Donderdag 17 september 1992 Vandaag is de dag van ...

Donderdag 17 september 1992 Vandaag is de dag van mijn toespraak in Leiden die door Wio Joustra in de Volkskrant aangekondigd werd als ""the Mother of all Speeches''. Geestig maar wel een beetje overdreven, al heb ik met een aantal van mijn medewerkers wel veel in de speech geïnvesteerd. Een paar maanden geleden ontstond het gevoel op het Departement dat er veel over de toekomst van het buitenlands beleid werd gezegd en geschreven, maar dat die discussie weinig fundamenten had. Met deze speech wil ik de discussie wat meer grond onder de voeten geven. Hoewel de speech wat beschouwend van aard is, verwacht ik wel vragen over de actualiteit.

Een discussie over het Franse referendum, drie dagen voordat dit wordt gehouden, kan ik moeilijk uit de weg gaan. Na binnenkomst op kantoor laat ik me dan ook uitgebreid informeren over de Britse beslissing om het Pond Sterling tijdelijk uit het EMS te lichten en de mogelijke gevolgen hiervan voor de uitslag van het Franse referendum. Vervolgens met Piet Dankert naar het mondeling overleg met de vaste commissies van de Tweede Kamer voor buitenlandse en Europese zaken.

Voor het einde moet ik weg naar Baarn voor een lunch ter ere van Simon Wiesenthal die dit jaar zo verdiend de Erasmus-prijs ontving voor zijn onvermoeibare inzet om Duitse oorlogsmisdadigers voor de rechter te brengen. Daarna nog even langs het Departement waar intussen drie teksten zijn geprepareerd met reacties op drie mogelijke uitkomsten van het Franse referendum: een nee, een ja met een flinke meerderheid en een krap ja. Ik hoop uiteraard op een ja met een flinke meerderheid, maar de opiniepeilingen wijzen in een andere richting.

Met Ruud Lubbers, Wim Kok en Piet Dankert bespreek ik de teksten op het Torentje. Dan moet ik naar Leiden. Veel belangstelling, er zijn meer aanwezigen dan er plaatsen zijn in de zaal. Veel studenten moeten daarom de toespraak aanhoren in een zaal, naast het fraaie Groot Auditorium, waar monitors opgesteld staan. Na de toespraak discussie onder leiding van professor Schermers, voor wie de EG weinig geheimen heeft. De laatste vraag uit de zaal getuigt van gezonde ambitie: “Hoe word ik minister van Buitenlandse Zaken?” Mijn antwoord is kort en waarheidsgetrouw: “Er niet op rekenen, ik spreek uit ervaring.”

Na afloop drinken we nog wat in een studentenkroeg met de leden van het bestuur van de Leidse Studentenvereniging voor Internationale Betrekkingen die de avond zo voortreffelijk hebben georganiseerd. Was graag wat langer gebleven, enorm gezellige mensen, maar er liggen nog wat stukken te wachten.

Vrijdag

Zoals altijd op vrijdag: ministerraad. Ik probeer in beginsel alle vrijdagen in Nederland te zijn; helaas lukt dat niet altijd. Om half 12 moet ik weg, maar gelukkig ben ik niet de enige. In de vertrekhal van Schiphol is het druk met Nederlandse politici. Wim Kok gaat met Wim Duisenberg naar de IMF-bijeenkomst in Washington, Jacques Wallage vertrekt voor een werkbezoek naar Amerika, zelf ga ik naar New York voor de eerste week van de Algemene Vergadering van de VN (de AVVN). Om 18.00 uur plaatselijke tijd komen we in New York aan. Nog wat nagezonden stukken lezen en bijtijds naar bed. Het is in Nederland inmiddels al vroeg in de ochtend.

