RICHELIEU; Een amoreel en succesvol politicus

The Rise of Richelieu door Joseph Bergin 282 blz., Yale University Press 1991, f 125,95 ISBN 0 300 04992 7

Richelieu wordt, nog steeds, door de Franse politieke klasse als voorbeeld beschouwd. Hij wàs de Franse staat, toen die op een keerpunt in zijn bestaan verkeerde. Na meer dan een halve eeuw van interne verdeeldheid gaf hij de kroon haar macht terug. Onder zijn leiding werd de macht van de Habsburgers gebroken, zodat Frankrijk de Europese grootmacht werd. Dat hij om dit doel te bereiken een verbond moest sluiten met protestanten deerde hem niet. Hogere belangen dan Frankrijk leek de kardinaal niet te kennen. Zijn roep als amorele en succesvolle machtspoliticus hebben bij het nageslacht zijn reputatie slechts vergroot.

De opkomst van zeer succesvolle politici lijkt vanzelf te spreken. Aan de manier waarop Richelieu de almachtige eerste minister van Lodewijk XIII werd, hebben historici dan ook nooit veel aandacht besteed. Dat is ten onrechte. Ook het zeventiende-eeuwse Frankrijk bood weinig mogelijkheden voor buitenstaanders. Posities werden niet op grond van prestatie of vaardigheid verdeeld. Iedereen die carrière wilde maken had brede steun nodig van familie en vrienden, van cliënten en patroons.

Joseph Bergin, die al eerder in een zeer gedetailleerd boek beschreef hoe Richelieu erin slaagde tijdens zijn bewind de tot dan toe rijkste man uit de Franse geschiedenis te worden, onderzoekt in The Rise of Richelieu nu juist Richelieu's leven voor 1624, het jaar waarin hij in feite eerste minister werd. Dat werkt methodisch wel aardig. Hij vermijdt zo de fout om gebeurtenissen te verklaren vanuit onze kennis over hoe ze afliepen. Aan de andere kant is Richelieu's jeugd ook de periode van zijn leven waar het minst over bekend is.

LAGE ADEL

Bergin begint met het geslacht der Richelieus. Het ging om een familie van lage adel, gevestigd in de omgeving van Chinon en Loudun, in de Poitou. Een enkele keer noemden ze zichzelf baron of markies. Dat was fantasie, een wensdroom zonder enige basis. Ze waren niet zeer rijk. Hun enige zicht op de wereld buiten hun streek kwam voort uit hun traditionele diensten aan het machtige huis van de Montpensiers, dat een rol speelde in de nationale politiek.

De familie was altijd klein gebleven. Zowel Richelieu's grootvader als zijn vader waren de enige van hun generatie die kinderen kregen. Hijzelf en zijn twee broers zouden geen kinderen hebben die hen overleefden.

De opkomst van de Richelieus begon met de vader van de kardinaal. François de Richelieu toonde zich al vroeg zeer bekwaam. In 1565 werd hij, zeventien jaar oud, door zijn moeder uit Parijs teruggeroepen om de moord op zijn broer te wreken. François legde een hinderlaag en pleegde een perfecte sluipmoord op de dader, de heer van Brichetières, een van de buren van de familie. De Franse adel was in de vroegmoderne tijd nog maar in zeer beperkte mate getemd. Een oom van de kardinaal kwam om in een straatgevecht voor een Parijs bordeel. Zijn broer Henri werd omgebracht tijdens een toevallige ontmoeting met een vijand.

François trouwde met de dochter van een Parijse advocaat. Ze was niet van adel, maar wel rijk. Haar bruidsschat diende om schulden van de familie af te lossen. Bovendien verbond het huwelijk de Richelieus met de Parijse bestuurlijke elite. Carrière maakte François in het leger. Hij diende in het regiment van de Montpensiers, die in de godsdienstoorlogen de katholieke kant kozen.

Een groot deel van de gevechten van de derde en vierde godsdienstoorlog speelden zich af in Poitou. De katholieke troepen stonden onder leiding van de graaf van Anjou, de latere koning Hendrik III. Tijdens die veldtochten moet hij François hebben leren kennen. Eenmaal koning probeerde Hendrik III de kroon te bevrijden uit de greep van de grote adellijke geslachten die onder mom van hun ijver voor de katholieke zaak het hof beheersten. François de Richelieu was, in 1578, een van de eersten die profiteerden van de politiek van Hendrik vooral dienaren uit de lagere adel te kiezen.

