Wie is sterk in Nederland?

Wie is de sterkste in Nederland? Als ik me richt op de Nederlandse concerns, veelal multinationale organisties die ons land een dimensie geven die soms ver uitsteekt boven het relatieve belang van onze regio, is het antwoord niet moeilijk te geven. Het sterkst is namelijk Koninklijke Shell, de onderneming met de hoogste beurswaarde van de wereld: 78 miljard dollar. De omzet ligt ruim boven de 100 miljard dollar en de winst op circa 4,3 miljard. Overigens loopt het rendement terug. In 1991 was dit nog slechts 9 procent op het eigen vermogen. De Nederlandse tak controleert 60 procent van de onderneming en 40 procent is in handen van de Britse partners.

Shell heeft een gigantisch distributienetwerk over de hele wereld. Van oudsher wordt een sterke positie ingenomen op het gebied van de winning van ruwe olie. Problemen zijn er met raffinage, die in toenemende mate afhankelijk is van de teruglopende benzinemarkt in de VS. Ook de milieuproblematiek speelt daarbij een rol. De (petro-)chemische activiteiten zijn verliesgevend geworden. De voornaamste reden is dat Shell heeft verzuimd zich tijdig los te maken van zijn afhankelijkheid van bulkartikelen.

Wie zijn nog meer sterk? Unilever natuurlijk, eveneens een Brits/Nederlandse onderneming, maar dan op 50/50-basis. Unilever behoort tot de honderd ondernemingen met de hoogste beurswaarde ter wereld, dat wil zeggen meer den 14 miljard dollar. Bovendien is het één van 's werelds grootste voedingsmiddelen- en cosmeticaconcerns, en heeft het een uitstekend rendement. Ook de weerbaarheid van Unilever lijkt groot. Topman Maljers heeft in ruim vijf jaar twee grote herstructureringsoperaties uitgevoerd om de resultaten te verbeteren, zonder dat hiertoe direct noodzaak leek te zijn.

Verder hebben wij nog acht concerns die zich ook sterk mogen voelen. Als criteria stellen wij dat zij: 1) in ieder geval moeten behoren tot de top-1000 ondernemingen van de wereld qua beurswaarde; 2) een goed rendement realiseren; en 3) een dominante marktpositie bezitten. Via deze selectie komen wij tot de volgende namen: ABN Amro, ING, Polygram, Elsevier, Wolters Kluwer, Heineken en Ahold. De Rabo hoort ook in deze eregalerij te worden opgenomen. Weliswaar heeft deze coöperatie geen beurswaarde, maar Moody Investors, het beroemde rating instituut, rekent deze bank tot de top-3 van Europa. Het vermogen van deze bank is bovendien zo groot dat zij als NV zeker bij de wereld top-1000 zou behoren.

Philips, Akzo, Aegon, DSM en Amev (Fortis), die ook een hoge beurswaarde hebben, behoren nog niet bij de sterkste. De redenen zijn uiteenlopend. Philips is in moeilijkheden en moet vechten om te overleven. De concurrentie - vooral van Japanse ondernemingen - is zeer sterk, de uitkomst van het gevecht dat Philips moet voeren is zeer onzeker.

Akzo heeft één sterke divisie, de farmaceutische. De coating-divisie is vrij sterk, maar de divisies chemie en vezels blijven zwak, vooral de laatstgenoemde. DSM heeft een laag rendement met vooral bulkprodukten. Deze onderneming blijft te conjunctuurgevoelig. Aegon en Amev (Fortis) zijn nog niet groot genoeg om een gevaar te zijn voor de zeer sterke concurrentie in met name Europa.

Op de "sterke' concerns valt natuurlijk wel wat af te dingen. ING is nog een soort eilandenrijk. Pas als de onderneming er echt in slaagt een hechte marktgerichte organisatie te creëren, zal de huidige positie niet in gevaar komen. In Nederland wordt ING op dit moment geconfronteerd met afbrokkelende marktaandelen. ABN Amro dient nog veel tijd te besteden aan een drastische kostenverlaging, ook hier staat de positie op de thuismarkt onder druk.

Heineken heeft het evenmin makkelijk om het marktaandeel te handhaven. De consument van bier wordt steeds grilliger en de markt fragmenteert. Het concern beschikt echter, volgens het Amerikaanse merkenbureau Landor, over het enige Nederlandse merk dat vrij algemeen bekend is in de wereld. Ahold heeft sterke posities in de VS en in Nederland. In Europa bedraagt het marktaandeel echter maar ruim 1 procent. Bovendien is de vermogenspositie van de onderneming niet erg sterk. De rentabiliteit is echter zonder meer goed.

Qua rendement zijn de uitgeefconcerns Polygram, Wolters Kluwer en Elsevier toppers. De eerste twee behoren volgens Business Week zelfs tot de tien best renderende van de wereld. Elsevier bevindt zich vlakbij deze kopgroep. Elsevier en Wolters Kluwer hebben complementaire activiteiten, te weten leidende posities in de wetenschappelijke, respectievelijk professionele uitgeverij. Beide concerns zouden uitstekende fusiepartners zijn. Polygram blijft in de muziekbranche altijd kwetsbaar voor veranderende modetrends. Phlips zal in deze moeilijke jaren wel erg blij zijn met het meerderheidsbelang in Polygram.

Uiteraard kunnen wij niet zeker zijn dat de top-10 (Koninklijke Shell, Unilever, ABN Amro, ING, Rabo, Polygram, Elsevier (al dan niet na fusie met het Britse Reed), Wolters Kluwer, Heineken en Ahold) het jaar 2000 als zelfstandige wereldspelers zullen halen. Maar de mogelijkheid is reëel. Voor de overige concerns in Nederland is dat, gelet op hun schaal en de concurrentiepositie, nog maar de vraag.