Juweeltjes van korte films op Filmdagen

UTRECHT, 26 SEPT. Een van de grootste verrassingen van de twaalfde Nederlandse Filmdagen is de speelfilm Richting Engeland van André van Duren, grotendeels gefinancierd door de televisie, maar omdat de NCRV geen moeite had met een bioscooproulement vóór de uitzending, krachtens de nieuwe festivalreglementen wel meedingend naar een Gouden Kalf. Dat zou dan toegekend moeten worden in de categorie korte films, want de door Willem Wilmink en Peter van Gestel geschreven produktie blijft net binnen de lengte van een uur. Van Duren maakte al eerder in samenwerking met Wilmink een prachtige, in Twente gesitueerde film vol jeugdherinneringen van de schrijver, Het verhaal van Kees. Van Durens daarna kort in de bioscoop vertoonde film Een dubbeltje te weinig bleef net iets te veel steken in oppervlakkige nostalgie naar de overzichtelijkheid van de jaren vijftig. In Richting Engeland, waarvan het verhaal zich afspeelt in een fictief calvinistisch stadje nabij de grote rivieren en de zee, is hetzelfde verlangen voelbaar, maar in het scenario opgetild naar een abstracter, algemener niveau. De dialogen bestaan veelal uit het soort laconiek-pregnante zinnetjes waar Wilmink patent op heeft.

De verteller (Gerard Thoolen op de geluidsband) keert in gedachten terug naar zijn jeugd op het gereformeerd gymnasium. In die herinnering wil de vader (Peter Faber), een fabrieksarbeider met zeer uitgesproken ideeën over het leven, aanvankelijk maar niet te voorschijn komen. Eerst moet zijn zoon (Geert Lageveen) ontdekken hoe de wereld van de grote mensen in elkaar zit, waarom die over zo veel dingen nooit spreken kunnen of willen. Hij leert veel van de als godheden op afstand bewonderde leraren, vooral van de plotseling overleden, in plechtstatige volzinnen sprekende tekenleraar meneer Kleiboer, met subtiele streken in een weergaloos knap bijrolletje neergezet door Huib Broos. En van de kapper (Carol van Herwijnen), die na betrapt te zijn op travestie, zomaar de zee inliep, Richting Engeland.

In de tweede helft van de film duikt Faber dan toch op, in een rol die zijn beste werk voor dit medium van vele jaren geleden in herinnering roept. Van Durens film gaat over het geheim van de dood en de rouw om mensen uit het verleden, die je nooit goed hebt kunnen leren kennen. Met simpele, poëtische middelen kwam zo een miniatuurtje tot stand, dat zonder meer behoort tot het beste wat er het afgelopen jaar in Nederland gemaakt is.

Een jury, die een dergelijke halflange speelfilm moet vergelijken met een perfect animatiefilmpje van een minuut (Maarten Koopmans De 4 jaargetijden, een vierluik met kikker) of de veelbelovende korte vingeroefening van Mart Dominicus (Een zondagmiddag in het park), valt niet te benijden. Dominicus, ex-hoofdredacteur van het filmblad Skrien en tegenwoordig werkzaam bij het Filmfestival Rotterdam, toont ons in een reeks statische, maar geestige tableaux variaties op een eenvoudig thema: jongen en meisje op een bank, met walkman, picknickmand en draagbare telefoon en televisie. Hun onderlinge communicatie bestaat uit afgemeten, als in een musical in scène gezette fysieke contacten, maar de hoofdzaak in hun leven lijkt solitair genoten elektronisch entertainment te zijn. Als ze aan het slot van de puntige film een paraplu opzetten, regent het apparaten.

Marc van Uchelen (de jeugdige hoofdrolspeler in De aanslag) en Fulco Lorenzo nemen wraak op hun veelvuldige afwijzing voor toelating tot de Filmacademie met een in eigen beheer vervaardigd kort filmpje, Bloody Mary. Door presentatie van dit hyperrealistische, met veel flair gemaakte, woordloze duel tussen een barmeisje en een onbehouwen cafébezoeker, dat inhoudelijk weinig om het lijf heeft, maken ze handig gebruik van het podium dat de Filmdagen biedt om een visitekaartje af te geven. Datzelfde geldt voor de vijfenveertig studenten van diverse kunstacademies, die dit jaar voor het eerst in Utrecht hun eindexamenfilmpjes mogen laten zien. Van wat ik tot nu toe zag, bevallen de twee produkties die Elsbeth Dykstra op de Rietveld-academie maakte het best: een puntgave experimentele impressie van een troosteloos Frans hotel (de titel luidt dan ook simpelweg Hotel) en Susie Goose, een flamboyante hommage aan de felle kleuren van jaren zestig-design, met bewegende Barbiepoppen.

    • Hans Beerekamp