François zag toe op de verzorging van het hof, dat uit duizenden mensen bestond. Hij lette op de inkwartiering, de ravitaillering, de prostituées. Hij sprak recht en handhaafde de orde. Geen taak voor een zachtmoedig mens, en hij verwierf de naam harde en streng te zijn. Hij was echter ook loyaal. Bij de katholieke opstand van Parijs tegen Hendrik III volgde hij zijn meester, en toen die vermoord werd, verbond hij zich aan de wettige opvolger, de protestant Hendrik IV. In de jaren 1589 en 1590 nam hij deel aan diens campagnes om het verzet van de katholieke extremisten tegen zijn opvolging te breken. Vlak voor Hendrik een eind aan de burgeroorlogen maakte door militaire overwinningen, een bekering op het juiste moment, en zijn afkondiging van tolerantie voor de protestanten, stierf François.

RAMP

Zijn dood was een ramp voor de Richelieus. Er was geen volwassen opvolger. François had kunnen rekenen op rijke beloningen voor zijn loyaliteit. Hij had geleefd op grote voet, had zich in allerlei zakentransacties gestort, en bleek zich diep in de schulden te hebben gestoken. Er zouden tientallen jaren overheen gaan voor de financiële gevolgen van zijn overlijden waren afgewikkeld.

Toch zou het François' nalatenschap zijn die de carrière van de latere kardinaal Richelieu mogelijk maakte. De familie hield een claim op de kroon en kon die op beslissende momenten gebruiken. Bovendien had François voor zijn familie enkele van de rijkdommen van de kerk weten te verwerven. Een paar ooms van François waren abt, van kleine kloosters, en een van hen kon hij tot bisschop van Luçon laten benoemen, toen Hendrik III hem de benoeming daarvan schonk. Dat was geen geweldige gift. Het bisdom Luçon lag vlak bij het protestantse bastion La Rochelle en had zwaar geleden in de godsdienstoorlogen. Een groot deel van de bevolking was protestant. De opbrengsten van de goederen die de bisschop onderhielden waren achteruit gegaan. Maar de opbrengst was nog altijd hoger dan die van de familielanden van de Richelieus.

Het bisdom was trouwens niet bedoeld voor de latere kardinaal Jean-Armand Richelieu. Hij werd geboren in Parijs, op 9 september 1585, als de derde zoon van zijn vader. Hij was bedoeld voor het leger, zoals de eerste zoon, Henri. Het was de tweede zoon, Alphonse, die bisschop had moeten worden. Jean-Armand studeerde enige tijd aan de Sorbonne en werd toen op de beroemde militaire academie van Antoine de Pluvinel gestopt.

Veel later, tijdens zijn heerschappij, deden onder zijn vele vijanden hardnekkige geruchten de ronde dat hij als student in Parijs een losbandig leven had geleid. Een enkele jaren geleden gevonden aantekening in een behandelingsboek van een dokter lijkt dat te bevestigen. In 1605 werd Richelieu behandeld voor een verwaarloosde gonorroe. Maar al kort na 1600 werd voor Jean-Armand alsnog voor een kerkelijke carrière gekozen.

In 1592 had de familie de oom-bisschop zijn bisdom al laten overmaken aan hun parochiepriester. De priester bleef in zijn parochie en de familie incasseerde de opbrengsten van het diocees, totdat Alphonse oud genoeg zou zijn om het bisdom met enig fatsoen over te nemen. Maar even na 1600 besloot Alphonse zich aan de voor hem beoogde carrière te onttrekken. Hij werd lid van de strengste monniksorde die hij kon vinden. Zo'n keus was niet ongebruikelijk in de intens religieuze kringen die in deze jaren te Parijs ontstonden. Het ging zeker niet om het ontwijken van verantwoordelijkheid door voor een aangenaam leven te kiezen: het bestaan als kartuizer monnik was geen pretje.

