Strijd om financiële hoofdstad EG

Internationale geld- en kapitaalmarkten trekken naar de landen met de sterkste valuta. En een toekomstige Europese Centrale Bank zal niet worden gevestigd in een EG-land dat buiten het EMS of de EMU blijft. Zoals bekend wil de Britse regering dat Londen het financiële centrum van Europa blijft en de financiële hoofdstad wordt. De recente crisis heeft vooral de kansen op het laatste ernstig geschaad, mede omdat het wisselkoersmechanisme van de ecu eigenlijk een gebrekkig instrument is.

Onder leiding van premier Major heeft Engeland eind 1990 een draai genomen volgens het oude recept: If you can't beat them join them. Op aandrang van de Britse financiële wereld en de industrie trad Engeland tot het EMS toe, omdat men tot de overtuiging was gekomen dat de belangen van Engeland steeds meer met de EG verweven raakten.

De Britse regering kwam toen onder meer met het voorstel voor een harde ecu. Deze zou harder moeten zijn dan zelfs de D-mark, en de nationale munten geleidelijk moeten overvleugelen. Londen was reeds de belangrijkste markt voor ecu-transacties en hoopte mede daardoor de geschikte vestigingsplaats voor de Europese Centrale Bank te worden.

Nadat het harde ecu-voorstel door de EG-partners was afgewezen is Engeland een ander beleid gaan voeren, namelijk het pond ten minste zo hard maken als de D-mark en ten minste zo betrouwbaar voor de internationale valutamarkten. Een krachtig beleid van inflatiebestrijding was hiertoe nodig. In de afgelopen weken is er in de Britse financiële pers op gewezen dat Major hiermee risico's nam voor de Britse economie. Een afremming van de groei zou het gevolg zijn. Bovendien, zo werd met verwijzing naar Duitsland gesteld, het echte internationale waarmerk voor een valuta is onafhankelijkheid van de centrale bank. En daartoe had de Britse regering nog steeds niet besloten.

In het zicht van de crisis besloot de Britse regering het pond toch te blijven verdedigen, maar met het oog op de ontwikkelingen in het binnenland de rente niet te verhogen. Dat werd onhoudbaar.

Ondanks de spanningen in het EMS was door de City een wervingscampagne voor de Europese Centrale Bank en Europa begonnen. EG-president Delors was begin september in Londen uitgenodigd om zijn visie op "Europa en de wereld na 1992' te geven en Major had een heldere rede gehouden, waarin hij zich uitsprak voor het verdrag van Maastricht.

Kritiek dat de Britse wens met betrekking tot de Europese Centrale Bank irreëel was zolang de Britse deelname aan de derde fase van de EMU niet vaststond, werd beantwoord met de opmerking dat de Bondsrepubliek in feite ook een voorbehoud maakte door de ECB voor Frankfurt of Bonn op te eisen. Dit Duitse voorbehoud is inmiddels versterkt door de uitspraak van de Duitse regering dat voor deelname aan de derde fase van de EMU een aparte uitspraak van het Duitse parlement nodig zal zijn.

Engeland en de Bondsrepubliek zijn steeds meer op confrontatiekoers over de financiële hoofdstad van Europa komen te liggen. Engeland heeft voorshands als de zwakkere partij in het stof moeten bijten. Major is alsnog aan het trachten de schade te beperken, de optie op terugkeer in het EMS open te houden en tijd te winnen. Voor dit laatste gebruikt hij ook de uitslag van het Deense referendum.

Idealiter vervult het Europese wisselkoersmechanisme een aantal functies: het moet een stabiel mechanisme zijn, dat een stabiele waarde van de ecu waarborgt. Het moet ook convergentie van economisch beleid tussen de lidstaten bevorderen, op weg naar de EMU. Maar daartoe moet het ook een geëigend instrument zijn voor het economisch en monetair beleid van de lidstaten. Het mechanisme schiet wat dit betreft nog steeds tekort. De lidstaten hebben onvoldoende overeenstemming kunnen bereiken over gemeenschappelijk beleid. Bankpresident Duisenberg heeft herhaaldelijk opgemerkt dat de hoogte van de overheidsuitgaven en de sociale lasten in de convergentiecriteria voor het EMS en de EMU moeten worden opgenomen. Thans is het nog mogelijk dat landen met inflatie en een hoge rente (Duitsland) een sterke positie in het wisselkoersmechanisme hebben en landen met minder inflatie dwingen mee te gaan met de rente, ook tegen hun eigen belang. In een goed wisselkoersmechanisme hebben alleen de landen met het beste economische beleid de beste positie.

Het is met de ecu en het EMS goed gegaan in de jaren dat de Bondsrepubliek de stabiele economische voortrekker van Europa was. Sinds eind jaren tachtig is dit veranderd, onder meer door de kosten van de Duitse hereniging, de Golfoorlog, de campagne van Bush voor zijn herverkiezing, waarbij de Amerikaanse rente steeds meer is verlaagd. Het gevolg is toenemende tegenstellingen binnen het EMS en tussen het EMS en de VS en chaos op de internationale valutamarkten.

Het ligt voor de hand dat Engeland in het IMF, bij de VS en de zwakkere EG-landen steun gaat zoeken voor een andere aanpak, zo mogelijk een ander EMS. Dat kan een tweedeling van langere duur in Europa geven. Voor Nederland is niet minder belangrijk dat een debat over de verbetering van het EMS onherroepelijk zal leiden tot druk naar homogenisatie van criteria voor de overheidsuitgaven en sociale lasten. Zeker als Nederland garen zou willen spinnen bij het Duits-Engelse conflict om de Europese Centrale Bank naar Amsterdam te halen.