Vredesoverleg Midden-Oosten; Machtsdromen en eigenbelang

Na vier weken van onderhandelingen in de zesde ronde van de Israelisch-Arabische vredesbesprekingen zijn de partijen gisteren zonder zichtbare resultaten uit elkaar gegaan. Maar zij vierden hun afscheid ditmaal niet met de zure opmerkingen en beschuldigingen, die de afloop van de vorige ronden karakteriseerden.

Dat lijkt een pover resultaat, maar is het allerminst. Want het laat twee kanten van dezelfde medaille zien: de vaak zeer zakelijke gesprekken overtuigden de onderhandelaars enerzijds hoe moeilijk het is om uiteindelijk tot overeenstemming te komen; anderzijds konden die zakelijke gespreken alleen worden gevoerd omdat de partijen beseffen dat zij tot overeenstemming gedoemd zijn. Heel geleidelijk zijn zij namelijk tot het besef gekomen dat zij hun machtsdromen onder de huidige machtsverhoudingen niet langer in politiek-militaire feiten kunnen vertalen en dus voorlopig wel kunnen vergeten.

De hoopvolle frasen die men gisteren uitwisselde, gaven dan ook een politieke realiteit aan: dat Israel en zijn Arabische buren - noodgedwongen en tegen hun zin - beseffen dat zij in de toekomst terwille van hun eigenbelang uiterst pijnlijke concessies moeten doen. Het is mogelijk dat de belangrijkste partijen - Israel, Syrië en de Palestijnen - reeds in de volgende onderhandelingsronde, die waarschijnlijk op 21 oktober in Washington begint, al met een paar concessies voor de dag komen. Het is evenzeer mogelijk dat zij ook dàn nog daartoe niet in staat zijn omdat onderhandelingen in het Midden-Oosten nu eenmaal altijd trager verlopen dan elders en de leiders doodsbang zijn hun publieke opinie voor het hoofd te stoten.

Volgens een hardnekkig politiek cliché is goede wil het belangrijkste ingrediënt voor een oplossing van de Israelisch-Arabische conflicten. Niets is minder waar, zoals de nu beëindigde onderhandelingsronde opnieuw liet zien. Israel en de Palestijnen willen bij voorbeeld allebei wel degelijk zo snel mogelijk het Palestijnse interim-zelfbestuur introduceren - Israel om van de Palestijnse last bevrijd te zijn, de Palestijnen om van de Israelische bezetting af te komen.

Maar zij zijn beide doodsbang dat zij hun toekomst opofferen als zij thans te veel concessies doen. Dus eisen de Palestijnen een veel duidelijker, van tevoren vastgesteld kader voor hun zelfbestuur en bleven zij hameren op algemene principes, terwijl de Israeliërs dat kader juist zoveel mogelijk proberen af te bakenen en alleen over technische bijzonderheden van het Palestijnse zelfbestuur wilden onderhandelen. De tussen Israel en Egypte in 1979 gesloten Camp David-akkoorden (die de Palestijnen verwierpen) zijn dan ook thans voor de Palestijnen een na te streven droom, maar voor de Israeliërs (die de akkoorden aanvaardden) een onbekend en levensgevaarlijk gebied.

Precies het omgekeerde proces is er aan de hand tussen Israel en Syrië. De Israeliërs willen eerst een principiële toezegging over de door Syrië beloofde "totale vrede' - die men in Israel met goed nabuurschap en vriendschap vertaalt. De Syriërs willen daarentegen alleen de technische details regelen van de Israelische terugtrekking en de wederzijdse veiligheidsgaranties, zonder met Israel in het huwelijk te treden. Een bijkomend probleem is dat Israel in feite "totale veiligheid' nastreeft - wat tot afbouw van de Syrische strijdkrachten zou moeten leiden en volledig in strijd is met de aard van het Syrische regime.

Een tweede probleem is dat de Arabische onderhandelingspartijen elkaar diep wantrouwen en voortdurend moeten laten zien dat zij geen ongeoorloofd onderonsje met Israel aangaan. Dat heeft tot gevolg dat zij slechts tot een akkoord zonder de anderen met Israel bereid zijn, als zo'n akkoord hun enorme en zichtbare voordelen biedt.

Een derde probleem is dat de VS een supermogendheid zijn met veel wapens maar zonder geld. Zij zijn dus niet in staat om - zoals bij de vrede van Camp David het geval was - de concessies met behulp van financiële injecties smakelijker te maken. Washington heeft die rol toebedacht aan West-Europa (dat met "Maastricht' en met Oost-Europa al zijn handen vol heeft) en aan de Golfstaten.

Er zijn nog talloze andere enorme problemen die de vrede in de weg staan. Maar waarschijnlijk zijn de gevaren om geen vrede te sluiten voor alle partijen nog veel groter. De evaluatie van de delegatieleiders dat er in de toekomst wel degelijk resultaten kunnen worden geboekt, berusten dan ook minder op goedpraterij dan ze lijken.