Hulp aan Indonesië

President Soeharto van Indonesië heeft een interessant voorstel gedaan - wel of niet geïnitieerd door minister Pronk: Nederland zou voortaan steun aan andere ontwikkelingslanden kunnen geven, zodat die dan gebruik kunnen gaan maken van Indonesische expertise.

Sommige Nederlandse politici vragen zich af of dat te rijmen valt met de wens van Indonesië om geen ontwikkelingssteun meer van Nederland te ontvangen. Onze steun zou immers naar andere ontwikkelingslanden gaan en Indonesië is slechts de leverancier van software of eventueel ook hardware.

Soeharto ontpopt zich hiermee als een goede zakenman. Hij weet dat het een oud principe van Pronk was om aan het ontwikkelingsland de vrijheid te geven het Nederlandse geld ook in andere landen om te zetten.

Met het plan wordt de deur opengezet naar een internationale aanpak van ontwikkelingssamenwerking waarbij de ontwikkelingslanden elkaar kunnen adviseren en helpen, en de steun uit de ontwikkelde landen kan worden gespreid over meer belangstellenden, die daarna elkaar weer kunnen steunen. Dat is toch weer anders dan nu al wordt gedaan door de Wereldbank, die vooral projectgeld levert en zich minder bezighoudt met de blijvende coördinatie van ontwikkelingsplannen van arme en rijke landen tezamen.

Die steun uit de rijke landen blijft natuurlijk van het grootste belang, ook al stelt men blijkbaar in Indonesië en wellicht ook in andere ontwikkelingslanden, dat ze eigenlijk al geen ontwikkelingsland meer zijn. Het criterium daarvoor is zeker niet alleen het nationale inkomen, maar vooral ook het maatschappelijk en economisch niveau van de inwoners. De achterstand is nog steeds geweldig groot - ook in Indonesië, waar maatschappelijke, wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen op eigen kracht weinig aan de orde zijn. Steun daarvoor blijft uiteraard belangrijk. Het idee van Soeharto - of was het misschien ook Pronk - geeft wellicht een beter aanvaardbare methodiek ter verbetering.