DEVENTER DOM

De Grote of Lebuinuskerk te Deventer. "De dom' van het Oversticht veelzijdig bekeken redactie Aart J. J. Mekking 288 blz., Walburgpers 1992 (Clavis kunsthistorische monografieën no. XI, f 49,75 ISBN 90 6011 788 3

"In de tijd dat Gregorius bisschop was te Utrecht en hij de missie onder de heidenen predikte (755-780) meldde zich bij hem een monnik met de naam Liafwinus. Deze koesterde de wens om in het grensgebied van Franken en Saksen het Christendom te prediken. In hun gebied aangekomen bouwde hij ook een kerk.'' Zo beschrijft Alfried, de derde bisschop van Münster, in zijn tussen 839 en 849 opgeschreven Vita sancti Liudgeri, de komst van het Christendom in het gebied van de Saksen.

Nog steeds staat er in Deventer de, naar deze onder zijn geromantiseerde naam Lebuinus bekend geworden monnik, "Grote- of Lebuinuskerk'. Deze imposante kerk, die zo prachtig het stadsbeeld van Deventer domineert, is ondanks zijn naam toch geen rechtstreekse voortzetting van de door Lebuinus gebouwde kerk. Want hoewel zijn missionaire activiteiten in het begin enig succes hadden, werd zijn kerk al na anderhalf jaar door de Saksen verbrand. Niet lang daarna, rond 776 werd er op die zelfde plek door diens opvolger de monnik Liudger een nieuwe kerk gebouwd. En deze tweede poging tot kerstening zou definitief succesvol blijken.

Rondom de kerk van Liudger ontstond een nederzetting die door de gunstige ligging op de kruising van handelswegen al snel uitgroeide tot een belangrijke plaats. En in de tiende eeuw was Deventer naast Utrecht de belangrijkste stad van ons land. De oorspronkelijke kerk van Liudger, waarin inmiddels een bisschop zetelde, werd vervangen door een nieuwe, geheel in steen uitgevoerd exemplaar. De bouw hiervan begon rond 1045 onder de bezielende leiding van de bisschop Bertold. Of deze zogenaamde Bertoldkerk verrees op de restanten van de kerk van Liudger is ondanks recent archeologisch onderzoek nog onduidelijk, maar zeker is wel dat er vanaf de elfde eeuw op deze plek een kerk heeft gestaan en dat de huidige Grote of Lebuinuskerk rechtstreeks terug gaat tot het godshuis van bisschop Bertold.

Sinds die tijd is de Grote of Lebuinuskerk in Deventer getroffen door stormen, blikseminslagen, oorlogen, religieuze twisten en vandalisme. Maar hij werd ook verbouwd, vergroot, herbouwd en gerestaureerd. Zowel van binnen als van buiten is deze kerk daardoor een in steen uitgevoerd geschiedenisboek.

De laatste jaren is een groot aantal deskundigen bezig geweest deze geschiedenis te lezen en voor een groot publiek toegankelijk te maken. Het resultaat van hun arbeid is onlangs bij de Walburgpers verschenen.

Een prachtig, lijvig werk waarin de totale bouwgeschiedenis van dit monument minutieus wordt behandeld. Maar niet alleen dat. En passant leert de lezer ook heel veel over de ontwikkeling van Deventer als stad, over het belang van steenhouders-merktekens voor de architectuurgeschiedenis, over de politieke ontwikkelingen van "Nederland' in de 10de en 11de eeuw of over de toonzetting van de verschillende soorten carillonklokken.

Een klein minpuntje is dat sommige informatie telkens herhaald wordt. De redactie van dit door een groot aantal auteurs geschreven werk heeft daar te weinig aandacht voor gehad. Beter was het geweest als men, waar nodig, verwezen had naar het desbetreffende artikel in plaats van de feiten steeds opnieuw door de verschillende auteurs met eigen woorden te laten herhalen.

Vlak nadat dit boek verscheen, zijn in Deventer door de restauratie van een pand aan de Sandrasteeg, die vlak achter de Lebuinus ligt, nieuwe feiten aan het licht gekomen over de ontwikkelingen van het kerkelijk gebied in de vroegste periode. Dat is voor de auteurs misschien jammer maar het maakt dit boek niet minder waardevol. Hooguit maakt het de lezer benieuwd naar een supplement waarin deze nieuwste gegevens worden opgenomen.