De nieuwe schoolstrijd

In Leeuwarden gaat de Gemeenteraad maandagavond het Stedelijk Gymnasium afschaffen. De school (471 leerlingen) loopt goed en groeit. Daar zit het probleem niet. Integendeel, voor de PvdA, de grootste partij in het stadsbestuur, is dat eerder een aanmoediging door te gaan met plannen het gymnasium te laten opgaan in een 3600-koppige scholengemeenschap, in de wandeling Cluster A genaamd.

De meeste scholen voor LBO, MAVO, HAVO en VWO in Leeuwarden, Sint Annaparochie, Dokkum en Kollum moeten versmelten tot twee "brede scholengemeenschappen'. Eerst dachten ze aan één geheel, maar dat leek wat groot. Per slot van rekening blijven de scholengemeenschappen “kleinschalig en herkenbaar”, volgens de fusieplannen die door een handvol stuur-, werk- en resonansgroepen zijn besproken.

Misschien houdt een kort geding de guillotine maandag nog even op. Het zou de ondergang van het gymnasium weer wat uitstellen. De school, leraren, leerlingen en ouders vechten al zes jaar tegen de plannen, die zeer algemene doelstellingen met dwingende precisie willen realiseren.

Donderdagavond nog wees de fractie van de PvdA een compromis af dat op termijn van drie jaar een mogelijkheid tot nadenken zou scheppen in het fusieproces. Bijvoorbeeld over de vraag of er genoeg gymnasiale doelen in de nieuwe scholengemeenschap in stand zijn gebleven. De besloten bijeenkomst vond het politiek kennelijk niet nodig. Het CDA zwijgt in het college zolang het christelijk gymnasium niet wordt aangeraakt. Het Stedelijk Gymnasium wordt door de hond gebeten terwijl de kat zich de pootjes likt.

Dat is een van de fascinerende details van deze dwingelandij: de vrijheid van onderwijs, het zwaarst bevochten recht in de Nederlandse Grondwet, wordt selectief toegepast. Opportunisme met een vanzelfsprekend gezicht: het Praedinius-gymnasium met de christelijke signatuur wordt buiten de fusie-orkaan gehouden, maar het Stedelijk Gymnasium, dat geen zuil-etiketje heeft, wordt tegen de uitdrukkelijke wil van alle betrokkenen geofferd aan de onbewezen idealen van groot-is-goed-voor-iedereen.

Op een vergadering van rectoren van zelfstandige gymnasia noemde voorzitter Wintjes dit deze week de schoolstrijd tussen “geïntegreerd en gespecialiseerd” onderwijs. Met cijfers toonde hij aan dat er van gymnasium-onderwijs in supermarktverband weinig terecht pleegt te komen. De 38 zelfstandige gymnasia in het land hadden in 1990 samen 19.134 leerlingen (504 per school); de 240 scholengemeenschappen met een gymnasium-afdeling samen zeventienduizend leerlingen, dat wil zeggen 70 per school.

Wie beweert dat Latijn en Grieks dode talen zijn, heeft een onmiskenbare mate van gelijk. Geen reden de zijstraat van de discussie over het nut van het gymanasium in te slaan. Het gymnasium zelf is niet dood. In twintig jaar tijds is het aantal leerlingen aan zelfstandige gymnasia met meer dan zestig procent gestegen.

Velen in onderwijs-land bezien die groei van de gymnasium-markt met afgrijzen: die populariteit is te danken aan snobistische ouders met geruite plooirokken, die zich tot iedere prijs met hun kindjes willen onderscheiden van het oprukkend plebs. Zelfs als dat waar zou zijn - en voor een deel is dat waarschijnlijk zo - dan nog is dat een even geldige vorm van zoeken naar onderwijs-identiteit als de schoolvorming op katholieke, Montessori- of Rudolf Steiner-basis.

Bovendien is het gymnasium niet in de eerste plaats een maatschappelijk identiteits-symbool. En ook niet bij uitstek een overblijfsel uit de klassieke doos, de Wet van Archimedes oefenen met de amanuensis. Het gymnasium is steeds meer de school geworden voor de kinderen die het meeste kunnen. De school waar die kinderen hun talenten het best kunnen ontplooien.

Dat verklaart de wederzijdse felheid in Leeuwarden. De ouders vechten voor die mogelijkheid. De PvdA-wethoudster Janny Vlietstra is gefixeerd op de kinderen met de minste kansen. Zij zegt dat zij wil voorkomen dat kinderen in het voortgezet onderwijs te vroeg kiezen en te vroeg afvallen. Daarom moet het gymnasium als kleur, als smaak en als mogelijkheid opgaan in het grote geheel.

Ongetwijfeld muziek in de oren van staatssecretaris Wallage. Maar geen van beiden heeft tot zich laten doordringen dat maar liefst 150 "PvdA-gezinde ouderparen' het college van Leeuwarden hebben gesmeekt van het integratieplan af te zien. De bestuurlijke doofheid is ook politiek gezien verbijsterend. Talent dat optimale ontwikkeling verdient komt toch niet minder voor in PvdA-kring?

De ouders proberen al jaren een nieuwe "algemeen bijzondere' gymnasium-school op te richten, voor het geval de bijl toch valt. Tot eergisteren hield Wallage ook die boot af zonder zich te vermoeien met argumentatie. Hij bleek er van op te kijken dat zeker vierhonderd kinderen naar die nieuwe school zouden meegaan, waarvan zestig procent buiten Leeuwarden woont; hun ouders kunnen in de stembus niet reageren.

Het Leeuwardense drama tekent het in de kern verwarde denken over onderwijs in de Partij van de Arbeid. Juist deze week publiceerde de Tweede Kamer-fractie een beknopte maar fundamentele nota over "Autonomievergroting in het primair en voortgezet onderwijs'. Alleen als de Raadsleden in Leeuwarden zich de contradicties in het stuk ook eigen maken, kunnen zij doorgaan op de ingeslagen weg.

De nota haalt uit tegen de “centralistische onderwijspolitiek” die “met de beste bedoelingen leidt tot een overmatige groei van de bureaucratie”. De PvdA erkent medeverantwoordelijkheid voor deze gegroeide realiteit. Een omslag in deze "top-down bevelshuishouding' “kon niet uitblijven”. De school moet “meer beslissingsruimte” krijgen. “Vertrekpunt is dat goed onderwijs staat of valt met de man of vrouw voor de klas”. Prachtig.

Maar dan komt de dubbele knoop. “Wie voor autonomievergroting pleit in het gehele onderwijs, pleit tegelijkertijd voor bestuurlijke schaalvergroting, hetgeen niet hetzelfde is als het creëren van grote scholen.” Dat is de logica van het weten en niet willen.

De PvdA weet en geeft toe dat centralisme heeft geleid tot onthechting en afkeer, maar neemt geen afscheid van haar blauwdruk voor de correctie van het menselijk tekort. En ook dat is op zichzelf een nobel streven, maar zij doet dat ten koste van talent. Zonder zich hardop af te vragen of het land die prijs kan en moet betalen. Mijn antwoord is Nee.