IJVERIG

In 1604 incasseerden de Richelieus hun krediet bij de kroon. Ze wisten de benoeming van Jean-Armand tot bisschop van Luçon van de koning te verkrijgen. Hij was negentien, zeven jaar onder de officiële minimumleeftijd van een bisschop. Al eerder was hij teruggekeerd naar de universiteit. Daar haalde hij de laagste graad in de theologie. Dat was een duidelijk teken van zijn intellectuele belangstelling en van de ernst waarmee hij zijn nieuwe carrière ondernam. Als hij alleen maar een graad had willen halen, had hij, zoals veel bisschoppen in die jaren deden, zonder moeite een titel in de rechten kunnen kopen.

Naast de benoeming door de koning moest Richelieu ook een goedkeuring van de paus verwerven. In 1606 ging Richelieu daarom, een en twintig jaar oud, op zijn eerste diplomatieke missie, naar Rome om voor zijn eigen zaak te pleiten. Met succes: hij verkreeg de goedkeuring snel, goedkoop, en inclusief de dispensatie voor zijn jeugdige leeftijd. Het was het eerste duidelijke blijk van zijn bekwaamheid.

Terug in Frankrijk kon Richelieu het bestuur van zijn bisdom op zich nemen. Hij was de eerste bisschop in mensenheugenis die een preek hield bij zijn inwijding. Het bestuur van Luçon was niet eenvoudig. Verschillende abdijen hadden er grote rechten en veel macht. Deze abdijen waren via stromannen in handen van grote adellijke geslachten, en de enige manier om met hen om te gaan was door diplomatie en onderhandelen. Met het kapittel van Luçon, waarmee zijn familie al tientallen jaren ruzie had, sloot Richelieu vrede. Hij haalde, als een van de eerste Franse bisschoppen, de nieuwe religieuze orden naar zijn bisdom. Hij was de eerste die leden van het Oratorium uitnodigde. Ook Capucijnen werden door hem naar Luçon gehaald om de gewone priesters te onderwijzen.

Richelieu was, kortom, een goede contra-reformatorische bisschop, die het als zijn belangrijkste taak beschouwde om de kwaliteit van de lagere clerus te verbeteren. Voor de plaatsen voor priesters die hij kon vergeven stelde hij een concours in, alweer als een van de eersten in Frankrijk. Hij hield synoden, inspecteerde zijn bisdom, publiceerde nieuwe reglementen, en preekte geregeld. Eén preek is over, die van Kerstmis 1608. Het theologische gedeelte is vervelend. Het proza komt pas tot leven waar Richelieu zijn toehoorders de waarde van de vrede in de politiek, in de familie, en in het persoonlijk leven voorhoudt.

HUGENOTEN

Bergin benadrukt dat in deze jaren Richelieus omgeving een zeer klerikaal karakter verwierf. Zijn latere confrontatie met de dévots is beroemd. In het jaar 1630 vernietigde Richelieu de politieke macht van deze groepen van overtuigde katholieken, die van mening waren dat de Franse kroon aan haar beleid het belang van het katholicisme ten grondslag zou moeten leggen. Richelieu zou hun politiek van aktieve bestrijding van de hugenoten in het binnenland, en ondersteuning van de Habsburgers als kampioenen van de katholieke zaak in het buitenland volledig omkeren. Toch was de jonge Richelieu die de zaak van de dévots was toegedaan. Hij was een van de eersten die deze nieuwe ideeën uit Parijs in de provincie verspreidde.

Het waren de steun uit en de betrekking met het kerkelijk milieu die Richelieu aan zijn eerste benoeming tot minister hielpen. In 1616 werd hij benoemd. Hij had zich verbonden met Maria de Medici, de koningin-moeder, die in deze jaren regent was voor haar minderjarige zoon, Lodewijk XIII. Zij had de regering in feite uitbesteed aan een favoriet, Concino Concini. Het systeem vanm regeren door middel van een favoriet riep altijd tegenkrachten op, omdat machtige edelen zich buitengesloten voelden van de macht en invloed die hen naar hun gevoelens toekwamen.

Richelieu nam enthousiast deel aan de bestrijding van de opstandige edelen tijdens zijn eerste ministerschap. Zelfs bondgenoten van de kroon waren niet gelukkig over de successen die de regering waarvan hij deel uitmaakte in deze strijd boekte, omdat een overwinning de positie van Concini teveel zou versterken. Tijdens deze aarzelingen binnen de groepen waar de regering op steunde nam Lodewijk XIII in 1617 het bewind over van zijn moeder door tijdens een bloedige staatsgreep Concini te laten vermoorden.

