Zo was het

Dat waren nu eens werkelijk huiselijke drama's in de eerste helft van de jaren twintig. Want wat was er gebeurd. De vrouwen knipten het haar af. Niemand moet daar lichtvaardig over denken. De mannen waren perplex. De ouders - het afknippen liep ongeveer tot het 45ste jaar - stonden sprakeloos. De kappers hadden handen vol werk. Historici zochten tevergeefs naar een parallel lopend gebeuren. En in de cabarets zong men:

Ze was gekortwiekt als een man.

Achter haar oren, geschoren.

Ze zag eruit, gelijk een vent.

Ik had mijn bloedeigen vrouw niet herkend.

Ik sprak als jij weer meisje bent

snoep chocolaatjes.

Kijk plaatjes.

Ga touwtje springen, schoolliedjes zingen.

Totdat je weer volwassen bent.

Mijn grootmoeder - in die jaren hadden grootmoeders nog iets in te brengen - mijn grootmoeder kwam op een vroege middag bij ons aandraven. “Kind”, zei zij tegen mijn moeder, die toen al twee schoolgaande kinderen had, “kind, je vader heeft twee meiden bij het draaiorgel zien dansen met kort haar, denk er om dat jij je haar niet laat afknippen.” Mijn grootmoeder zei "meiden' zonder het geringste gewetensbezwaar. In de jaren twintig had je dames, vrouwen en meiden. Het sociale taalgevoel lag elders. Daar mijn moeder diezelfde ochtend haar haar had laten afknippen riep zij, zo parmantig mogelijk: “Het is er al af”. Maar zo parmantig was ze nu ook weer niet. Op haar wekelijks bezoek aan haar ouders heeft zij een half jaar lang haar hoed toch maar opgehouden.

En toen was ik natuurlijk aan de beurt. Ik had pijpekrullen. Pijpekrullen is totaal iets anders dan krullen. Krullen had je. Pijpekrullen werden erin gedraaid. 's Avonds werden mijn haren in vier strengen verdeeld en daarna, behoedzaam in flanellen lapjes, papillotten geheten, opgerold. Ik sliep dan bovenop de knobbels maar dat was je gewend. 's Morgens gingen de papillotten er uit en werden de strengen om een krulstok gewonden. De krulstok was een soort houten deegroller, ongeveer twee vingers dik en een centimeter of 50 lang. Als de vier krullen mooi neer hingen kwam er nog een enorme tafzijden strik boven op mijn hoofd. Op oude foto's is het altijd een witte strik waar ik wat bedachtzaam onder zit. En toen was moeder haar haar er af en toen wilde ik natuurlijk ook. Mijn vader keek mijn moeder wat vermoeid aan maar sprak met onwankelbare rechtvaardigheid: “ja, wat wil je” en ik naar de kapper. Die zei dat hij van al dat haar dat er af kwam een prachtige poppenpruik zou maken en daar stond ik met mijn kortgeknipte haren. Toen ik mijn hoedje opzette, zakte het over mijn voorhoofd. “Dat went wel”, zei de kapper toen ik hem loensend van onder de hoederand, probeerde aan te kijken. Want je kon je haar wel afknippen maar blootshoofds de straat op bleef uitgesloten.

Wat een scènes zijn er over dat afgeknipte haar geweest. Bij ons thuis viel dat tenslotte nog wel mee: er heerste slechts een kalme droefheid van vaders zijde. Mijn moeders vader zei niet tegen mijn moeder: zet je hoed eens af want hij vermoedde natuurlijk niets, maar mijn vaders vader was met stomheid geslagen. “Dat een vrouw wat rood oplegt”, zei hij, een uitdrukking, die in moderne vertaling "rouge opdoen' betekent, “dat een vrouw wat rood oplegt als zij wat bleek ziet, kan ik begrijpen. Maar dat zij haar haren afknipt . . .” Hij schudde het hoofd alsof hij een schotel onappetijtelijk vlees naar de keuken terugzond. Men moet goed bedenken: haren waren het sieraad van de vrouw. Met bewondering werd er gesproken over een vrouw, die op haar haren kon zitten. Kortom in praktisch elk gezin was er zware narigheid. Mannen spraken dagenlang niet tegen hun bobbykop, dochters wachtten tot de ouders op reis waren en renden dan naar de kapper. In die jaren was men niet zo vlot met echtscheiden maar het was soms randwerk. Er heersten binnenlandse revoluties, die moeilijk na te voelen zijn nu we in een tijd leven dat vrouwen niet aarzelen zich te laten millimeteren als ze daar nu eens een keer zin in hebben en waar, modieus gesproken, alles kan. Alleen papillotten worden niet meer gebruikt. En pijpekrullen zoekt men nu in de afdeling rookartikelen.