DE VUILNISBAK LIEGT NOOIT

Rubbish! The Archaeology of Garbage door William Rathje & Cullen Murphy 250 blz., Harper Collins 1992, f 52,20 ISBN 0 06 016603 7

Wetenschap vraagt offers: met blote handen graaien door andermans vuilnis bijvoorbeeld, of dagenlang wroeten tussen tonnen afval dat metershoog is opgestapeld. Sommige Amerikaanse archeologen en antropologen schrikken daar niet voor terug. Onder auspiciën van het "University of Arizona's Garbage Project' en onder leiding van de intussen bijna legendarische archeoloog en hoogleraar antropologie William L. Rathje verrichten zij al twintig jaar onderzoek op hedendaagse vuilnisbelten.

Tientallen onderzoekers stropen systematisch en nation-wide de plastic vuilniszakken, stortplaatsen en vuilnisbelten af van de huidige Amerikaanse homo sapiens. Het gaat om een breed opgezette antropo-archeologische studie naar de relatie tussen de mens en de resten die hij achterlaat. Dat alles onder het motto: toon ons iemands afval, en wij zeggen wie hij is.

En waarom ook niet? Archeologie is een wetenschap die zich van oudsher heeft bezig gehouden met de voedingsresten, uitwerpselen, rotzooi en andere materiële overblijfselen van de menselijke beschaving. Beroemde opgravingen in Egypte of Mexico onthulden in feite weinig anders dan gigantische afvalhopen en ook de fraai opgepoetste vuurstenen mesjes of beschilderde scherven in moderne musea zijn vaak niets meer dan weggegooid vuilnis.

De methodes die in het "Garbage Project' van Rathje worden gebruikt, zijn puur archeologisch: laagje voor laagje pellen veldwerkers een vuilnisberg af. Kranten of trek-lipjes van Cola-blikjes (die net als Myceense potten stylistisch en chronologisch zijn te rangschikken) dienen als dateringsmateriaal en ethnoarcheologisch onderzoek naar weggooi-gedrag moet de diepere betekenis van hedendaagse stortplaatsen onthullen.

De uitkomsten van dit project werden jarenlang gepubliceerd in wetenschappelijke vaktijdschriften, maar zijn onlangs voor een breder publiek gebundeld in Rubbish! The Archaeology of Garbage. William Rathje en zijn co-auteur Cullen Murphy (redacteur van The Atlantic Monthly) bieden hierin een heldere, fascinerende en huiveringwekkende blik op afval als de blootgelegde ziel van de moderne beschaving.

ZELFBEDROG

De Westerse mens, betogen Rathje en Murphy, draait zichzelf al te graag een rad voor ogen - zeker als het om vuilnis gaat. De enquêtes van het Garbage Project' onder de bevolking van Tucson, Arizona, tonen dit glashelder aan. Zo boden de antwoorden op de vragenlijsten naar het consumptiepatroon van één week een geheel ander beeld dan de inhoud van vuilniszakken uit diezelfde buurt. De onderzoekers spreken van ""the Lean Cuisine syndrome'': de obsessie van de tegenwoordige mens met "slank en gezond' eten leidt tot systematisch zelfbedrog. Niet alleen overdreven de respondenten voortdurend hun consumptie van "verstandig' voedsel, zoals vers fruit, lever of tonijn; zij logen ronduit over hun gebruik van chips, hamburgers, chocolade en snoepgoed. Ook het gebruik van alcohol werd rigoureus ondergerapporteerd, soms wel tot zestig procent.

""Wat mensen in interviews zeggen te hebben geconsumeerd, gerecycled en weggegooid'', noteren de auteurs, ""correspondeert vrijwel nooit met de inhoud van hun vuilniszak.'' Daarom vertellen etensresten van de afhaalchinees, whiskeyflessen en verkreukte roddelbladen meer over het leven dat mensen leiden dan wat ze er zelf over zeggen. Het is zoals T. S. Elliot al eens opmerkte: ""Human kind cannot bear very much reality'', of beter gezegd: de afvalbak liegt nooit.

Rondom vuilnisbelten bestaat ook al enorme mythevorming. In Rubbish! heten zij liefkozend ""de moderne kathedralen van onze consumptiemaatschappij'', ofwel MVSes (Monstruous Visual Symbols). Iedere beschaving bouwt zo zijn eigen monstrueuze symbolen. De grootste prehistorische MVS op het Amerikaanse continent is de Pyramide van de Zon te Teotihuacan in Mexico (2,8 miljoen kubieke meter), maar de huidige vuilnisstort van Fresh Kills op Staten Island, New York, mag er ook zijn. Hier wordt al meer dan veertig jaar, vierentwintig uur per dag, zeven dagen in de week gestort. Met zijn massa van 100 miljoen ton, zijn omvang van één miljard kubieke meter, is de vuilnisbelt de grootste ter wereld en het omvangrijkste menselijke bouwwerk in de Westelijke hemisfeer. De Pyramide van de Zon kan er met alle gemak veertig keer in. In het jaar 2005 zal Fresh Kills zelfs meer dan 150 meter boven zeeniveau gestegen zijn en in omvang de Grote Muur van China overtreffen.

