Beslagen spiegelbeelden

Ik heb eens een essay gelezen van een Engelse tuinschrijfster die opmerkte, nadat zij een bezoek aan Frankrijk had gebracht, dat Franse tuinen geen ""beslagen spiegelbeelden van Engelse tuinen'' zijn. Zij was tenminste gaan kijken. Want het is ook mogelijk om uitgebreid op het vasteland van Europa rond te reizen zonder ooit iets anders dan Engelse tuinen te zien, zoals Charles Quest-Ritson in The English Garden Abroad (Uitgeverij Viking 1992; ISBN 0-670-83252 9). We komen in dit boek uitgestrekte stukken buitenland tegen die forever England zullen zijn, monumenten van de voortreffelijke kwaliteiten van de Engelsen die Engeland verbeten met zich meedragen, onaangedaan door afwijkende tradities en klimaten, in de landen van hun ballingschap.

Nou ja, niet zomaar overal natuurlijk; het boek bepaalt zich tot de betere landen - Frankrijk, Italië, Zwitserland, Spanje en Portugal - de meer noordelijke luchtstreken komen voor het Engelse tuinieren niet in aanmerking. En je hoeft, in dat ongemakkelijke amalgaam van twee Engelse obsessies - tuinieren en snobisme - ook beslist niet schatrijk en van adel te zijn om een vermeldenswaardige tuin in het buitenland te hebben; maar het helpt wel.

Adellijke namen versieren bijna elke bladzijde: Colonel The Hon. Montague Mostyn; Lady Fiona Lowsley-Williams; de Markgravin van Anspach née Lady Elizabeth Berkeley; Walburga, Lady Paget (""I rise every morning at six o'clock, then I go into the garden and settle things there'') en de al wat oudere Constance, Lady Wenlock, die de rozen voedt met vloeibare mest uit een gieter, ""curiously incongruous in her delicate hands''. Soms wordt de pijngrens overschreden, zoals wanneer Quest-Ritson iemands eerste vrouw beschrijft als ""afkomstig uit New York, de dochter van ene Walter Raphael'' om daarna liefdevol te toeven bij de naam van de tweede echtgenote, H.S.H. Prinses Imma von Erbach-Schonberg.

Natuurlijk waren het alleen de zeer rijken die zich konden veroorloven in vreemde landen grote tuinen te laten aanleggen, en sommige ervan zijn inderdaad schitterend. De meest grandioze ontstonden aan de Rivièra, enkele niets alleen maar voor de show, maar andere het werk van mensen die werkelijk in planten geïnteresseerd waren. Alice de Rothschild bijvoorbeeld had voor de Villa Victoria bij Grasse vijftig tuinlieden in vaste dienst, plus dertig of veertig extra om het seizoen voor te bereiden, wanneer ze er resideerde; ze droegen livrei in de Rothschild-kleuren en dienden onzichtbaar te zijn wanneer zij haar dagelijkse wandeling maakte (als ze ergens onkruid zag volgde een hysterische woede-aanval en het neemt bijna weer voor haar in dat ze eens tegen Koningin Victoria geschreeuwd heeft toen deze een voet op het gazon zette).

Lady Aberconway legde een tuin aan op Garoupe, Cap d'Antibes, waar zij vijf maanden per jaar doorbracht; de rest van het jaar was zij op Bodnant in Wales. Deze tuin bestaat nog en moet iets sprookjesachtigs zijn. Veel van deze tuinen zijn nu verdwenen, zoals Villa Victoria en Lawrence Johnston's Serre de la Madone, maar een of twee van de grootste bestaan nog, waaronder Villa Hanbury in La Mortola.

Thomas Hanbury kocht het landgoed in 1867 en zijn familie heeft er bijna honderd jaar gewoond; volgens Quest-Ritson is deze tuin ""the finest ever made by Englishmen abroad''. De oorspronkelijke oogmerken van de Hanburys waren wetenschappelijk; het waren broers, waarvan de ene in China werkte; de andere was botanicus. Samen introduceerden zij een enorm aantal exotische planten en bouwden gespecialiseerde verzamelingen op, waaronder een van citrusvruchten die voor een groot deel uit het Verre Oosten kwamen. In latere jaren kwam de nadruk meer op het ornamentele karakter van de tuin te liggen, een koersverandering die volgens Quest-Ritson bij de huidige Italiaanse eigenaars, de Universiteit van Genua, nog steeds voor verwarring zorgt.