Richelieu was het enige lid van het kabinet van Concini dat er relatief goed vanaf kwam. Hèt politieke probleem van het nieuwe regime - want ook Lodewijk XIII regeerde niet zelf, maar had een favoriet - was de koningin-moeder, de patroon van Concini. Richelieu onderhandelde voor haar. Door het nieuwe regime te suggereren dt hij haar kon laten instemmen met de nieuwe ontwikkeling, en haar ervan te overtuigen dat hij het beste voor haar bedong wat mogelijk was, probeerde hij zich onmisbaar te maken.

Aanvankelijk kwam hij ermee weg. Maria de Medici mocht naar Blois vertrekken, met al haar bezittingen en haar ambten. Daar werd Richelieus positie van twee kanten ondermijnd. Aan het hof van de koningin-moeder fluisterde men dat hij niet genoeg voor haar deed en teveel het oog had op zijn reputatie bij het nieuwe bewind. Dat nieuwe bewind wantrouwde hem omdat hij een te vaardig politicus was. Het vreesde dat hij betrokken was bij pogingen om een verbond tot stand te brengen tussen Maria de Medici en ontevreden grote heren. Richelieu werd, op koninklijk bevel, achtereenvolgens verbannen naar zijn erflanden, naar Luçon, en naar de pauselijke enclave van Avignon. Dit was het dieptepunt van zijn leven. Bergin slaagt er niet helemaal in te verklaren waarom men nu eigenlijk zo bang voor Richelieu was.

Tijdens zijn verblijf in Avignon gebeurde waar iedereen bang voor was geweest. Maria vluchtte uit Blois en werd het kristallisatiepunt voor de aristocratische oppositie. Richelieu werd, in 1619, door de kroon teruggeroepen en ingezet als een van de onderhandelaars die haar moesten verzoenen met de kroon. Ook op dit beslissende moment werd Richelieu gesteund door het kerkelijk milieu dat hem sinds zijn benoeming in Luçon bewogen had. Juist de dévots waren nauw betrokken bij de pogingen vrede te stichten tussen de koning en zijn moeder. Hoe ingewikkelder de onderhandelingen werden, des te groter de rol die Richelieu werd toebedeeld. Toen de vrede eenmaal tot stand kwam, kreeg hij ook het grootste krediet.

De rest van het verhaal is niet meer dan door Bergin tot in ieder detail uitgespelde factiepolitiek. Richelieu zorgde ervoor dat hij de enige woordvoerder voor Maria de Medici werd. Tijdens een opstand in 1620 liet hij nogmaals zien hoe makkelijk de koningin-moeder het kristallisatiepunt van opstandige edelen kon worden, maar ook hoe zeer hij haar in de hand had en haar tot een gematigde politiek kon bewegen. De regering tot verzoening. Richelieu werd als beloning voor zijn diensten daarbij kardinaal gemaakt. Hij legde de rode hoed aan de voeten van Maria de Medici, als teken dat het louter haar steun was die hem zover gebracht had.

Verder was het alleen een kwestie van geduld. De factie van de koningin-moeder was zo machtig, dat de andere groepen zich niet konden veroorloven haar niet bij het politieke spel te betrekken. Dat bezorgde Richelieu een plaats in de regering. De internationale politieke problemen in de vroege jaren 1620 waren zo groot, dat de leiders van die regering snel faalden. In augustus 1624 was er niemand anders meer dan Richelieu om de regering aan toe te vertrouwen.

Bergin stelt dat het Richelieu's ervaring gedurende deze jaren was die hem in staat stelde achttien jaren lang, tot zijn dood in 1642, de macht vast te houden. Maar zijn eigen gegevens suggereren dat Richelieu minstens sinds de val van Concini buitengewone politieke kwaliteiten toonde. Hij gebruikte de dévots en Maria de Medici om zijn macht te vergroten. Toen hij eenmaal eerste minister van de koning was geworden, gold zijn loyaliteit slechts deze ultieme bron van macht. Met de dévots brak hij ook met de koningin-moeder. Het is het enige waar hij in zijn testament een zeker kwaad geweten over toont.