"Niet de mafia, maar camorra is actief in Nederland'; "Misdaad valt te bestrijden met bewustmaking'

Prof.dr. J. VAN DIJK, criminoloog te Leiden en tevens directeur criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie, was de opsteller van het gisteren gepresenteerde beleidsplan over de georganiseerde misdaad. De Kamer had vorig jaar om zo'n nota gevraagd. “Als we een FBI hadden gehad, had het schrijven van zo'n plan niet langer dan een week geduurd.”

DEN HAAG, 26 SEPT. De bestrijding van de georganiseerde misdaad in Nederland zal betaald worden door de misdaadondernemers zelf. Het kabinet kondigt in een gisteren officieel gepresenteerd beleidsplan "Georganiseerde criminaliteit in Nederland' aan dat de 38,5 miljoen gulden die volgend jaar besteed zullen worden aan de zware misdaad, rechtstreeks zullen worden betaald uit de opbrengst van strafrechtelijke maatregelen en aanslagen van de fiscus op zogeheten crimineel vermogen.

Volgens de opsteller van de nota, prof.dr. J. van Dijk, directeur criminaliteitspreventie van het ministerie van justitie, zijn er waarborgen ingebouwd om te voorkomen dat dit “terugploegen van crimineel vermogen” niet leidt tot Amerikaanse toestanden. “Het is bijvoorbeeld bekend dat de opsporingsambtenaren van de Drugs Enforcement Agency (DEA) in New York in beslag genomen auto's zelf mogen houden. Dat heeft ertoe geleid dat die agenten voornamelijk verdachten vangen die beschikken over duurdere auto's met airconditioning.

“Het is een beleidsprobleem: we moeten de zaken die wij aanpakken laten bepalen door de ernst van het probleem en niet door de vraag of het lucratief is. Dat soort uitwassen als in de VS willen we in Nederland voorkomen. Hier gaan de opbrengsten van de misdaadbestrijding niet rechtstreeks naar de politie; de departementen van financiën, justitie en binnenlandse zaken tussen ertussen. Met de belastingdienst zijn verder afspraken gemaakt over de samenwerking met politie en justitie. Financiën wilde niet hebben dat Justitie en Binnenlandse Zaken het monopolie zouden krijgen op het aanpakken van criminele vermogens: dat er dus informatie over bepaalde zaken zou worden geheimgehouden voor de fiscus zodat Justitie criminele gelden zélf via een strafrechtelijke procedures in beslag kon nemen.”

Behalve die repressieve aanpak wordt nu sterk de nadruk gelegd op preventieve maatregelen tegen het doordringen van de georganiseerde misdaad in bestuur en bedrijfsleven. Is een ethische code voor ambtenaren en advocaten het geheime wapen tegen de zware misdaad?

“Ik ben ervan overtuigd dat veel bereikt kan worden door ook te kijken naar gelegenheidsstructuren en naar maatregelen die gericht zijn op bewustmaking van mensen die op voor de georganiseerde misdaad interessante functies zitten. Wat dit betreft lopen we voorop in Europa. Een strikt repressieve aanpak zoals in Duitsland is naar mijn mening volstrekt kansloos.”

Relatief nieuw is de vaststelling in de nota dat Nederland inmiddels ook werkgebied is geworden van Italiaanse misdaadorganisaties. Wat wordt daarmee bedoeld? Is dat de mafia?

“De term mafia kan aanleiding geven tot misverstanden. Doorgaans bedoelen Nederlanders daarmee heel algemeen Italiaanse misdaadorganisaties. Kenners weten dat met de mafia die organisatie bedoeld wordt die zijn basis heeft in Sicilië. Sicilianen zijn in Nederland niet actief, wel in Duitsland. In Nederland opereren daarentegen leden van de camorra, de organisatie die afkomstig is uit Napels. Het heeft er alle schijn van dat tussen mafia en camorra een pact gesloten is waarbij is afspraken zijn gemaakt over werkterreinen. De camorra is hier en de aanwijzingen dat zij zich ook in de bovenwereld innestelen zijn er. Bijvoorbeeld via eethuizen en dergelijke.”

De Tweede Kamer heeft bijna een jaar geleden bij de behandeling van de begroting van Justitie gevraagd om deze nota. Waarom heeft het zo lang geduurd?

“De tekst moest tevoren gezien worden door de departementen van justitie en binnenlandse zaken, door het OM, de CRI, de BVD en de politie, die ook weer onderling verdeeld is. Bovendien was ook de Belastingdienst erbij betrokken, in verband met het aanpakken van criminele vermogens, en de PTT in verband met alle ontwikkelingen op het gebied van telecommunicatie en de mogelijkheden tot afluisteren. Al die verschillende diensten probeerden allemaal hun eigen territorium te verdedigen. Iedereen was er erg tuk op dat er geen landjepik werd gespeeld door een andere dienst. Ik heb zoiets in deze omvang nog nooit eerder meegemaakt in mijn ambtelijke carrière. Die nota zou in een week geschreven zijn als Nederland een nationaal opererende misdaadbestrijdingsorganisatie als de FBI had gehad. De bevoegdheden zouden in dat geval volstrekt helder liggen. Nu krijgen we regionale rechercheteams met nationale en zelfs internationale onderzoeken.

“Tijdrovend was bovendien het overleg met bijvoorbeeld de Orde van Advocaten, het accountantswezen en de bankwereld omdat er nogal wat dingen worden gezegd in de nota over de betrokkenheid van vertegenwoordigers uit die branches met de georganiseerde misdaad. De banken gaven te verstaan dat zij beweringen over hun betrokkenheid zeer kritisch zouden bestuderen. Maar het staat onomstotelijk vast dat bankemployés betrokken zijn bij het witwassen van zwart geld. Het was overigens opvallend dat bij de affaires de laatste weken rondom topmensen van verschillende grote banken, de reactie namens die banken in eerste instantie was dat er juridisch niets laakbaars was gedaan. Later werd dan toegegeven dat er toch wel zekere normen waren overschreden. De discussies over die normen gaan naar mijn overtuiging de komende tijd in alle relevante sectoren gevoerd worden.”

Er worden in de nota nogal uitgebreide nieuwe wettelijke bevoegdheden aangekondigd voor opsporingsinstanties zoals het strafbaarstellen van voorbereidingshandelingen, het afluisteren met richtmicrofoons en het onderscheppen van faxverkeer. Hoe verhoudt dat zich met het nogal vage begrip georganiseerde criminaliteit?

“Het is inderdaad geen vastomlijnd juridisch begrip. Maar er zijn dan ook geen voorstellen gedaan om wetten op te nemen in het wetboek van strafrecht die de politie bevoegdheden geven om tegen iets vaags als de georganiseerde misdaad op te treden. De delicten wordt telkens nauwkeurig omschreven. Wat dat betreft kunnen we ons niet vergelijken met Italië waar mensen massaal van hun bed gelicht worden op basis van een noodverordening. Dat zijn strafrechtelijk wilde acties die je hier niet hoeft te verwachten.”