"Niemand leert hier ooit van het verleden'; De bittere verkiezingsstrijd in Roemenië

Open wonden zijn er nog steeds, in Boekarest, bijna drie jaar nadat de Roemenen het regime van de verschrikkelijke Nicolae Ceausescu omverwierpen. De universiteitsbibliotheek en het vroegere gebouw van de Staatsraad zijn zulke open wonden: ze staan nog altijd in de steigers, tegenover elkaar aan het Plein van de Revolutie, herinnerend aan het geweld van toen. De kogelgaten in veel gevels in het centrum. De houten kruisen op het Piata Romana en het Universiteitsplein, de marmeren plaquette op de hoek van Magheru en de Traian Vuia-straat. Simpele teksten: "Glorie aan de helden'. "Hier stierven dertien jongeren'.

Er zijn nog andere open wonden, minder zichtbaar, maar nog veel schrijnender. Nieuwe structuren werden geschapen, duizend nieuwe kranten en tijdschriften en honderdvijftig partijen opgericht, er is vrijheid en morgen kiezen de Roemenen een nieuwe president en een nieuw parlement. Maar onder al die democratische veelvormigheid ligt een basis van wantrouwen en angst. Het debat is scherp, is venijnig. Hier geen compromiscultuur, hier geen consensus en geen dialoog: iedereen beschuldigt iedereen, elke dag - een vinnig koor. Nergens in Oost-Europa verloopt de opbouw van de democratie ongestoord, maar nergens verloopt die opbouw zo moeilijk als hier.

Daarbij was de campagne voor de verkiezingen op het oog niet veel bijzonders. Er zijn wat affiches opgehangen en af en toe zag je een auto met vlaggen en posters rondrijden, en de tv heeft elke avond aandacht aan de campagne besteed. Al die partijen kregen drie minuten zendtijd, en brachten ofwel langdurig het telefoon- en bankrekeningnummer op het scherm, of lieten de partijvoorzitter aan het woord, die in die drie minuten een zo groot mogelijk deel van het partijprogramma afraffelde, struikelend over zijn woorden. Maar verder was het een slappe-koffie-campagne.

En toch: lawaai, ruzie, venijn. Neem vijf willekeurige kranten op zomaar een zaterdag, en noteer de oogst aan beschuldigingen. Het blad România Libera beschuldigt president Iliescu van "smerige leugens'. Het blad România Mare noemt de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden "een demente satraap', "een idioot', "een psychopaat', en "een oude hond van het stalinisme'. Het blad Cotidianul omschrijft presidentskandidaat Gheorghe Funar als "paranoïde'. Funar beschuldigt zijn rivaal Ion Mânzatu van spionage voor de CIA. Mânzatu noemt dominee László Tökés, de man bij wie de revolutie in 1989 begon, "uitschot' en het blad Evenimentul Zilei "een vod' en het Democratisch Front van Nationale Redding bestempelt de Democratische Conventie als "een destructieve en monsterlijke coalitie' die het land aan de Hongaren uitlevert.

Jaren twintig

Politici schreeuwen. Kranten schreeuwen. Niet alleen nu, met de verkiezingen, maar elke dag, al bijna drie jaar lang. Toen deze maand vier vakbondsleiders hun zin niet kregen gingen ze gewoon in hongerstaking, een week lang. Toen László Tökés, de man die altijd net iets overdrijft, weer een gebaar wilde maken, ging ook hij in hongerstaking, en niemand die begreep waarom, en waarom nú, zelfs zijn vrienden niet. Men is drastisch, ongeduldig, wantrouwend en kwaad. Partijen vallen aan de lopende band uiteen. Er zijn vijf liberale partijen, drie Boerenpartijen. De zigeuners hebben vijf partijen. En al die partijen maken elkaar onderling het leven zuur.

Soms, zo lijkt het, komen de jaren twintig terug, en lijken de jaren dertig in aantocht. In het Roemenië van de eerste decennia van deze eeuw bestond democratie alleen op papier en werd het politieke spel gespeeld door een kleine elite van corrupte beroepspolitici. Door de samenleving liep een brede kloof. Aan de ene kant stonden die principeloze, cynische politici: "vraatzuchtige sprinkhanen' zoals Trond Gilberg ze heeft genoemd, die de politiek zagen als een middel om rijk te worden. Verkiezingen werden gekocht en verhandeld, macht werd verkocht en verhandeld. Partijen vertegenwoordigden geen visie, het waren de instrumenten waarmee de gierige partijleiders hun spel speelden: coalitiepartners van vandaag waren de vijanden van morgen.

