Hoe Sjoera in Bern de roebel gaat redden

MOSKOU, 26 SEPT. Het verjaardagsetentje van Ira is al vijf uur aan de gang. Maar dan komt Sjoera toch binnenlopen. Hijgend ploft hij neer op de sofa en laat zich de bietensla voorzetten. Het is een zware dag geweest. Sjoera heeft weer veel moeten regelen. Volgende week gaat hij naar Duitsland om er zijn nieuwe Mercedes af te halen. Het zal zijn derde worden. De twee die hij reeds in bezit heeft, hebben hem nog niet kunnen verzadigen omdat ze van een ouder type zijn.

Sjoera is pas 32 jaar oud. Hij weet niettemin dat de toekomst van Rusland in zijn handen ligt. Sinds een paar jaar leidt hij, chemicus van origine, de oliebeurs in Moskou. Dat is geen slechte baan, getuige zijn uitdijende wagenpark en zijn beslissing deze zomer om voor een cijfer met vijf nullen z'n intrek te nemen in een hotel in een schoon datsjadorp ver buiten de stad.

Maar bevredigend is het toch niet. De "nieuwe klasse' in Rusland wil meer. Biznisman Boris heeft me dat eerder tijdens het diner al uitgelegd. Vergeleken met Sjoera is Boris, 35 jaar, een kleine jongen. Hij doet in consumptiegoederen. Zo koopt hij bij de Koninklijke Spiritus in Nederland Royal Spirt, die hij vervolgens in Rusland laat "ombouwen' en dan op straat als wodka wordt verkocht. Hij moet het eigenlijk allemaal in zijn eentje doen. Delegeren durft hij niet. Maar uiteindelijk heeft ook hij een hoger doel dan straathandel: iets maken, produktief zijn voor volk en maatschappij. Boris vertelt het met de hypernerveuze motoriek van een valutamakelaar in Londen.

Sjoera daarentegen wil de rust zelve uitstralen. Hij is zeker van zijn zaak. Bescheidenheid zou hem ook niet van pas komen. Want na Duitsland wil Sjoera naar Zwitserland doorrijden om er met een aantal financiële topdogs te overleggen over iets groots: de roebel redden!

Wat? Ja, inderdaad: de roebel redden. Van de ondergang. Op de "zwarte markt' in Sint-Petersburg krijg je voor een dollar nu al 305 roebel. Officieel is de koers deze week op 248 roebel op één dollar bepaald. Dat kan zo niet doorgaan. Dat ondermijnt elke structuur in de markt. In Zwitserland hoopt Sjoera nu een aantal bankiers te interesseren voor zijn project. De andere gasten aan tafel knikken instemmend. Maar hoe? Sjoera wil er weinig over kwijt. Het is in deze fase nog een “commercieel geheim”. “Waar kom jij eigenlijk vandaan? Ben je soms Joegoslaaf”, wil hij weten. “Hollander? Nou, dan begrijp je dat er in ruil voor olie toch iets te doen moet zijn om de roebel te ondersteunen”. Eerlijk gezegd niet. Het valt me juist op dat de grote olieconcerns tot nu toe niets doen om de Russische olie-industrie te hulp te komen. “Onverstandig van ze. Als Shell niet morgen in Rusland komt investeren, zijn ze te laat”, antwoordt Sjoera onverbiddellijk. Dat ze er bij de Koninklijke Olie/Shell vooralsnog heel anders over denken, maakt op hem geen indruk.

“Maar, Sjoera, is het niet een beetje te veel bluf van één biznisman om in zijn eentje de munt van zo'n groot land te redden?”. Nee dus. “Wij moeten het doen. Aan de politici kan je het niet meer overlaten”. Niet voor niets zit Konstantin Borovoj van de Algemene Koopmansbeurs van Moskou sinds kort ook in de politiek.

Verwonderd maar voldaan of zoveel staatsmanschap rijd ik terug naar huis. Bij het stoplicht voor het Pavelevski-station stuit ik op een man die midden op straat heen en weer strompelt. Hij loopt op krukken. Zijn rechterbeen is halverwege afgezet. De wond is tot nu toe niet mooi genezen. Het bloed sijpelt door het verband heen. Het accentueert vooral de rest van zijn lompen. Hortend en stotend gaat hij langs de automobilisten die voor het rode licht moeten wachten. Soms krijgt hij een aalmoes, soms niet.

Echt tijd hebben de automobilisten niet voor hem. Het geld wordt hem haastig door de raampjes toegeworpen. Als het licht op groen springt, is het weer gasgeven. De invalide bedelaar laat in die haast per ongeluk een één-roebelbiljet uit zijn handen glippen. De roebel dreigt door de wind en piepende banden weg te waaien. Moeizaam met zijn rechterkruk het asvalt aftastend, probeert hij het geld te redden.

De auto's schieten hem ondertussen aan alle kanten voorbij. Want het maatschappelijke snelverkeer gaat uiteraard gewoon door. Op naar Zwitserland.