Wintertijd

Opeens ben je het uur na het eten kwijt, het mooiste uur van de dag, het uur van de vallende avond, de polder in verduistering, het verdwijnen van lijn en kleur, het verstillen van de wind, eenden dommelend in de sloot, het laatste valkje biddend aan de hemel, de zon op ondergaan tussen de toren van Kamerik en die van Kanis.

Op dit uur grazen koeien met verdubbelde ijver. Al hun koppen worden aan de grond gehouden. Alsof ze nog een taak te halen hebben. Alsof ze een nacht verwachten vol ontberingen. Wie weet hoe het schemert in hun hersenpan.

Op dit uur komt het voor dat koeien hun noeste grazen onderbreken en zich als een kudde in beweging zetten. Al hun lijven in dezelfde richting en het is net of hun achterpoten grotere stappen doen dan hun voorpoten. Schommelende gang, knikkende kop. Alsof ze onderweg zijn, alsof ze weet hebben van een koe die 's nachts beschutting vond in bos.

Gestuit door een hek staan ze een tijdje te peinzen en dan maar weer grazen.

Meeuwen laten zich naar hun slaapplaats drijven.

De omtrekken van een blauwe reiger.

De roep van een kievit.

Nevels.

Dit uur wordt zomaar opgepakt en weggezet. Morgen is dit het uur van aan tafel. Ik vind het nogal een ingreep.