Aan de andere kant van de kloof stond het volk, aan zijn lot overgelaten, landloos, rechteloos, straatarm en uitgebuit. Dat volk in de dorpen - de urbanisatie was nog niet begonnen - zag dat smerige spel als iets dat bij de stad hoorde, de stad met zijn corruptie en zijn buitenlanders, de joden, de Armeniërs, de parasiterende middenstand, de uitbuitende bureaucratie.

Dat systeem ging in de jaren dertig ten onder aan eigen falen: het leidde tot een weerzin tegen de parlementaire politiek. Toen in de jaren dertig fascistische en populistische bewegingen opstonden die de Roemeense boer wezen op de corruptie van het systeem, en op de noodzaak van een grote schoonmaak en van actie - tégen de politiek, de stad en de minderheden en vóór een eenheid tussen "het volk' en één onaangevochten, boven de partijen staande leider, de koning - vonden ze een willig oor. Het gevolg: pogroms, politieke moorden, straatterreur en uiteindelijk de koninklijke dictatuur.

Anno 1992 levert een déjà vu. Na december 1989 is het vacuüm gevuld door een groot aantal groepen, verenigingen en partijen zonder politieke traditie en zonder de cultuur van dialoog en compromissen die cruciaal is voor een functionerende democratie. Partijen zijn er op uit hun héle programma te verwezenlijken en wel vandaag nog, ervaren elke kritiek als vijandig en vallen bij het eerste interne conflict uiteen.

Het is een gevaarlijk proces, niet alleen omdat het polariseert, maar ook omdat de Roemeense burger snel uitgekeken kan raken op het lawaai dat geacht wordt door te gaan voor die veelgeprezen democratie, en de conclusie kan bereiken dat dit experiment de moeite niet waard is.

Revolutiewinst

Ion Cristoiu is een dikke jongeman met een bol gezicht en kleine bruine oogjes en lang zwart haar dat al een hele tijd niet is gewassen. Ion Cristoiu is ook hoofdredacteur van Evenimentul Zilei en de enige ècht onafhankelijke commentator in Roemenië. Hij heeft zijn krant binnen twee maanden tot de grootste van Roemenië gemaakt, met een oplage van 350.000 exemplaren, met een formule van veel moord en sensatie, afgewisseld met briljante politieke commentaren. Waar de andere kranten zich gedragen als partizanen in de politieke strijd, tierend tegen de tegenstander, is Cristoiu gematigd, down to earth, en kritisch naar àlle kanten.

Ja, zegt hij, veel is déjà vu. ""Het mechanisme van de blinde strijd om de macht is teruggekeerd, net als de corruptie, en de principeloosheid. Iedereen die een baantje wil, richt iets op. Zelfs de Liga van Oorlogsveteranen: broze oude mannen van tachtig komen bij me langs, volbehangen met onderscheidingen, om te vertellen dat zij de echte leiders van de Liga zijn.''

De corruptie, zegt hij, is intens. ""Politiek bedrijven is winstgevend. Zelfs de leiders van minuscule partijtjes hebben recht op een partijhoofdkwartier, waar ze dan prompt een restaurant vestigen, en op een mooie villa. De revolutie ging niet alleen om vrijheid, ze ging ook om huizen. Kijk naar de villawijk Primavara. Na de oorlog schopten de communisten de bourgeoisie eruit, na 1989 zijn de communisten er door de nieuwe nomenklatoera uitgeschopt. Straks zul je zien hoeveel nieuwe ministers en senatoren een nieuw huis nodig hebben.'' Je kent het begrip oorlogswinst, zegt Ion Cristoiu. Wel, hier hebben we het begrip revolutiewinst.

En iedereen doet eraan mee, met wellicht maar één uitzondering: Theodor Stolojan, de premier die oogt als een saaie register-accountant maar die zich, ondanks veel impopulaire maatregelen, door zijn extreme soberheid, zijn gebrek aan ambities en zijn bescheidenheid veel populariteit heeft verworven. Veel Roemenen zouden hem het liefst als president hebben - maar Stolojan heeft geen zin in macht.

