Afschaffing dienstplicht is verarming voor Nederland

AMERSFOORT, 28 SEPT. Adjudant R. Polman Tuin van de Bernhardkazerne in Amersfoort zit er een beetje mee in zijn maag. Natuurlijk heeft hij een mening over het rapport van de Commissie-Meijer, dat vanmorgen is aangeboden aan minister Ter Beek van defensie. De belangrijkste conclusies zijn hem uit kranteberichten bekend. Maar net vanmorgen belde "Den Haag' om te zeggen dat Polman Tuin “alleen als privépersoon” over het rapport mag praten.

Polman Tuin verzorgt “de PR van de Bernhardkazerne” en is “dus geen verlengstuk van politiek Den Haag”. Maar dit keer was de boodschap van Den Haag “heel nadrukkelijk”.

Polman Tuin is een groot voorstander van de dienstplicht. Dat heeft hij ook gezegd tegen de Commissie-Meijer, toen die op 30 januari een bezoek aan de Bernhardkazerne bracht. Als dwarsdoorsnede van de Nederlandse bevolking zijn de dienstplichtigen relatief goed opgeleid. Nederland laat zelfs als enige lid van de Navo dienstplichtigen de zeer geavanceerde Leopard II-tanks bemannen. Het is, zegt Polman Tuin, “van andere landen bekend dat een beroepsleger vaak lager opgeleiden aantrekt”.

Verveling en demotivatie in het leger, een veelgehoord argument van tegenstanders van de dienstplicht, is volgens Polman Tuin “vaak een kwestie van mentaliteit”.

Persoonlijk vindt hij dat iedereen zich een jaar ter beschikking van de Nederlandse samenleving zou moeten stellen: mannen en vrouwen, naar eigen keus in het leger of in de "burgermaatschappij'. Hij zou graag zien dat in de discussie over het rapport van de Commissie-Meijer “ook dit soort ideeën wordt meegenomen”. Hij heeft de commissieleden op het hart gedrukt dat afschaffen van de dienstplicht “een verarming voor Nederland” zou zijn.

Op de Bernhardkazerne, een middelgrote kazerne, werken 2500 mensen. Bijna 2000 daarvan zijn dienstplichtigen. Op dit terrein bevindt zich ook het hoofdkwartier van de AVNM, de grootste van de twee krijgsmachtvakbonden. Deze bond is juist tegen dienstplicht. Elke dienstplichtige loopt volgens M. van Rijckevorsel van de bon "schade' op. Zijn studie wordt onderbroken, zijn werk moet tijdelijk worden gestopt. En omdat niet meer dan drie op de tien mannen in dienst gaan, “is de pijn ongelijk verdeeld”. Maar in de kortere dienstplicht die de Commissie-Meijer bepleit, ziet Van Rijckevorsel niets: “dan wordt die pijn alleen maar over nog meer mensen verdeeld”.