SPIRITISME, MAGNETISME EN DE VICTORIAANSE VROUWENSTRIJD

The Trial of Woman. Feminism and the Occult Sciences in Victorian Literature and Society door Diana Basham 253 blz., geïll., Macmillan 1992, f 146,- ISBN 0 333 48202 6

Er is nauwelijks een mooier onderwerp te bedenken dan het leven en lijden van vrouwen in de negentiende eeuw. In ieder geval is er een overdaad aan prachtig materiaal om uit te putten. Annie Besant en Madame Blavatsky; Florence Nightingale en de gezusters Brontë; Lady Byron, actief in de filantropie, en haar dochter, een wiskundige, en vele anderen - de stoet van hoogst interessante Victoriaanse vrouwen is bijna onuitputtelijk. Als leden van de hogere klassen verkeerden ze in een zonderlinge en ambivalente positie. Vrijgesteld van de dagelijkse strijd om het bestaan waren ze tegelijkertijd gevangen in een beperkende moraal en bovendien wettelijk onmondig.

Vrouwen werden vereerd als vleeswording van het schone, maar ook vernederd als de minderwaardige sekse. Boven alles waren ze in de Victoriaanse wereld beladen met de schuld van de "erfzonde', en niet weinigen gingen diep gebukt onder hun eigen schuldgevoelens dienaangaande. Onlangs publiceerde de Engelse literatuurwetenschapster Diana Basham een boek over hoe vrouwen uit deze omklemming probeerden te ontsnappen door de al of niet gelijktijdige omarming van feminisme, religie en occultisme. The Trial of Woman. Feminism and the Occult Sciences in Victorian Literature and Society is een werk dat in ieder geval nieuwsgierig maakt.

Basham voert onder andere alle boven genoemde vrouwen ten tonele. Vooral Annie Besant blijkt intrigerend: begonnen als devoot christen, kwam zij, na haar man, een predikant, te hebben verlaten, achtereenvolgens terecht bij de atheïsten, de vrijdenkers, de Malthusianen (ze stond in 1877 terecht voor het verstrekken van informatie over geboortenbeperking), de socialistische Fabian Society, de vakbond (waar ze meisjes in de luciferindustrie tot staking aanzette), de vrouwenkiesrechtbeweging, de theosofie van Blavatsky, de kring rond Krishnamurti en ten slotte, als voorvechtster van de onafhankelijkheid van India, bij Gandhi.

Hoe extreem ook, die levensbeschouwelijke carrière van Besant is in zekere zin exemplarisch voor de zoektocht van vrouwen naar wegen om een rol te kunnen spelen in het openbare leven. Dat verlangen naar een publieke stem hield veel meer in dan stemrecht alleen. De kiesrecht-eis, zo vaak voorgesteld als de kwestie van de eerste feministische golf, kwam in feite pas laat op de voorgrond te staan. Voordien hadden vrouwen zich al bemoeid met alle mogelijke zaken - de zeden, de opvoeding, de gezondheidszorg enzovoort - en in de Angelsaksische wereld ook met het spiritisme. (Hoe dat laatste in Nederland lag, is volgens mij nog nooit onderzocht.)

GEESTELIJKE VERNIEUWING

De relatie van de groeiende feministische beweging met occulte zaken als mesmerisme, hypnose, theosofie, spiritisme en wat er zich in de tweede helft van de vorige eeuw nog meer aan geestelijke vernieuwing voordeed, is Bashams voornaamste onderwerp. Wie de verfilming kent (uit 1984, met Vanessa Redgrave) van Henry James' roman The Bostonians (1886), zal zich ongetwijfeld de beginscène voor de geest kunnen halen waarin de jeugdige feministische bekeerlinge door haar vader, een arts, ten aanschouwe van een zaal vol ademloos toekijkende, ruim behoofddekselde dames in een soort hypnotische trance wordt gebracht. Dat beeld dringt zich aan de lezer van The Trial of Woman bij voortduring op. Ergens in de toenmalige concurrentiestrijd tussen religie en wetenschap zochten ook vrouwen een plaatsje en daarbij vervulde de snel groeiende spiritistische beweging een niet geringe functie.

Temidden van de technologische transformaties die de wereld van toen op zijn kop zetten, raakten veel verlichte geesten geobsedeerd door zaken die wij inmiddels als louter charlatannerie en obscurantisme beschouwen (ook een rationalist en doodstraf-abolitionist als Sir Arthur Conan Doyle bekeerde zich tot het spiritisme). Volgens Basham was het niet per se "irrationeel' als hervormingsgezinde vrouwen die esoterische ideeën en milieus prefereerden boven het christendom. Daarin zijn zij nu eenmaal per definitie ondergeschikt aan een mannelijke god en dito plaatsvervangers op aarde, en worden ze bovendien gezien als de bron van het kwaad. Bij spiritistische séances konden vrouwen in elk geval de rol van medium toebedeeld krijgen en stonden ze dus direct zelf in contact met het hogere.

Ook medisch gezien was het misschien zo'n gekke keuze niet: mesmerisme bijvoorbeeld werd geacht heilzaam te werken bij menstruatie-klachten (getuige onder meer de autobiografische geschriften van publiciste Harriet Martineau). En of dat nu klopt of niet, handoplegging, hypnose en magnetisme waren betrekkelijk onschuldig als we het vergelijken met de toenmalige "echte' wetenschap van bijvoorbeeld gynae-cologen die experimenteerden met clitoridectomie om vrouwen van hun ""hysterische aanvallen'' af te helpen.

Het streven om de spoken die rondwaarden in het Victoriaanse brein te bestuderen, valt toe te juichen. Mentaliteits- en cultuurhistorisch onderzoek naar de verhouding tussen die twee gelijktijdig opgang makende "ismen' - occultisme en feminisme - kan ongetwijfeld de geschiedschrijving van de eerste feministische golf verbreden en verdiepen. Het gangbare beeld van sociale en politieke bewegingen en organisaties is immers vaak wat bloedeloos doordat zo weinig wordt verduidelijkt van wat mensen nu eigenlijk bewoog. En Bashams poging is alles behalve bloedeloos: om de literaire en autobiografische fantasie- en horrorbeelden aangaande vrouwen in kaart te brengen, presenteert zij een bonte verzameling slaapwandelende profetessen, almachtige moederfiguren en duistere godinnen.

Voor het overige is The Trial of Woman helaas vooral een gemiste kans. Het is chaotisch en slecht geschreven en de auteur gooit motto's, dichtregels en citaten op papier zoals een huisvrouw schillen in haar vuilnisbak. Wat de door Basham beschreven Victoriaanse dames precies verbindt, blijft onduidelijk en voorzover het betoog te volgen is - bijvoorbeeld inzake het vermeende verband tussen menstruatietaboe, spiritisme en vrouwenrechten - lijkt het me onzin.

Wie zich voor dit onderwerp interesseert, kan vooralsnog beter terecht bij Anne Braude's Radical Spirits. Spiritualism and Women's Rights in Nineteenth Century America (Boston: Beacon Press, 1989). Dat handelt over niet minder duistere zaken, maar is zelf gelukkig helder als glas. Uit Braudes verhaal, dat bovendien ingaat op de relatie tussen spiritisme, feminisme en de strijd voor afschaffing van de slavernij, blijkt dat het spiritisme in de Verenigde Staten vrouwen letterlijk een stem gaf: de eerste categorie vrouwen die in het openbaar het woord voerde waren de zogenaamde trance speakers. Aangekondigd op muurplakkaten trokken zij van stad tot stad. Het waren soms meisjes van net zeventien jaar oud. De zalen liepen er vol voor.