Bankieren in het publiek

BANKIERS zijn niet gewend aan het grote publiek. Het is gebruikelijk dat een loket of een imposante vergadertafel in een vertrouwelijk vertrek hen van hun cliënten scheidt.

Die scheiding is meer dan symbolisch want de klant is nog lang geen koning in bankiersland. Toegegeven, er is sinds de recessie van begin jaren tachtig ook in de bankenwereld veel veranderd, maar wie zich in de hoofdkwartieren van de Nederlandse financiële instellingen begeeft krijgt geen gevoel van dadendrang en dynamiek. Porselein, zilver en lakeien zijn óf nog zichtbaar óf pas heel kort geleden opgeborgen. Menige ondernemer kent het gevoel van aan een olifant trekken als hij de bank voor zijn plannen tracht te winnen.

Die arrogantie was verklaarbaar want bankieren was simpel. Banken verdienden aan hun rentemarge: zij trokken geld aan tegen een bepaalde rente en leenden dat weer uit tegen een hoger tarief. Maar concurrentie en mondigere burgers hebben dit traditionele beeld ingrijpend veranderd. De burger laat zich tegenwoordig goed betalen voor het in bewaring geven van zijn geld aan een bank. De tijd dat hij zijn geld liet staan op een rekening courant met een verwaarloosbare rente is voorgoed voorbij. De verkopersmarkt werd een kopersmarkt. Aan de andere kant is de bank niet meer alleenheerser waar het financiering betreft: het bedrijfsleven doet steeds meer traditionele bankzaken in eigen beheer.

De voortdurende druk op de rentemarge heeft twee gevolgen gehad. In de eerste plaats de concentratietendens in de financiële sector, mede geïnspireerd door het gewijzigde structuurbeleid dat fusies tussen banken en verzekeraars mogelijk maakt. Bovendien zijn banken in toenemende mate op zoek gegaan naar activiteiten die los staan van rente, maar die bijvoorbeeld met provisies worden beloond. Banken zijn veel actiever geworden bij fusies, overnemingen en emissies.

DERGELIJKE activiteiten hebben een probleem: zij verschaffen de bankiers of hun cliënten informatie waarmee op de beurs veel geld kan worden verdiend. Het is een probleem waarmee het Nederlandse bankwezen tot voor kort nog niet veel te maken had. De bankiers vertrouwden op hun onderling stilzwijgend afgestemde gedragscode. Dat systeem van "zelfregulering' wordt gecompleteerd met het formele toezicht van De Nederlandsche Bank volgens de Wet toezicht op het kredietwezen, maar die wet biedt nauwelijks houvast voor de beoordeling van het handelen van individuele bankbestuurders. Het systeem werkt dan ook niet meer, zoals een reeks van recente affaires - met als voorlopig hoogtepunt het aftreden van ING-topman Scherpenhuijsen Rom - heeft duidelijk gemaakt.

Bankieren is een publiek vak geworden. Banken spelen in toenemende mate een rol die veel verder gaat dan het in vertrouwen verschaffen van geld. Bij zo'n openbare functie hoort heldere regelgeving. De Angelsaksische wereld, waar banken al veel langer op meer dan strikt financiële gebieden actief zijn, kent strenge wettelijke regelgeving die de zogenoemde Chinese Walls in stand houden. Deze muren tussen adviseurs en handelaars binnen dezelfde bank moeten misbruik van voorwetenschap voorkomen. En een onafhankelijk orgaan ziet op naleving van de regels toe. Een gevolg van deze duidelijkheid is dat de zaken die bankiers van de NMB en van ABN Amro recentelijk in verlegenheid brachten, op de beurs van Wall Street met harde hand worden bestreden of - als er niets aan de hand is - worden rechtgezet. In Nederlandse bankkringen wordt aangevoerd dat de strenge Amerikaanse aanpak bepaald niet tot minder schandalen leidt. Maar het is niet zo dat strengere regelgeving tot meer overtredingen leidt. Het is wel zo dat de Angelsaksische financiële wereld - met zijn, door concurrentie, veel grotere dynamiek - vóór ligt in een ontwikkeling die nu ook het Nederlandse bankwezen raakt.

EEN NIEUWE ontwikkeling vraagt een nieuwe aanpak. De zelfregulering die het Nederlandse bankwezen predikt vraagt te veel vertrouwen van het publiek. Banken willen steeds nadrukkelijker aanwezig zijn. Bij die wens passen geen codes uit een overleefd tijdperk. Het belangrijkste produkt van de banken, namelijk vertrouwen, is in het geding.