de vragen begrijpt. Moeder en dochter zijn voor Bill Clinton, maar de Democratische presidentskandidaat zal er weinig baat bij hebben, want ze staan niet als kiezers geregistreerd.

“Gisteren wisten ze nog niet eens wie Clinton was”, verklaart een blanke kraambediende, die naast het groepje sorterende zwarten op een stoel zit.

Deze dag lopen de zwarte pindasorteerders naar de weg om met papieren Amerikaanse vlaggetjes te zwaaien naar de Democratische kandidaat Bill Clinton, die met zijn lange campagnestoet komt langs rijden. Odom blijft tevreden achter bij de kraam, die hij helemaal op de komst van Clinton heeft ingericht. Vlaggen en spandoeken met "Welkom Clinton'. Even verderop staat weer "Sylvester, pindahoofdstad van de wereld, verwelkomt Bill Clinton'.

Na een lang Republikeins intermezzo stemt Odom, een conservatieve landeigenaar en pindaboer, weer op een Democratische kandidaat. Hij heeft genoeg van Bush, aan wie hij in 1988 nog zijn stem had toevertrouwd. Bush doet te weinig en denkt alleen om de rijken, is zijn oordeel. Odom schrijft een bijna bovennatuurlijke macht toe aan Clinton en denkt dat hij al zijn wensen zal uitvoeren. Clinton is volgens hem de enige toeverlaat voor de Amerikaanse pinda tegen goedkope, buitenlandse import. De Democratische kandidaat wil ook de bijstandswetgeving herzien. “Het wordt tijd”, zegt Odom. “De jongeren krijgen jongen en bij elke nieuwe baby ontvangen ze een cheque.”

Odom staat niet alleen in zijn lof voor Clinton. Voor het eerst sinds lange tijd tellen de Democraten op het conservatieve platteland van het "diepe' zuiden van de VS weer mee voor het presidentschap. De laatst overgebleven verstokte conservatieven hebben de nationale trend van walging van president Bush gevolgd. Bij de voorverkiezingen vond de Republikeinse presidentskandidaat Pat Buchanan hier enige aansluiting, nu is het Clinton.

Uit deelstaten als Georgia en North Carolina krijgt het Witte Huis jobstijdingen. “De Republikeinen zijn hier geneutraliseerd. Ze kunnen niet langer rekenen op de zuidelijke deelstaten”, zegt Merle Black, die hoogleraar politicologie is aan de particuliere Emory University in Atlanta en als specialist geldt in de politiek van het zuiden van de VS.

Pag 4: Zuiden keert zich af van Bush; Blanken en zwarten leken nooit meer in één partij te passen

Clinton mag dan wel de dienst hebben ontdoken - en dat telt in het Zuiden zwaarder dan elders - maar na het einde van de Koude Oorlog komen ook zuidelijke militairen en defensiewerknemers op straat te staan.

“Mijn zoon van 21 is veteraan van de Golfoorlog. Hij is speciaal opgeleid in elektronica van onderzeeers. Nu zit hij thuis bij mij televisie te kijken. Hij solliciteert al maanden, zonder succes”, zegt Jim (53).

Het ging zo goed voor de Republikeinen. President Nixon haalde bij de verkiezingen in 1972 voor het eerst het traditioneel Democratische Zuiden binnen. Hij wist handig gebruik te maken van de wrok van de blanken tegen de burgerrechtenwetgeving van de Democraten. Wie in 1968 bij de voorverkiezingen op de Democratische segregatiekandidaat George Wallace had gestemd, ging in 1972 naar Nixon. De zuiderling Jimmy Carter wist, gesteund door de Republikeinse schande van Watergate, een meerderheid te halen maar in 1980 ging het gebied weer naar de Republikein Reagan.

Dit stemgedrag deed specialisten als Black betwijfelen of het Zuiden ooit nog binnen Democratisch bereik zou komen, zelfs niet met de zuidelijke kandidaat Clinton. Door vijandigheid tegenover positieve discriminatie en bijstand, die alleen voor zwarten zou zijn bestemd, zou de meerderheid van zuidelijke blanken nooit meer met zwarten samen in één progressieve coalitie passen. Maar na de vrije val van Bush in de opiniepeilingen heeft Black zijn mening herzien. Ook zijn trendgevoelige studenten, die in vorige jaren Reagan en Bush steunden, staan nu massaal achter Clinton. “Er ligt voor hun na het afstuderen geen baan meer in het verschiet maar ze hebben wel een enorme studieschuld”, zegt hij.