Niet alleen Roemeense tradities spelen een rol. Er zijn ook de onbekendheid met het fenomeen democratie, een gebrek aan politieke cultuur en de verschrikkelijke erfenis van de jaren tachtig. Cristoiu: ""Politici kunnen zich nergens aan spiegelen. Hoe gedraagt zich een politicus? Bij jullie word je partijleider na een lange carrière in een partij. Hier word je het van de ene dag op de andere. En verlies je de strijd om de leiding, wel, dan stap je op en begin je een nieuwe partij.'' Kijk naar Toma George Maiorescu, de stichter van de milieubeweging. Toen hij na een schandaal niet op de kandidatenlijst kwam, sloot hij zich aan bij een boerenpartij die van de zorg om het milieu niets moet hebben maar Maiorescu wel hoog op de lijst zette. Er is, zegt Cristoiu, in de politiek, in de pers en in de economie geen respect voor principes. ""Subsidies zijn een vorm van diefstal. De bazen van de staatsdistributiebedrijven verkopen met staatssubsidie gekochte suiker aan privébedrijven die ze zelf hebben gesticht, waarna de suiker voor een hoge prijs op de vrije markt wordt verkocht. Principes? Iliescu roept dat hij geen communist meer is. Geloof jij dat van een man die op zijn elfde al leider van de communistische scholierenbond was, die tweede man onder Ceausescu is geweest en die nog ná de revolutie heeft geroepen dat Ceausescu vooral schuldig was omdat hij de nobele idealen van het communisme te grabbel heeft gegooid?''

Dracula's

Het gevaar bestaat dat de Roemenen net als in de jaren dertig gaan verlangen naar een sterke man die orde op zaken stelt, een "goede vader'. Nu al hameren sommige partijen op dezelfde punten waarmee ooit fascistische groepen veel Roemenen voor zich wonnen: de extreem-nationalistische Partij van Groot Roemenië bijvoorbeeld, en de Beweging voor Roemenië van Marian Munteanu, de studentenleider die in 1990 nog zo lelijk door de mijnwerkers is toegetakeld, en de Partij van Roemeense Nationale Eenheid van presidentskandidaat Gheorghe Funar, een agressieve antisemiet en anti-Hongaar. Cristoiu: ""Nee, niet zij vormen het grootste gevaar. Die extreem-nationalistische partijen bestaan uit demagogen, uit communisten en ex-securisti die met communistische discipline naar de stembus gaan en een paar procentjes krijgen. Zij kunnen geen vuist maken.''

Hetzelfde geldt voor Funar, zegt hij, Roemenië's beste politicus, waar de Roemenen twee jaar hebben aangekeken tegen Iliescu met zijn eeuwige ijzeren glimlach zien ze in Funar een nieuw soort politicus, zelfverzekerd en kortaf, andere kandidaten leuteren, Funar niet, die is bondig en concreet, met beloften voor iedereen, voor de boeren, voor het leger, voor de intellectuelen, voor de kerk. ""Maar winnen zal hij niet. Hij heeft wel succes, en het tragische is dat de politiek er geen conclusies uit trekt.'' Het is nog te vroeg voor die nieuwe sterke man, zegt Cristoiu. Er is nog slechts een tendens. ""Maar als die Beweging voor Roemenië van Munteanu een politicus van het kaliber als Funar in huis had gehad, was het misschien al zo ver gekomen.''

Cristoiu is pessimistisch. Hij is niet de enige, want iedereen ziet die tendens. Maar niet iedereen trekt de conclusies die Cristoiu trekt.

Dorel Sandor is socioloog en staatssecretaris. Hij leidt in dienst van premier Stolojan een think tank van analisten die de stemming in de samenleving, in het parlement, de media, de vakbonden en de minderheden peilt en de regering beleidsalternatieven voorlegt. Zeker, zegt hij, de corruptie is een gevaar, het parlement heeft een slecht imago en de burger voelt zich niet vertegenwoordigd. Dat wordt nog verergerd door de desastreuze rol van para-politieke factoren: de vakbonden, de pers, de minderhedenorganisaties en allerlei bewegingen, die het centrum van hun activiteit verplaatsen van hun eigen belangen naar de politiek. Elke vakbondsleider, zegt hij, moet één dag in de week politicus spelen, dat is opwindend, een leuk spel. Net als kinderen, die vadertje en moedertje spelen om daarna weer gewoon kind te zijn, zo gedragen hoofdredacteuren en vakbondsleiders zich af en toe als politicus. ""Het is rampzalig. Het is de wraak van de communistische opvoeding: arbeiders, schrijvers, vakbondsleiders is altijd gezegd dat ze het zout der aarde zijn. Nu grijpen ze de kans die rol ook werkelijk te spelen, de mijnwerkers die naar de stad komen, de vakbondsleiders die in hongerstaking gaan.''