Zaterdag

Het dossier voor de AVVN is zo'n 10 centimeter dik. Naast mijn eigen toespraak, veel vergaderingen met de Twaalf en een groot aantal bilaterale gesprekken met andere Ministers van Buitenlandse Zaken. Voor ieder gesprek worden spreekpunten en achtergrondaantekeningen gemaakt. Een flink deel van de zaterdag gaat op aan het lezen van al die stukken, maar er is ook tijd voor boodschappen met mijn Josée.

's Avonds eten met onze ambassadeur bij de VN, Niek Biegman, en zijn echtgenote Mira. Hij is deze zomer in New York begonnen na vier jaar als Directeur Generaal voor Ontwikkelingssamenwerking te hebben gewerkt. We praten veel over Joegoslavië. Mira komt uit Kroatië. Misschien ligt hier wel de verklaring voor het merkwaardige verhaal dat tijdens ons voorzitterschap af en toe in de Duitse pers verscheen: dat mijn standpunten over Joegoslavië beïnvloed zouden zijn door het feit dat een van mijn topadviseurs met een Joegoslavische was getrouwd. Later werd geschreven dat ik zelf met een Joegoslavische, of sterker nog met een Servische, getrouwd was.

Zondag

Zondag leggen we in een gezamenlijke inspanning de laatste hand aan de speech met de leden van de delegatie, waaronder ook de vertegenwoordigers van de Antillen en Aruba. Tegen 14.00 uur komen de eerste uitslagen uit Frankrijk binnen. Ja: 52%. Nee: 48%. Door onze ambassade in Parijs worden we geregeld op de hoogte gehouden. Tussen half vier en vijf uur ga ik met mijn woordvoerder naar Rockefeller Plaza om een aantal interviews te doen. Het is een behoorlijk strak schema: tweemaal BBC, Brandpunt, RTL 4 en Vis News.

In Brandpunt zal ik via een directe verbinding mijn commentaar geven, maar er gaat iets mis. Ik kan via mijn oortelefoon alles horen wat er in de studio in Hilversum gebeurt, maar zij kunnen mij niet horen of zien. Tien minuten voor het einde van de uitzending stijgt de spanning tot een hoogtepunt. Ik hoor de regisseur in mijn oortelefoon roepen: "Ik ontplof', gevolgd door enkele krachttermen. Uiteindelijk wordt besloten het interview dan maar telefonisch te doen.

De Nederlandse televisiekijker ziet tijdens zulke interviews meestal een foto op zijn scherm van een sereen voor zich uitkijkende bewindspersoon met een telefoon tegen zijn oor. De werkelijkheid ziet er een beetje anders uit: ik sta ergens midden in een druk kantoor, cameralieden lopen om me heen, roepend in de mirofoons die aan hun kin zijn bevestigd, overal liggen kabels en een ijskoude airco blaast in mijn nek.

Aansluitend doen we de gebruikelijke persbriefing met een 20-tal Nederlandse journalisten, die uiteraard bijna uitsluitend geïnteresseerd zijn in het Franse referendum en veel minder in de komende AVVN. Interessante discussie over het nut van referenda. Natuurlijk wil ik geen kritiek leveren op het systeem in Frankrijk en Denemarken. Maar als een land nee zou zeggen tegen Maastricht, zou ik er minder moeite mee hebben als die beslissing valt na een diepgaande discussie in het Parlement, dan door een enkel ja of nee bij referendum over een zo complexe zaak als de toekomst van Europa. 's Lands wijs, 's lands eer!

Tijdens de briefing hoor ik dat het percentage ja-stemmers tot 50,5 procent is gezakt. Ik houd die avond een onprettig gevoel; zou het dan toch nog misgaan? We treffen maatregelen om eventueel nog een tweede persconferentie te beleggen. Mijn woordvoerder en particuliere secretaris gaan in Little Italy eten maar wel, zoals overigens ook altijd in Nederland het geval is, met de draagbare telefoon op zak.