Veel van deze tuinen zijn overgegaan in de handen van "buitenlanders' (N.B. in hun eigen land) die er ""geen idee van hebben hoe ze te verzorgen''. ""Voor de toekomst van La Mortola is het essentieel de [Italiaanse] eigenaars waardering bij te brengen voor de Engelse horticultuur.'' De onwetende Italianen krijgen er ook nog van langs over Villa Taranto, ""een tuin die de Italianen nooit helemaal begrepen hebben, nog steeds niet begrijpen en ook wel nooit zullen kunnen begrijpen''.

De Portugezen weten niet hoe ze stekken moeten maken en de Fransen zijn hopeloos over de hele linie. Zoals de duc d'Harcourt, die in een boek over zijn tuin uiting geeft aan zulke on-Engelse gevoelens als ""les fleurs portent ce moment d'éternité perçu en présence de l'éphémère''. ""Hoe bemest u de grond?'', werd hem gevraagd. Zijn antwoord was al even on-Engels: ""Dat weet ik werkelijk niet'', zei hij, ""dat moet u aan de tuinman vragen.''

Enkele van de in het buitenland wonende Engelsen gingen "native': de Sitwells, de Actons en de Berenson (die, hoewel hij zelf Amerikaan was, de goede smaak had een Engelse tuinontwerper in dienst te nemen). Op hen heeft Quest-Ritson niets dan kritiek. Hun Italiaanse tuinen deugen niet: de een lijdt aan ""een element van pastiche'', een andere is ""hoe een buitenlander zich de ideale Italiaanse tuin voorstelt''. Het enige dat authenticiteit garandeert is geboorte.

Alleen bij hoge uitzondering heeft een buitenlander het voorrecht toegelaten te worden tot de Elyseese velden van de Engelse tuin in den vreemde; een van hen is Charles de Noailles, schepper van ""het perfecte voorbeeld van een Engelse tuin gemaakt door een Fransman''. Maar, voegt Quest-Ritsen er dadelijk aan toe: ""Er dient bij te worden gezegd dat de moeder van Noailles een Engelse was''.

Met zoveel tot onkruid vervallen Engelse tuinen verspreid over Europa, lijkt het passend dat de mooiste van alle, Ninfa, ten zuiden van Rome, zelf een ruïne is. Ninfa is een verlaten middeleeuws stadje waar achtereenvolgende generaties van de familie Caetani een tuin van hebben gemaakt. De familie is flink gelardeerd met hertogen en prinsen, die allemaal zo verstandig waren Engelse of Amerikaanse vrouwen te trouwen en dat maakt het een English Garden Abroad. Het moet de meest romantische tuin zijn die ooit heeft bestaan, maar hij is erg moeilijk te bezoeken en niet goed te fotograferen ""aangezien er geen geschikte lijnen of brandpunten zijn om compositie aan het beeld te geven''. Ik kan niet beoordelen of Quest-Ritsons deze tuin alleen uit snobisme zo mooi vindt; in ieder geval kunnen we de toekomst met een gerust hart tegemoet zien, want de tuin is nu in de handen van Lauro Marchetti, ""dat zeldzame fenomeen, een Italiaan die denkt als een Engelsman''.

De grote Engelse tuinen in het buitenland hebben hun tijd gehad; het hedendaagse equivalent is het tuintje van een bungalow in een Engels vakantiedorp aan de Costa del Sol. Na zo'n uitgebreide verhandeling blijf je achter met het gevoel dat het hele verschijnsel volkomen futiel was, een misstapje in de loop der geschiedenis, even absurd als wanneer Spanjaarden zouden proberen om Moorse tuinen aan te leggen in Leiderdorp. Het boek bevat veel buitengewoon interessante informatie - en een aantal onvergetelijke foto's - maar helaas gezien ""door een beslagen spiegel''; misschien zou het beter zijn geweest als het - ik durf het nauwelijks hardop te zeggen - door een buitenlander zou zijn geschreven.