Michael Matthews maakt van Kras een swingend stuk

Voorstelling: Kras, van Judith Herzberg. Concept/regie: Michael Matthews. Spelers: Alida Neslo, Perla den Boer, Ali Çifteci, Marline Williams, Dennis Rudge, Hilt de Vos e.a. Gezien: 25/9 in theater Lantaren/Venster, Rotterdam. Aldaar t/m 3/10.

Kras is aardig op weg een Nederlandse klassieker te worden: in 1988 gespeeld door Maatschappij Discordia, in 1989 door Toneelgroep Amsterdam en nu terug in een werkplaatsproduktie van Lantaren/Venster - dat overkomt een Nederlands stuk zelden of nooit. Het als well made play vermomde mysteriespel van Judith Herzberg geeft dan ook alle aanleiding tot interpretatie; het bergt het geheim in zich van een oude moeder die haar allang uithuizige kinderen terugroept omdat ze elke nacht een inbreker over de vloer heeft. Niemand weet of ze die inbreker zelf verzonnen heeft, maar ze krijgt de gewenste aandacht.

Discordia heb ik destijds niet gezien, Toneelgroep Amsterdam wel. Onder leiding van Gerardjan Rijnders werd toen een bitterzoete tragikomedie vol onderhuids verdriet gespeeld volgens de regie-aanwijzingen van de schrijfster. Maar de uit Amerika afkomstige Michael Matthews heeft geen boodschap aan dat Hollandse onderhuids. Hij zet er een ander, veel veelzijdiger soort onderhuids tegenover, met bewegingspatronen uit het danstheater, gechargeerde emoties, het ritme van de cajun en de navrante ondertoon van Singin' in the rain.

In de Kras van TGA vormde de moeder het middelpunt. Ze probeerde uit alle macht het zichtbaar uit elkaar vallende gezin bij elkaar te houden en door haar vlagen van afwezigheid en opkomende dementie werd soms zelfs de eenheid even hersteld. Ik vermoed dat Matthews het gezin tot een achterhaald instituut heeft willen verklaren; in zijn Kras verwijlt de moeder (met een etherische glimlach vertolkt door Alida Neslo) allang in een andere wereld. Ze praat alleen nog met haar inbreker, hier prachtig gespeeld door de volgspot, en is in dat gezin nauwelijks het middelpunt meer - als haar kinderen zich druk maken om hun relaties en hun prestige, zit ze meestal afzijdig op de bank.

In een crèmekleurig toneelbeeld, een tuin-achtige ruimte vol staande schemerlampen op kronkelstaken, haalt Matthews met die kinderen baldadige grappen uit. Druktemakers zijn het, die alleen af en toe met een freeze in bedwang worden gehouden. In de cruciale scènes krijgt de tekst nog alle aandacht, maar verder wordt de met zoveel raffinement geschreven small talk van het burgermilieu er oneerbiedig en met aanstekelijke vaart doorheen gejast. Het swingt en het balanceert effectief tussen tragedie en komedie, maar Herzbergs ragfijne woorden raken naar mijn smaak soms nogal bekneld. Ik hield er, inderdaad, gemengde gevoelens aan over.