Het Maastrichts (1)

Een essay hoort zelfverzekerd te zijn. Daar hoort geen vraagteken in. De zelfverzekerde toon die Anil Ramdas in zijn serie korte essays over de multiculturele kosmos in verleden, heden en toekomst aanheft, doet vermoeden dat hij Harry Mulisch met diens "compositie van de wereld' nog wil overtreffen.

Daartoe is de grote greep - China, Luther, Afrika - de doeltreffendste werkwijze, ook de losse greep in de bestaande literatuur, en zeker het uitgangspunt dat de geschiedenis een grabbelton is waarin het naar hartelust graaien is.

Maar de hoofdstrekking van zijn essay van vorige week ("Het Maastrichts') is duidelijk: Europa wijkt af van de rest van de wereld omdat hier de bestuurstaal de volkstaal overnam. Daarna was het nog maar een kleine stap naar de parlementaire democratie. Er wordt verwezen naar Duitsland. Nota bene Duitsland, het land dat zijn democratie niet te danken heeft aan de volkstaal maar aan twee verloren wereldoorlogen. De relatie tussen bestuurstaal en volkstaal is echt iets ingewikkelder. Het is zelfs de vraag of er wel één theorie over op te stellen is, tenzij men natuurlijk Jan Romein als leidsman neemt. Zonder de elementen staat, macht, modernisering èn het stomme toeval erbij te betrekken is elke verklaring van de natievorming, zelfs in een kort essay, onverantwoord schetsmatig.

Grosso modo verliep het in sommige delen van Europa ook eerder omgekeerd: de politieke machthebbers wisten in de vorige eeuw de diverse regio's die zij tot de hunne beschouwden tot één natiestaat om te smeden door het ratjetoe aan volkstalen en dialecten geforceerd ondergeschikt te maken aan de bestuurstaal. Dat deze bestuurstaal geen latijn was maar Hoogduits, Italiaans of ABN doet daar weinig aan af, want deze bestuurlijke "volkstalen' werden slechts door een zeer kleine minderheid van de onderdanen gesproken. Juist omdat de volkstaal uiteindelijk de bestuurstaal van de elite volgt, neemt het aantal talen in de wereld zienderogen af. En trouwens, spreken de meeste leidinggevenden in politiek, bedrijfsleven en media niet al een soort bureaucratisch Europees koeterwaals, wat Ramdas "het Maastrichts' noemt?