Maar anders dan Cristoiu is Sandor niet pessimistisch. De Roemenen zijn teleurgesteld, maar ze zijn nog niet zo gedesillusioneerd dat ze weer naar een sterke man verlangen. ""Laten we niet overal Dracula's zien. Een potentiële sterke man kan zich niet manifesteren zonder hulpbronnen: geld, investeringsmogelijkheden, internationale connecties. Heeft hij die niet, dan moet hij agressief zijn.'' Maar zelfs dan heeft hij pas succes als hij handig genoeg is: ""Je kunt manipuleren met dromen, angsten en onzekerheden. Als de sociaal-economische angsten groot zijn, winnen populisten. Als er buitenlandse bedreigingen zijn, winnen nationalisten. Als er veel onzekerheden zijn, winnen de technocraten. Maar niemand in Roemenië is tot dusverre slim genoeg geweest om alle drie die gegevens te misbruiken.'' Pas als dat gebeurt, zegt hij, komt er een nieuwe Funar.

Gelegenheidscoalitie

Zo spelen verwarring en afkeer hun rol bij de stembusslag van morgen. Bij de presidentsverkiezingen gaat de strijd vooral tussen Ion Iliescu, de neo-communist die zo graag sociaal-democraat wil heten en die zijn steun vooral put uit de klasse van aan de macht gebleven communistische nomenklatoeristen en de ongeïnformeerde boeren; en Emil Constantinescu, rector van de universiteit van Boekarest, een intellectueel die innemend is en integer lijkt, maar die te moeilijk praat voor de Roemeense plattelander. De anderen, de extremist Funar, de rechtse natuurkundige Ion Mânzatu, een ex-protégé van Elena Ceausescu die zich nu graag ex-dissident noemt en wiens belangrijkste campagnethema Ion Mânzatu is; de Moldavische ex-premier Mircea Druc, die campagne voert op het monothema van de Roemeens-Moldavische hereniging; en zelfs de kandidaat van het Front van Nationale Redding, de arts en dichter Caius Traian Dragomir, al deze anderen lijken geen kans te maken.

Belangrijker evenwel zijn de parlementsverkiezingen. Maar zes of zeven partijen zullen morgen de drie-procentsdrempel nemen: geen Poolse toestanden hier. Er zal een tweedeling in de politiek komen, met aan de ene kant centrum-links, bestaande uit het Democratische Front van Nationale Redding (FDSN) en de extreme nationalisten, en aan de andere kant centrum-rechts, met het FSN van ex-premier Petre Roman en de Democratische Conventie (CD) van Emil Constantinescu, een veertienpartijencoalitie waarin de Boerenpartij domineert. In de laatste peilingen krijgt de CD dertig procent en komen het FDSN en het FSN uit op elk rond dertien procent; de rest is voor de liberalen, de partij van de Hongaarse minderheid en de ultra-nationalisten.

Ioan Vilau is parlementslid en woordvoerder van het Front van Nationale Redding, het FSN, dat in april uiteenviel, toen de helft van alle parlementsleden opstapte en het FDSN vormde. Beide groeperingen zijn sindsdien verbitterde vijanden. ""Het FDSN is gevormd rond één persoon - Iliescu - en heeft maar één mentaliteit: de communistische. Niet voor niets kwam vóór de breuk het verzet tegen de hervormingen niet van de oppositie, maar van de mensen die nu in het FDSN zitten'', zegt hij, in het paleisje in de wijk Dorobanti, waar het FSN haar hoofdkwartier heeft ingericht. ""Het FDSN wil geen hervormingen, wil geen snelle transformatie van de economie, het wilde vorig jaar zelfs geen deelname aan de coalitie in de Golfoorlog.''

Na morgen, voorspelt Vilau, komt de weg vrij voor een coalitie tussen het FSN en de Democratische Conventie (CD). Het zal nog moeilijk worden, zegt hij, want de CD is een gelegenheidscoalitie die na de verkiezingen uiteenvalt; die veertien partijen hebben hun eigen programma en als we het over de CD hebben weten we niet over wie we eigenlijk praten. Zeker is maar één ding, zegt hij: met het FDSN zal het FSN geen coalitie aangaan.

Frivool

De FDSN, Iliescu's partij, wordt geleid door Oliviu Gherman, een zware man met waterige oogjes en een grote dot wit haar. Hij is vice-voorzitter van de Senaat en partijvoorzitter. Eigenlijk, zegt hij, ben ik natuurkundige, als politicus ben ik pas twee jaar oud. Het FSN is volgens hem de partij van het wilde liberalisme en van de persoonlijke dictatuur van ex-premier Petre Roman. ""Het Front wil dat de staat zich uit de economie terugtrekt. Dat is onaanvaardbaar. Het Front wil privatiseren. Maar hoe? Deze twee jaar hebben we gezien hoe er door Roman en zijn Front is geprivatiseerd: het bezit van de staat is in handen gevallen van privépersonen met banden met de centrale macht, dieven en speculanten. Het is een grote uitverkoop geweest. Er zijn al twintig (lei-)miljardairs! Het was geen privatisering, het was diefstal.'' Wij willen dat de staat de economie blijft leiden, zegt Gherman, we moeten sociale rampen voorkomen, we moeten geen generatie opofferen aan de hypothetische rijkdom van een volgende generatie. Het FSN moedigt mensen aan zo snel mogelijk rijk te worden, dat is verkeerd, zegt hij, dat is frivool.