Maandag

De drukke VN-arbeid begint. Maar eerst de traditionele groepsfoto met de delegatieleden en de medewerkers van de Permanente Vertegenwoordiging bij de VN. Prima team, zeer efficiënt en ter zake kundig. Vervolgens naar de VN om de speech van president Bush te beluisteren. Zal het de laatste keer zijn dat hij de AVVN als Amerikaanse president toespreekt? De opiniepeilingen laten een achterstand zien. De verkiezingscampagne heeft alle trekken van een verbeten gevecht. Veel persoonlijke aantijgingen over en weer.

De VN-speech van Bush is gedegen en rustig. Het doet me genoegen te constateren dat ook de Amerikaanse opvattingen over de rol van de VN in de richting gaan van meer "Peace-keeping'. De krijgsmacht moet meer geschikt gemaakt worden voor vredestaken; een discussie die in de afgelopen maanden ook in Nederland is gevoerd.

Om twaalf uur begint de vergadering van de Europese ministers over het Franse referendum. De stemming is begrijpelijk redelijk opgewekt, maar de politieke verschillen worden wel duidelijk over de parlementaire afhandeling van Maastricht. De vergadering verloopt daarom moeizaam. Alle ministers, behalve de Britse en de Deense, willen nu klare taal over een tijdpad van ratificatie.

Van het eerste ontwerpcommuniqué van de hand van mijn vriend Douglas Hurd wordt niet veel heel gelaten, het is te vaag terwijl er ook een opening wordt gegeven naar heronderhandelingen over Maastricht. De vergadering wordt voor twintig minuten geschorst, wat ons de gelegenheid geeft om even een broodje te eten. Ik loop snel de zaal uit langs de grote groep journalisten die allemaal tegen hun deadline aanzitten en dorstig naar nieuws uitkijken. Een journalist denkt dat ik boos de vergadering uitloop en plotseling wordt er gesproken over een ruzie tussen Nederland en Groot-Brittannië. Nieuws wordt ook wel eens gemaakt.

Het uiteindelijke communiqué is helder: het Franse ja wordt verwelkomd. Nu ook niet dralen met het ja van de nationale parlementen... en dan een heropening van de onderhandelingen. Bij de uitvoering van Maastricht wel aandacht geven aan de gebleken twijfels bij vele Europese burgers over de gevolgen van Maastricht. Meer voorlichting over het Verdrag. De plannen hiervoor liggen al klaar op mijn departement. Ook de parlementaire behandeling kan veel ophelderen. We zullen vooral duidelijk moeten maken dat de winst van Maastricht niet het verlies van de eigen nationale identiteit betekent. Deze gemeenschappelijkheid heeft voor de Nederlander overigens nooit gelijk gestaan aan onderworpenheid.

's Avonds de traditionele ontvangst door ambassadeur Biegman en consul generaal De Groot. Meer dan tweehonderd Nederlandse gasten, de meesten werkzaam voor de VN of ermee gelieerd. Ik spreek nog even met Novib-voorzitter Max van den Berg die bezorgdheid uitspreekt over de situatie in Mozambique die zou kunnen leiden tot eenzelfde drama als in Somalië. De hulpprogramma's van het Novib en het Rode Kruis worden erg belemmerd. Ik beloof hem hierover contact op te nemen met mijn collega's.

Dinsdag 22 september 1992

De dag van mijn toespraak voor de VN-vergadering en ook van een flink aantal ontmoetingen met collega ministers. In het dagelijks diplomatieke taalgebruik bilateraaltjes genoemd. De opening van de AVVN is natuurlijk hiervoor ook de ideale gelegenheid. Alleen hier zijn meer dan 100 ministers gedurende een week aanwezig. Deze gesprekken vinden in het VN-gebouw letterlijk in de wandelgangen plaats; er zijn op diverse plaatsen in het gebouw zitjes. Vaak is het wel erg lawaaiig, vooral voor de mensen die het verslag moeten maken is het niet altijd gemakkelijk te horen wat er wordt gezegd.

