Serviërs in Kroatiëwillen van Belgen af

BELGRADO, 26 SEPT. Een leider van de Serviërs in Kroatië heeft gisteren geëist dat een Belgisch bataljon VN-troepen uit Baranja, een door de Serviërs veroverd gebied, wordt teruggetrokken en door andere vredestroepen van de Verenigde Naties vervangen.

Goran Hadzic, de premier van de "Servische republiek Krajina', zoals de Serviërs in Kroatië genoemd hebben, verklaarde tegenover het Joegoslavische persbureau Tanjug, dat de Belgen de Baranja, een gebied in Oost-Kroatië, moeten verlaten omdat zij zich tegenover de Serviërs misdragen hebben. Naar verluidt kwamen zij onlangs in conflict met Belgische VN-militairen, die een gewapende post aan een brug tussen Kroatië en Servië wilden opruimen. De spanning in deze gebieden is de afgelopen weken sterk opgelopen, omdat de Servische milities hier zich - anders dan het "Plan-Vance' van de VN voorschrijft - zich niet door de VN-troepen laten ontwapenen, en Kroatische vluchtelingen hebben aangekondigd zonder hulp van de VN-troepen naar hun huizen in het gebied te willen terugkeren.

De twee voorzitters van de Conferentie voor Joegoslavië, Lord Owen en Cyrus Vance hebben gisteren na hun bezoek aan Banja Luka in het Westen van Bosnië hun grote bezorgdheid uitgesproken over een aldaar door de plaatselijke Servische leiders voorgenomen campagne van "ethnische zuivering' tegen de plaatselijke moslem-bevolking.

Een woordvoerster van het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN verklaarde gisteren in Genève dat er, ondanks de snel toenemende nood in de Bosnische hoofdstad Sarajevo en de naderende winter, nog geen sprake kan zijn van een spoedige hervatting van de humanitaire hulpvluchten. De betrokken regeringen menen dat er nog niet kan worden voldaan aan de minimale veiligheidsgaranties voor de vliegtuigen naar Sarajevo. In de stad gingen de felle gevechten van de afgelopen weken onverminderd verder.

Lord Owen en Cyrus Vance, die vanuit de Kroatische hoofdstad Zagreb een bezoek van een dag aan Banja Luka brachten, noemden de situatie daar “ernstiger dan verwacht”. De acute vrees voor deportatie van de ongeveer 30.000 moslems die nu nog in deze stad van 200.000 wonen, is toegenomen door een recente reeks bomaanslagen en schietpartijen in de stad, waarbij ook doden zijn gevallen. De Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic, die ter begroeting van Owen en Vance naar Banja Luka was gekomen, sprak na afloop de hoop uit dat "de waarheid' over de gang van zaken naar voren was gekomen.