GOLFOORLOG

Western Europe and the Gulf door Nicole Gnesotto & John Roper (e.a.) 219 blz., Institute for Security Studies Western European Union 1992, f 72,- ISBN 2 909567 00 1

Twee jaar geleden kwam een eind aan de winterslaap van de WEU, de Westeuropese Unie. Tot dan toe had deze uit negen Europese landen bestaande defensie-organisatie zich beperkt tot wat afstandelijke discussies over het Europese veiligheidsbeleid en dito verklaringen. Een van die verklaringen met de benaming ""Platform on European Security Interests'' deed een Britse diplomaat verzuchten: ""Nice platform, but where is the train?''. De grotere broer van de WEU, de Navo, had, zolang het om de veiligheid van de Europeanen ging, de touwtjes in handen, maar kon buiten het eigen verdragsgebied weinig uitrichten.

De inval van Irak in Koeweit bood de Westeuropese Unie in augustus 1990 de kans voor het eerst een militaire operatie op poten te zetten. Maar toen in de nacht van 16 op 17 januari 1991 de oorlog tegen Irak begon, voeren Britse, Franse, Italiaanse en Nederlandse schepen onder Amerikaans commando voor de kust van Koeweit. Groot-Brittannië en Frankrijk waren de enige twee Europese landen die grondtroepen inzetten bij de bevrijding van Koeweit. De kans op samenwerking tussen de Europese landen in de Golf-oorlog was daarmee definitief verkeken.

Het Verdrag van Maastricht en de oorlog in het voormalige Joegoslavië maken eventueel gezamenlijk militair optreden van de negen WEU-lidstaten weer actueel. Western Europe and the Gulf, een terugblik op het Westeuropese optreden in de Golf, is dan ook welkom. Helaas laat het boek de lezer in meer dan één opzicht met lege handen achter. Het is een verzameling artikelen, meest over de negen WEU-lidstaten tijdens het Golf-conflict. Ten slotte is er nog een afsluitende bijdrage van een medewerker van Secretaris-Generaal Wim van Eekelen over hoe het secretariaat van de WEU het steeds maar weer uiteenvallende beleid van de verschillende lidstaten probeerde te coördineren.

Helaas slagen de meeste auteurs erin met wijdlopige beschouwingen de interessante vragen over Europees veiligheidsbeleid te omzeilen. Zo krijgt de lezer geen antwoord op de vraag hoe de Europese landen hun beleid zouden moeten inrichten om vlakbij (Joegoslavië) en ver weg (Irak) eensgezind te kunnen optreden.

De kampioen wijdlopigheid in dit boek is Henk Neuman, die het hoofdstuk over Nederland voor zijn rekening heeft genomen. In zijn ""View from The Hague'' passeren allerlei wereldproblemen de revue: de Duitse eenwording, het uiteenvallen van het Oostblok, het Amerikaanse defensiebeleid, de Navo-top in Londen en de weinig actieve houding van Duitsland tijdens het Golf-conflict. Op de rol die Nederland in de Golf op politiek en militair gebied speelde, wordt echter nauwelijks teruggeblikt.

Wel interessant is het hoofdstuk over Duitsland. Het Golf-conflict kwam de Duitse regering, net bezig met de hereniging van de twee Duitslanden, uiterst ongelegen. Hoe zou de Sovjet-Unie reageren op de militaire inspanningen van een groot aantal Navo-lidstaten in een regio die ook voor de Sovjet-Unie van vitaal belang was? Zou de broze toenadering tussen Oost en West daaronder lijden? Dit soort vragen spookte door de hoofden van de beleidsmakers in Bonn en verklaart veel over de terughoudendheid van Duitsland in het Golf-conflict. Pas na lang aarzelen werd Navo-bondgenoot en buurman van de Sovjet-Unie, Turkije, militaire steun verleend. Verder werd er flink met de geldbuidel gezwaaid. Alles bij elkaar betaalden de Duitsers 18 miljard DM, tien procent van de kosten die de geallieerden hebben gemaakt.

Een ander manco van dit boek over de Golf is het grote aantal slordigheden en feitelijke onjuistheden. Zo zou volgens een van de auteurs een squadron Nederlandse F-16 vliegtuigen van de Koninklijke Luchtmacht de strijd met Saddam Hussein hebben aangebonden. Dat de F-16's tijdens het Golf-conflict op hun thuisbases bleven, is de eindredacteuren kennelijk ontgaan.

Als naslagwerk voldoet het boek ook al niet. Wie op zoek is naar de resoluties van de Veiligheidsraad die het richtsnoer voor het Europese optreden waren, zoekt tevergeefs. Zelfs de communiqués met de besluiten van de ministers van Buitenlandse Zaken en van Defensie van de WEU over de politieke en militaire rol van de Westeuropese Unie in de Golf ontbreken. Voor diegenen die sceptisch denken over de mogelijkheid en wenselijkheid van een gezamenlijk Europees defensiebeleid is dat ongetwijfeld een teken aan de wand.