“Sinds midzomer is alles veranderd”, vat Black samen. “Vooral de selectie van de mede-zuiderling Albert Gore als vice-presidentskandidaat heeft de Democraten geholpen. Hij was conservatief op het gebied van defensie. In 1988 deed hij mee aan de verkiezingen als havik en deed hij het goed in het Zuiden”, zegt Black. Zijn tweelingbroer Earle Black, eveneens een politicoloog, met wie hij verscheidene boeken heeft geschreven, denkt nog steeds dat Bush in het Zuiden wint. “Maar die woont ook in South Carolina en daar zijn interraciale verhoudingen heel scherp”, zegt Black. Hij verwacht dat vier zuidelijke deelstaten, South Carolina, Virginia, Alabama en Mississippi naar Bush zullen gaan. De rest ligt open voor Clinton en Gore.

“Hun steun aan de doodstraf en hervormingsplannen voor de bijstandswet helpen. Ook sommige zwarten zijn er voor”, zegt Black. Clinton wist zich openlijk te distantiëren van de omstreden zwarte leider Jackson en dat wordt in dit gebied zeer op prijs gesteld. Zwarten vertegenwoordigen in het Zuiden 20 procent van de bevolking (12 procent in de hele VS) maar slechts veertien procent van de kiezers. Zwarten stemmen hoofdzakelijk Democratisch maar er zijn dit jaar - mede door bitterheid van Jackson - geen speciale activiteiten om zwarten naar de stembus te brengen.

Tijdens zijn bustocht door Zuid-Georgia weet Clinton de mensen de op deze streek toegesneden onderdelen van zijn programma in te prenten. “De beste bijstand is een baan in de industrie”, zegt hij. Het is een variatie in codetaal op vroegere uitspraken van George Wallace. Met zijn plan wil Clinton trekkers van bijstand, die in Amerika vrijwel alleen aan moeders met kinderen wordt gegeven, dwingen tot het volgen van onderwijs en werk voor de gemeenschap maar over de sancties is hij vaag. Voor de kiezer doen deze details er niet toe, want die denkt dat alles beter is dan dit. En op het punt van de Amerikaanse pinda moet het geïnteresseerde publiek het met een vage formule doen: “Ik ben voor vrijhandel maar het moet niet ten koste van Amerikaanse werkers gaan.”

Door uitstapjes naar wachtende kiezers langs de weg komt Clinton te laat maar overigens is alles perfect geregeld. Vrijwilligers zwaaien op camerahoogte met Amerikaanse vlaggen achter de spreker. De borden en spandoeken zijn door de campagne-organisatie ontworpen tot "Ik ben een Republikein voor Clinton' toe.

Niet gepland maar ook niet tegengehouden bij het toegangshek is de werkloze psychiater uit Missouri, die Clinton-T-shirts verkoopt om aan de kost te komen. Na aandringen geeft hij toe dat hij voor de gezondheidsdienst van het personeel van defensiegigant Mc Donnel Douglas werkte. Door bezuinigingen stond hij voor het eerst van zijn leven op straat.

De inwoners van Albany maken zich zorgen over de toekomst van de plaatselijke militaire mariniersbasis. Bijna alle aanwezigen bij de campagne hebben werkloze kennissen, die soms van liefdadigheid moeten leven.

Vlakbij het sierlijke stadhuis van het plaatsje Valdosta praat een plaatselijke student enthousiast over zijn voornemen om op Clinton te stemmen. Waarom? “Hij is een betere spreker”, zegt hij. “Mijn docent economie vindt hem ook beter”. Verder weet hij het niet. Maar er is één frase die hij telkens plechtig herhaalt alsof hij die van buiten heeft geleerd: “Na het einde van de Koude Oorlog geeft Clinton Amerika terug aan de Amerikanen”.

    • Maarten Huygen