Christina Deutekom docente Koninklijk Conservatorium; "Ik ben hard, lastig en gedreven'

DEN HAAG, 26 SEPT. Sinds deze week is de sopraan Cristina Deutekom als gastdocente verbonden aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Afgelopen donderdag en vrijdag gaf ze daar haar eerste lessen aan zestien aankomende operazangers en dat zal ze dit schooljaar om de drie weken weken herhalen.

Het is voor de voormalige coloratuursopraan, die destijds als Koningin van de Nacht in Mozarts Zauberflöte wereldberoemd werd en in 1985 op doktersadvies moest stoppen met haar zangcarrière, de eerste keer dat ze geregeld les geeft. Verder beoordeelt ze vaak jonge zangers, als lid van de jury van het Cristina Deutekomconcours - om de twee jaar bij Opera Forum in Enschede - en eerder dit jaar was ze ook jurylid van het Koningin Elisabethconcours voor zangers in Brussel. Een jaar geleden gaf Cristina Deutekom haar eerste masterclass, ook in Den Haag, maar dat was een onderdeel van een conferentie in het Nederlands Congresgebouw over problemen van hoogbegaafde en zeer getalenteerde kinderen.

Eén keer een half uur of een uur lang les krijgen in de drie weken vindt Deutekom niet te weinig. “De meeste leerlingen brengen de concentratie niet langer op. Ik ben trouwens niet hun vaste zangleraar, ik doe andere dingen, al kan ik nog niet precies zeggen wat. Ik kijk vooral naar de combinatie van techniek en exactheid. Ik hamer erop dat ze kijken wat er precies in de partituur staat. Het is ongelooflijk dat de meesten daarin zó slordig zijn. Ik weet wel beter, maar je zou het idee kunnen krijgen dat zangleraren daar tegenwoordig niets meer van zeggen.

“Misschien is hun gedachte: "het is opera, dus dan doe je maar wat'. Maar juist bij opera komt het erop aan. Een zestiende of een tweeëndertigste noot of een lange noot hebben elk hun eigen betekenis en vragen om de juiste expressie. Ik hoop ze ook wat bij te brengen over de operapraktijk. Je werkt nooit alleen, altijd met een orkest, een regisseur en een dirigent, die je niet tot wanhoop mag brengen, door niet precies te doen wat er staat.

“Je hebt als zanger of als solist niet alleen de verantwoordelijkheid voor je eigen prestatie maar ook voor het goede verloop van de voorstelling. Zangers bekommeren zich vaak nauwelijks om de recitatieven die zo belangrijk zijn voor de voortgang van het verhaal. Pas als je dat goed doet, kun je als beloning een mooie aria zingen. Elke noot, elke aanwijzing van de componist is belangrijk.

“Ik hoop dat ik mijn leerlingen daarvan bewust kan maken en dat ze het oppakken, want als ze dat niet doen wordt onze relatie verbroken. Ze zijn vaak gemakzuchtig en ze denken: ik heb een mooie stem en daar moet de wereld dan maar voor op de knieën. Zo is het niet, want een mooie stem is niet genoeg. Ik moet respons krijgen, want lesgeven is niet mijn vak. Ik doe dit uit gedrevenheid. Ik ben ook lastig, ik prik steeds: néé, dàt stáát er niet! Ik heb ook nooit het gevoel van "Ach, dat arme kind'.

“Ik beschouw de leerlingen als volwaardige toekomstige zangers, die moeten doen wat ze nodig hebben. Ik heb geen tijd voor gezeur. Ze hoeven zich ook niet te verontschuldigen als het fout doen, want ik weet als geen ander hoe moeilijk alles is. Al heb ik daar begrip voor, ik denk toch dat ik tamelijk hard ben. Er moet gewerkt worden, want als ze dénken dat ze werken, dan is dat nog niet zo.

“Zanger zijn is niet echt een beroep, het is een gedrevenheid, je moet niet anders kunnen en willen. Ik ben hier ook niet uit verveling maar omdat ik me schuldig voel als ik niet mijn best doe om mee te delen wat ik weet en heb verworven aan ervaring. Het is met zingen zoals met autorijden, je kunt het in de praktijk pas echt leren.”

    • Kasper Jansen