Verliefd op de havelozen; Biografie van Pier Paolo Pasolini

Barth David Schwartz: Pasolini Requiem. Een biografie. Vertaling Pauline Moody, Rob van der Veer, Han Visserman en Karel van Eerd. Uitg. Meulenhoff, 831 blz. Prijs ƒ 69,50.

In 1978 verscheen Pasolini, de biografie die de literair wetenschapper, essayist, en criticus Enzo Siciliano schreef over Pier Paolo Pasolini, de dichter, schrijver en essayist die buiten Italië vooral beroemd werd met zijn films. Siciliano en Pasolini behoorden sinds het eind van de jaren vijftig tot dezelfde culturele côterie. Op elke bladzijde van Siciliano's biografie schemerde zijn persoonlijke relatie met Pasolini: Siciliano uitte geen kritiek op zijn vriend, evenmin relativeerde hij hem. Hij bood gewiekste analyses van Pasolini's werk, en integere overwegingen over zijn denkwereld. Daarnaast leek Siciliano's boek op een dikke brief aan hun eigen kring en voor wie niet was ingevoerd in de Italiaanse culturele, politieke en maatschappelijke geschiedenis was het nu en dan moeilijk te volgen.

De Amerikaan Barth David Schwartz publiceerde nu, bijna vijftien jaar later, opnieuw een biografie over Pier Paolo Pasolini. Natuurlijk valt het boek op veel plaatsen samen met dat van Siciliano. Maar het is een stuk inzichtelijker, al was het maar doordat Schwartz openlijk en goed gedocumenteerd de Italiaanse maatschappelijke verhoudingen van Pasolini's tijd presenteert als doordrongen van vooroorlogse, door Mussolini en zijn fascisten opgelegde structuren en denkwijzen. Hetzelfde maakt hij waar voor de katholieke kerk en de communistische partij, instellingen waar Pasolini zijn leven lang een furieuze haat-liefdesverhouding mee onderhield.

De hoofdstukken over Pasolini's films zijn het meest geïnspireerd geschreven - Schwartz kende Pasolini aanvankelijk uitsluitend als cineast. Hij raakte naar eigen zeggen pas onweerstaanbaar door Pasolini gefascineerd door het kranteberichtje over diens sterven onder de hand van een hoererend sloppenjoch. In het verlengde van die eerste fascinatie ligt Schwartz' onderzoek. Zijn uitgangspunt was, zoals hij het zelf definieerde, "homoseksualiteit'.

Niet dat Siciliano dat in Pasolini's leven doorslaggevende element had verdoezeld. Hij wijdde bijvoorbeeld het eerste hoofdstuk van zijn boek aan de manier waarop Pasolini aan zijn eind kwam: vermoord door de 17-jarige Giuseppe "Pino' Pelosi, die voor betaalde seks door Pasolini was opgepikt en in diens zilvergespoten Alfa Romeo was meegenomen naar een afgelegen veldje bij Ostia. Daar werd de volgende ochtend zijn zwaar verminkte lichaam gevonden. Siciliano legde het accent op een complottheorie, die van Pasolini's sterven een politieke zaak maakte: in opdracht vermoord vanwege zijn provocatieve ideeën, zijn weerbarstig moralisme en zijn even ontembaar als schaamteloos naar buiten treden. In Siciliano's optiek werd Pasolini niet gedood door een prostitué, maar door een huurmoordenaar, die vermoedelijk werd bijgestaan door handlangers.

Ook Schwartz begint zijn biografie met Pasolini's laatste dagen en de lezer maakt direct kennis met Schwartz' wijdlopige verteltrant. In de rest van het boek, dat ook nog wordt geplaagd door wilde vertaalfouten in stijl en grammatica, verraadt die aanpak hoeveel moeite het Schwartz kostte om greep te krijgen op de massa materiaal die hij verzamelde: details worden uitgekauwd en verschillende malen vervalt hij in herhaling - als een causeur die in zijn vervoering vergeet dat hij iets al had verteld. Maar het zijn mooie bladzijden, die eerste 106. De brutale formuleringen in het jargon van de noodlotsroman zetten de toon voor de indrukwekkende studie die erop volgt. Hij besteedt uitgebreid aandacht aan de complottheorieën en de eventuele identiteit van de opdrachtgevers, maar hij verliest niet uit het oog dat het drama begon op het moment dat Pier Paolo Pasolini zijn autoportier opende voor de erotiek zoals hij die het liefst beleefde: anoniem, in de open lucht en met een jonge jongen in goedkope kleren. In de overige ruim zevenhonderd bladzijden van zijn boek maakt Schwartz waar dat Pasolini's gedichten, geschriften en films, de ontwikkeling van zijn denkwereld, ja, de loop van zijn leven, pas samenhang krijgen wanneer ze worden beschouwd in het teken van zijn seksuele voorkeur voor die jongens uit haveloze milieus. Zijn passie maakte hem gelukkig. Ze gaf aanleiding tot zijn intense liefdeslyriek; ze maakte hem van volslagen naïef tot een sociaal-politieke straatvechter; ze vormde de grondvesten voor zijn, ondanks hun barokke vorm steevast leerstellige, romans en films. Maar die passie maakte zijn leven ook tot een aaneenschakeling van schandalen en processen, een monstruositeit van publieke aandacht waarop Pasolini slechts venijnig schoppend en trappend een privé-bestaan kon veroveren.

Zijn onblusbare hartstocht leidde ook tot het fatale misverstand dat hem het leven zou kosten: de jongens uit de borgata van Rome waren in 1974 allang niet meer zo puur als hij ze ooit aantrof. Pasolini wist dat, hij had er vaak in zijn columns over geschreven. Hij verweet de consumptiemaatschappij de verwording van deze jongens tot ontmenselijkte "stenen monumenten'. Maar in zijn laatste nacht won de passie, bron van al het moois dat uit Pasolini was voortgekomen, het blijkbaar van het verstand: hij nam Pino Pelosi mee naar die afgelegen plek en verloor zijn leven.

Schwartz beschrijft Pasolini als een geniaal kunstenaar en een oorspronkelijk cultuurfilosoof en hij kon dat oordeel staven doordat hij sprak met ongeveer iedereen die Pasolini heeft gekend en door grondig elke letter te lezen die hij schreef. Gelukkig belet dat hem niet om Pasolini's neiging tot bombast te relativeren, er zelfs de gek mee te steken. Meermalen tekent Schwartz Pasolini ook als een kille man, ziekelijk egocentrisch en niet loyaal. Een hypocriet die zich gehaaid bewoog in de, naar buiten toe door hem met zoveel minachting overladen, corrupte modderpoel van het Italiaanse literaire leven.

Pasolini Requiem noemde Schwartz zijn boek. Een requiem is een mis die wordt opgedragen voor de zielerust van de overledene. Veel rust zal Pasolini's ziel niet ontlenen aan deze biografie, daar is het te weinig eerbiedig voor. Geheel in Pasolini's geest, dus.