Zo'n stortplaats als Fresh Kills bestaat voornamelijk, zo heeft het onderzoek van Rathje aangetoont, uit geheel andere dingen dan je geneigd bent te denken. Het gaat niet om duizenden piepschuimen verpakkingen van fast-food of stereo-installaties, noch om de vele wegwerpluiers, die in steeds grotere mate onze aardbol overspoelen. Niets van dat al: piepschuim neemt slechts één procent van het totale afval voor haar rekening, wegwerpluiers niet meer dan 1.4 procent. Papier is daarentegen de zwaarste vuilnispost. De wereld komt om in papier: het neemt meer dan 40 procent op een afvalberg in beslag - gevolgd door bouw- en sloopmateriaal (15 procent) en tuinafval zzAoals bladeren, gras en dode planten (12 procent).

Een enkele jaargang van The New York Times van een individuele abonnee neemt op een vuilnisbelt evenveel plaats in beslag als 18.660 ingedeukte bierblikjes of 14.969 Big Mac-verpakkingen. Kranten zijn dus enorme ruimteverslinders, evenals tijdschriften en telefoonboeken trouwens. Daarbij komt dan nog dat het computergebruik (in de jaren zeventig nog een revolutie genoemd die het gebruik van papier overbodig zou maken) het probleem dramatisch heeft verergerd. Een computer met een printer is een enorme papierverspiller, en aangezien er nu al 55 miljoen home computers in Amerika zijn kun je (in de bewoordingen van Rathje en Murphy) niet van een "voorbehoedmiddel' maar eerder van "kunstmatige inseminatie' van de papierberg spreken.

HOT DOG

Het algemeen geloof wil ondertussen dat papier biologisch afbreekbaar is. Neen dus, blijkt uit Rubbish!. Als het Garbage Project' één ding heeft duidelijk gemaakt, is het wel dat een vuilnisbelt geen uitgestrekte composthoop is, maar eerder een grafheuvel waarin het afval mummificeert. Kippebotten, avocadoschillen, oude kranten, soms hele biefstukken worden samengeperst en vervolgens afgedekt met lagen zand en plastic. Zuurstof dringt niet meer door en daardoor vindt er geen verrottingsproces plaats. Zelfs organische produkten als voedsel of gemaaid gras blijken na decennia nog onaangetast. Sterker nog, bij een opgraving van een Romeinse vuilnishoop in Italië bleek de stank na 2000 jaar nog steeds ondraaglijk, alsof de rotzooi vorige week was weggegooid.

Soms groef het Garbage Project een half opgegeten hot dog uit de jaren vijftig naar boven, waarvan het vlees in een betere conditie verkeerde dan menige worst die thans verkocht wordt in Amerika. Rotting blijkt trouwens niet altijd een milieuvriendelijke oplossing voor vuilnis. Als de enorme krantenstapel op de afvalhopen wel tot pulp vergaat, komt de zwaar giftige drukinkt in het grondwater terecht - wereldwijd gaat dat om miljoenen liters per jaar.

Rathje beklemtoont in zijn boek dat de mens en zijn afval onverbrekelijk verbonden zijn. Sinds de vroegste prehistorie bestaan er al vuilnisbelten. De mens leeft er soms letterlijk bovenop en stijgt er langzaam mee omhoog. Zo steeg het straatniveau van Troje bijvoorbeeld per eeuw bijna anderhalve meter als gevolg van afvalophoping. Een recenter voorbeeld is het straatniveau van Manhattan, dat sinds de 17e eeuw anderhalve tot viereneenhalve meter hoger is geworden. Er is overigens geen reden tot alarm, zo menen Rathje en Murphy, we stikken niet in ons eigen afval. Er is geen afvalcrisis, er zijn hoogstens problemen met de afvalverwerking. Maar onoplosbaar zijn die niet, en dat is een hele geruststelling.

Wat er aan problemen bestaat, blijkt weer eens uit dit boek, wordt eerder veroorzaakt door de overbevolking dan doordat de mensen meer weggooien dan vroeger. Een gemiddelde twintigste-eeuwer gooit, wat volume betreft, niet eens zoveel meer weg dan de prehistorische mens. Opmerkelijk is dat de Westerse mens, dank zij de geavanceerdere verpakkingen, minder afval produceert dan zijn soortgenoten in minder ontwikkelde landen zoals Mexico.

Rubbish! The Archaeology of Garbage is een boek dat zonder moralisme veel zegt over het moderne leven in het algemeen en de hedendaagse mens in het bijzonder. Wat betreft vuilnis zijn we allemaal hypocriet: thuis scheiden we braaf het huisvuil voor compostbak of chemokar, op straat laten we het bakje patat al snel achteloos uit onze vingers vallen. Daarmee verschillen we niet van een Neanderthaler. Die laatste gooide zijn afval ook meteen ter plekke neer. Maar daar profiteert de archeologische wetenschap nu ten minste van.