Mini-Europa als proefballon, een les voor Britten en Denen

BRUSSEL, 26 SEPT. Bij het begrip "mini-Europa' plegen inwoners van Brussel te denken aan de naar Madurodam-voorbeeld ingerichte toeristenattractie naast het Heizel-stadion. Een parkje met weerbestendige maquettes volgens Europese thema's - hand beschilderde kneuterigheid voor miezerige dagen.

Met "mini-Europa' wordt sinds deze week in de media echter het plan aangeduid om de Europese Unie alle valuta-perikelen en onwillige Britten en Denen te besparen en naar voren te vluchten: Frankrijk, Duitsland en de Benelux zouden het goede voorbeeld kunnen geven en in een soort frank/mark zone alvast een kleinere politieke en monetaire unie gestalte kunnen geven.

Het idee heeft in deze onzekere tijden een hoog rode-lap gehalte. Het geeft voor het eerst een duidelijk antwoord aan alle non!-roepers, europaniek-zaaiers en "franc-tireurs' op het Europese ideaal, die de laatste weken vooraan op het podium hebben gestaan. Het antwoord luidt zo: wie niet mee wil doen, kan op de reservebank plaatsnemen en toezien hoe de economische sterke landen met hun kleine toeleveranciers voortaan het spel om welvaart en aanzien zullen domineren. Een nieuwe intergouvernementele conferentie, een nieuw verdrag, en de nieuwe Unie kan geboren zijn. Brussel kan er buiten blijven, net als met de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, waarvoor het Verdrag van Schengen tussen dezelfde landen werd gesloten. Niet met u? Dan zonder u.

Het ongenoegen bij de Maastricht-aanhangers over nota bene EG-voorzitter premier Major was de afgelopen dagen immers met sprongen gegroeid. Na het Franse referendum hing Major uit alle macht aan de rem - Londen wilde ratificatie zo ver mogelijk uitstellen en eerst uitgebreid nadenken over de koers die Europa in zou moeten slaan.

Voor het eerst werd er in Brussel met weemoed aan Margaret Thatcher gedacht - die had de opstand in eigen gelederen wel platgewalst. Maar Major ontbrak het kennelijk aan ervaring en moed om "Maastricht' bij het Lagerhuis in te dienen en zijn partij duidelijk te maken dat ze konden kiezen: het verdrag aanvaarden of een tweede leiderschapscrisis binnen een half jaar. Dan was de boodschap wel overgekomen. Elf van de twaalf lidstaten hadden dan voor 1 januari het verdrag geratificeerd, waarna alle aandacht, zoals afgesproken, gericht kon worden op het vermalen van de Deense bezwaren tot een net protocol, dat als aanhangsel bij het Verdrag kon worden gevoegd. Een schoonheidsoplossing was het niet, maar in "Europa' geldt als in geen andere politieke omgeving: hebben is hebben. Het mocht niet zo zijn.

Major bleek voor uitstel te kiezen. Bij iedere gelegenheid zaaide hij bovendien twijfel aan de levensvatbaarheid van het Verdrag, dat hij zelf tekende onder de uitroep dat Engeland "in het hart van Europa' behoorde.

Major is nu het initiatief in Europa kwijt. Het Britse voorzitterschap kan voor gesloten worden verklaard - het Verenigd Koninkrijk wacht hetzelfde lot dat Nederland als EG-voorzitter vorig jaar mocht smaken toen het eerste ontwerp voor Maastricht was verworpen: gepasseerd worden door Frankrijk en Duitsland.

De gedachte om een "mini-Europa' te beginnen lijkt vooral een proefballon, bedoeld om de Unie-tegenstanders in Denemarken en Engeland te disciplineren. Bedoeld om aandacht gevangen te houden in de aanloop naar de "Top van Birmingham', op 16 oktober bijeengeroepen om de eenheid te herstellen.

Officieel laten de would-be initiatiefnemers van Klein Europa in Parijs en Bonn weten nergens van te weten. Maar de gedachte van de kleine Unie begint desondanks vleugeltjes te krijgen. Commissie-voorzitter Delors taxeerde het deze week als een reële mogelijkheid. Een "Europa van twee snelheden' bestaat op sommige gebieden al in de Gemeenschap, merkte hij op. Volgens Delors is dat helemaal niet schadelijk gebleken voor het streven om uiteindelijk met twaalf lidstaten een unie te kunnen vormen.

Gisteravond wezen vijf christen-democratische regeringsleiders op een partijbijeenkomst in Brussel officieel de gedachte aan een "mini-Europa' van de hand. Maar de manier waarop was interessant. Net als Delors wezen zij op de vele mogelijkheden van uitstel, de uitzonderingsposities en de diverse invoeringsfasen die het Verdrag biedt. Conclusie: ook binnen "Maastricht' zijn meerdere snelheden nodig, ook binnen "Maastricht' valt al een kerngroep van gevorderde landen te vormen. Alleen is dan de pretentie gehandhaafd dat de Europese Unie een symbool is van gezamenlijke voortgang. Het was de paradox van Europa ten voeten uit - eenheid is alleen mogelijk door verdeeldheid toe te staan.