Soepele, toegankelijke choreografieën van Conny Janssen; Als een slapende vleermuis

Gezelschap: Conny Janssen danst... met drie choreografieën van Conny Janssen. Eloï Eloï: muziek: Seigen Ono, Henry Torgue, Test Department. Monoloog voor twee helften: muziek: Denis Dufour, Mari Boine Persen. Moving Target: muziek: Kevin Volans, Thomas Oboe Lee, Ornette Coleman. Gezien: 24/9 Schouwburg, Leiden. Nog te zien: 26/9 Theater Zuidplein Rotterdam; 27/9 De Stoep Spijkenisse; daarna tournee in Nederland.

Aangemoedigd door het succes van het ballet Eloï Eloï (1990), besloot de jonge choreografe Conny Janssen onlangs een ad-hoc gezelschap op te richten. De eerste presentatie van de Stichting Conny Janssen danst... bevat naast het genoemde werk, de herziene versie van Monoloog voor twee helften (1991) en het overrompelende première-ballet Moving Target.

De Rotterdamse danseres Conny Janssen debuteerde als choreografe met The Undertow bij Djazzex in 1988. Van meet af aan werd haar talent erkend. Inmiddels realiseerde zij zes dansstukken, waarvan één, Hoppers' Nightmare (1990), in samenwerking met Glenn van der Hoff, artistiek leider van Djazzex.

Conny Janssen combineert gevoel voor compositie met een bewegingstaal die wortelt in de jazzdans en de moderne bewegingstechnieken. Het door haar gebruikte idioom is echter niet enkel acrobatisch. De bewegingen zijn licht en soepel, vermengd met een sensuele loomheid. Janssen's werk is toegankelijk, maar niet oppervlakkig. De emoties van de personages worden niet clichématig behandeld.

De drie getoonde balletten beginnen allen vanuit een rustpunt, bouwen langzaam naar een climax en ebben daarna weer weg. In Moving Target hangen drie figuren ondersteboven als slapende vleermuizen in een ijzeren raamwerk (ontwerp Martin Mulder). Vanuit die ongemakkelijke positie krommen de ruggen zich met verbijsterende kracht, strekken zich uit, cirkelen, richten zich op, draaien weer om. Horizontaal, verticaal, het lijkt Renato Betolino, Maurits van der Linden en Elliot Treend geen inspanning te kosten. Die homogene wereld wordt verstoord door de komst van enkele binnendringers (Ime Essien, Juliette van Ingen, Jane Poerwoatmodjo, Lisette Verkaik en Dik Smits). De gemeenschap valt uiteen, waarop een aantal spannende duetten volgen. Janssen hanteert hierin zowel de samenstelling man/vrouw als de combinatie man/man. Deze uitstekend uitgevoerde dansdelen zijn soms erotisch stroperig als de tango of hebben een hartstochtelijke dynamiek. Moving Target is vol contrasten. Even grillig en onvoorspelbaar als de muziek van Kevin Volans, Thomas Oboe Lee en Ornette Coleman.

Monoloog voor twee helften was oorspronkelijk een duet, gemaakt bij de presentatie van een rapport over dierproeven ten behoeve van gedragsonderzoek, dat de schrijver Esteban Rivas vorig jaar publiceerde. Voor het theater is deze choreografie uitgebreid tot vier dansers. Gekweld worden en toch verder moeten leven is het thema van het ballet.

Een verstrengelde gestalte ontpopt zich tot een tweekoppig monster dat over de vloer kronkelt. Onder jammerend gepiep en dreigend gegrom (muziek: Denis Dufour en Mari Boine Persen) deelt het zich in vieren. Dit bewegingsstuk doet denken aan het werk van de Amerikaanse gezelschappen Pilobolus en Momix.

Het oudste werk Eloï Eloï heeft zijn kracht behouden. Mede door de voortreffelijke uitvoering van de negen dansers die hun sporen hebben verdiend bij middelgrote gezelschappen als Djazzex, Dansgroep Krisztina de Châtel, Introdans, Dansproduktie of De Nieuwe Dansgroep. Verder werkten mee Shalli Compton-Orser (stagiaire Opleiding Moderne Theaterdans-Amsterdam) en invalster Annemiek Mellink.