ONDERDUIK

Leven in een niet-bestaan. Beleving en betekenis van de joodse onderduik door Ziporah Valkhoff 148 blz., ICODO 1992, f 24,50 ISBN 90 72171 28 4

In Nederland was tot op heden weinig systematisch onderzoek ondernomen gebeurd naar het lot van de 5 à 6000 ondergedoken joodse kinderen (op een totaal van 25.000 ondergedoken joden). Ziporah Valkhoff heeft dit manco verholpen met haar haar thans gepubliceerde doctoraalscriptie Leven in een niet-bestaan. Beleving en betekenis van de joodse onderduik. Dit boek verscheen ter gelegenheid van de tweede conferentie van ""hidden children'' die eind augustus in Amsterdam plaatsvond.

Valkhoff baseert zich op langdurige gesprekken met acht onderduiksters, geboren tussen 1925 en 1932. Ze nuanceert het beeld in het werk van Presser, De Jong en Herzberg, geeft een aantal plausibele verklaringen voor het langdurige stilzwijgen van onderduikkinderen en maakt duidelijk dat de geboden hulp lang niet altijd onbaatzuchtig was.

Minder druk maakt de auteur zich over de representativiteit van haar gesprekspartners en haar keuze om alleen vrouwen te interviewen, baseert ze op vooronderstellingen die zelf voorwerp van onderzoek hadden moeten zijn. De sterke betrokkenheid van de auteur, haar moeder was onderduikkind, wreekt zich soms in een gebrek aan nuancering.

Al deze bezwaren worden grotendeels ondervangen door het inleidend essay van sociologe Jolande Withuis. Zij concludeert uit het gegeven dat zich steeds nieuwe groepen oorlogsgetroffenen melden dat zeer specifieke erkenningsbehoeften in het spel zijn. Mijns inziens dient ook de jeugdige leeftijd van de getroffenen in rekening worden gebracht. Na vijftig jaar, een periode waarin men een bestaan opbouwde, is nu voor velen een periode van relatieve rust, van bezinning en verwerking aangebroken.

    • Gie van den Berghe