Toren van Kaneel toch uitgevoerd

AMSTERDAM, 26 SEPT. In de kleine concertzaal boven pianohandel Cristoforti in Amsterdam was gistermorgen een geïmproviseerde "première' te horen van toneel/opera/ballet-voorstelling Toren van Kaneel. Dat vond Sinfonia Amsterdam wel het minste wat ze voor de musici kon doen, nadat Toneelgroep Amsterdam de produktie eerder deze week onverwacht van het repertoire had genomen. Ruim een jaar hadden ze aan de produktie gewerkt, om twee weken voor de première te horen dat die volgens Gerardjan Rijnders, artistiek leider van Toneelgroep Amsterdam, wegens gebrek aan artistieke kwaliteit niet kan doorgaan.

De omstandigheden bij Cristofori waren niet optimaal. Vooraf legde componist Hans Rotman uit dat hij de muziek speciaal voor de droge akoestiek van de Stadsschouwburg had geschreven, en dat de uitvoering zonder slagwerk, harp en viool, een deel van zijn kracht miste. Maar de toehoorders konden zich toch een beeld vormen van wat er op 7 oktober in de Stadsschouwburg zou hebben moeten klinken. De pianopartijen waren krachtig, beweeglijk en af en toe ineens verstild, met mooie samenklanken. De wat kortademige zangpartijen (voortreffelijk gezongen door Romain Bischoff, Henk Lauwers en Hans Wilbrink en twee jongenssopranen) zijn wat springerig, maar ze hebben een scherp getekend karakter. Doordat de drie hoofdrollen baritons zijn, is er gebrek aan vocale kleur, maar dat past bij de rolverwisseling in het tweede deel.

Het idee voor Toren van Kaneel kwam twee jaar geleden van Sinfonia Amsterdam, die een voorstelling wilde maken over het gevecht tussen de verbeelding en de macht, gebaseerd op Vlaggenkamer van Lorca. Het eerste deel is een toneelvoorstelling (Nederlandse tekst van Gerrit Komrij), daarna een opera-gedeelte en tenslotte een ballet; als een opklimmende graad van abstractie. In overleg met Toneelgroep Amsterdam en Het Nationale Ballet werd besloten tot een co-produktie, geregisseerd door Gerardjan Rijnders.

Rotman is woedend dat Rijnders in een zo laat stadium zijn medewerking opzegde. Rotman: “Vorige week vertelde hij ineens dat hij het hele idee nogal wankel vond en de tekst van Komrij "maar-zo-zo'. De muziek vond hij niet om aan te horen. Maar in augustus 1991 heeft hij al een deel van de muziek gehoord en in juni van dit jaar de rest. Toen zei hij niets.”

Volgens Gerard Harleman, artistiek leider van Sinfonia, heeft Rijnders zich verkeken op de muziek. Harleman: “Een partituur is hermetischer dan een toneeltekst. In een toneelstuk kan Rijnders zelf het ritme en het tempo van de woorden bepalen. In een opera wordt de ontwikkeling volledig gedicteerd door de muziek.”

Rotman: “Tijdens de repetities zag ik Gerardjan bladeren in de partituur. Hij kon de noten niet volgen. We hebben hem gevraagd of hij een assistent wilde, maar dat vond hij niet nodig. Als artistiek leider heeft hij de macht om de voorstelling af te wijzen en zo zijn falen als regisseur te verdoezelen. Het zou eerlijker zijn geweest als hij zich alleen als regisseur had teruggetrokken en niet als co-producent.”

Sinfonia Amsterdam zoekt nu naar andere mogelijkheden om Toren van Kaneel uit te voeren, bij voorbeeld in Erfurt, waar Rotman aan het operahuis is verbonden. Rotman: “Ik vind dat het werk in Nederland moet worden gehoord. Gerardjan Rijnders heeft oncontroleerbare opmerkingen gemaakt over de kwaliteit van de muziek. De ervaring die we met Sinfonia Amsterdam de laatste jaren hebben opgedaan met muziektheater, komen zo in een kwaad daglicht te staan, met mogelijke consequenties bij een volgende beoordeling door de Raad voor de Kunst. Door Toren van Kaneel alsnog in Nederland te laten zien, geven we een artistiek antwoord op de schandelijke werkwijze van Toneelgroep Amsterdam.”