Hij wil niets weten van de klassieke lezing, dat bij de breuk van het Front in april de (ex-)communisten zich in het FDSN nestelden en de hervormers en technocraten lid van het FSN bleven. Het FDSN is uit het FSN gestapt, zegt hij, wegens de geschillen over doel en tempo van de hervormingen en de dictatoriale trekjes van Petre Roman. En als dat Front en de CD morgen winnen, keert het verleden terug, zegt hij, want in die CD, dat weten we allemaal, wordt de dienst uitgemaakt door de Boerenpartij, en wat wil de Boerenpartij? Ook dat weten we allemaal, zegt Gherman: de restauratie van het vooroorlogse Roemenië.

In Roemenië vecht het verleden met de toekomst - over de rug van de bevolking, die al dat lawaai gadeslaat met scepsis en wantrouwen. Zij heeft andere zorgen. Ze moet overleven in een land waar de inflatie alleen vorig jaar al 1100 procent bedroeg. De Roemeen is verpauperd. De schaarsten van vroeger zijn er niet meer, de winkels liggen vol luxe, van de parfums van Dior tot Japanse geluidsapparatuur. Maar het gemiddelde maandloon bedraagt 19.000 lei - nog geen tachtig gulden, en honderdduizenden moeten rondkomen van pensioenen van 4000 tot 6000 lei per maand, wat omgerekend neerkomt op twee tot drie kwartjes per dag. Als daar hun huur nog afgaat, houden die bejaarden te weinig over om per dag een halve kilo aardappelen te kopen, want aardappelen kosten ook al honderd lei per kilo. Een op elke vijf Roemenen leeft onder het bestaansminimum: vijf miljoen mensen, en hun aantal groeit.

Sommigen bedelen, op straat, op de terrasjes waar Boekarest weer een klein beetje de sfeer ademt van het Parijs van de Balkan dat het vroeger was, voordat Nicolae Ceausescu met zijn kaalslag begon. Anderen zoeken een bijbaantje, vegen de straat of verkopen lootjes of ijs. Weer anderen verkopen het familiebezit, en daar hangen ze dan, in de nieuwe antiquariaten aan de Calea Victoriei, de eeuwenoude ikonen, de koninklijke decoraties, de schilderijen van klassieke Roemeense meesters als Camil Ressu en Tonitza, die 2,5 tot 3,2 miljoen lei moeten kosten, en 3,2 miljoen lei is maar 12.800 gulden, niet veel voor een museumstuk, maar 3,2 miljoen lei is ook de prijs van een driekamerflat in hartje Boekarest: een astronomisch bedrag.

Maar slechts weinigen hebben familiebezit om te verkopen. De meesten zijn aangewezen op de marktjes, waar de boeren hun paprika en pruimen aanbieden, of doen hun bescheiden boodschappen in Lipscani, de oude wijk van Boekarest, waar zigeuners tweedehands kleren verkopen, waar balletje-balletje wordt gespeeld met coladoppen en een stukje lucifer en waar zigeunervrouwen en mannen met harde stemmen "cumpar actiuni' roepen, "ik koop aandelen', met soms de prijs erbij: 2500 lei, een tientje. Voor die aandelen - die elke Roemeen in het kader van de privatisering cadeau krijgt van de staat - raken die verpauperde Roemenen hun persoonlijke aandeel in 's lands toekomstige welvaart kwijt, voor dat bedrag zijn ze weer even straatarm als tevoren.

Nee, zegt Ion Cristoiu, het is niet verwonderlijk dat de Roemenen weer verlangen naar een sterke leider, die helderheid brengt in de chaos. ""Als we in Roemenië deze twee jaar een president hadden gehad die zijn lot echt aan de hervormingen had verbonden, zou onze economie er niet beter voorstaan, maar onze politiek wel. We hebben sinds 1938 vier dictatoren op rij gehad. Zij zijn alle vier als populaire leiders begonnen, tot ze te ver gingen. Als morgen een parlement wordt gekozen dat net zoveel stupiditeiten uithaalt als het vorige, staat er een nieuwe Antonescu op. Niemand leert hier ooit van het verleden. We leren pas van het verleden als het te laat is.''