Natuurlijk is Joegoslavië een belangrijk gespreksonderwerp; ik bespreek het met de Russische minister Kozyrev, tijdens de lunch met de twaalf EG-ministers, met Eagleburger en met de president van Bosnië-Herzegovina. De situatie in Bosnië-Herzegovina is heel gecompliceerd en erg onbevredigend. President Izetbegovic (van wie Lord Carrington onlangs in een interview zei dat hij ""de enige oprecht integere Joegoslavische gespreksppartner was die hij was tegengekomen'') maakt een terneergeslagen indruk. Hij vraagt me om steun voor het opheffen van het wapenembargo tegen ex-Joegoslavië. Bosnië-Herzegovina kan zich niet voldoende verdedigen tegen de Servische agressie.

Hij beroept zich op artikel 51 van het Handvest van de VN: het recht op zelfverdediging. Zijn dochter vertaalt zijn woorden in het Engels. Ik kan wel begrip opbrengen voor zijn betoog, maar het opheffen van het wapenembargo zal toch onmiddellijk leiden tot ook meer wapens in handen van de Servische agressor. Je komt dan in een situatie waarbij de ongelijkheid blijft, alleen op een hoger niveau.

Ik pleit voor een betere controle op de naleving van het wapenembargo want er blijken nog steeds wapentransporten naar Servië te gaan. Ik hoop dat de Veiligheidsraad met een nieuwe resolutie kan komen waarbij de naleving van het wapenembargo ook kan worden afgedwongen. Ook beloof ik me in te zetten voor een Veiligheidsraad-resolutie over de "no-fly-zone' boven Bosnisch grondgebied. Tijdens de Joegoslavië-conferentie in Londen zijn hierover wel afspraken gemaakt, doch die worden geschonden. Belangrijker vind ik ook dat Izetbegovic nog eens onderstreept dat hij er niet op uit is om een islamitische staat te creëren: Bosnië-Herzegovina zal een pluralistische democratie zijn waar ruimte is voor alle groeperingen.

Ook het Midden-Oosten komt vandaag uitgebreid aan bod, niet alleen tijdens de lunch met Lawrence Eagleburger, maar ook in een gesprek met zijn Israelische collega Shimon Peres. Twee weken geleden was ik op zijn uitnodiging al in Israel en nu spreken we elkaar opnieuw over het vredesproces. De conclusie van het gesprek is dat er toch vooruitgang is. Het klimaat tussen de partijen, vooral tussen Israel en Syrië, is aanzienlijk verbeterd. Ik spreek verder nog met de premier van Nieuw-Zeeland, met de Tunesische minister en met mijn collega van Venezuela. Tenslotte is Venezuela door de Antillen toch een soort buurland. Bij dit gesprek is daarom ook Lucita Moernir Alam, de vertegenwoordigster van de Nedelandse Antillen, aanwezig.

Mijn toespraak kan korter en bondiger zijn dan een jaar geleden toen Nederland het EG-voorzitterschap had en namens de Twaalf moest spreken. Wat het meest de aandacht trekt zijn de Nederlandse opvattingen over hervorming van de Veiligheidsraad... zonder dat de besluitvaardigheid in het gedrag mag komen. Ook onze kritiek op lidstaten van de VN die niet op tijd, of helemaal niet, hun contributie betalen, krijgt aandacht in de media. Van de VN worden veel nieuwe taken verwacht, met name op het gebied van vredeshandhaving en daar zijn hoge kosten aan verbonden.

Helaas betaalt maar vijf procent van de leden, waaronder Nederland, hun contributie volledig en op tijd. 's Avonds maken we nog een concept antwoordbrief naar aanleiding van vragen van Frans Weisglas. De Tweede kamer zal debatteren over het Franse referendum dat nog steeds veel aandacht trekt in de Nederlandse pers. Dezelfde avond besluit een grote meerderheid van 179 VN-leden Joegoslavië uit te sluiten van verdere activiteiten in de VN. Laat naar bed, de voorbereidingen voor de zeven bilaterale gesprekken morgen, houden mij tot diep in de nacht bezig.