Veel druzen onzeker over terugkeer Syrië naar Golan

GOLAN, 25 SEPT. De druzen op de Hoogvlakte van Golan zijn nog beduusd van de eer die de Syrische president Hafez al-Assad hun begin deze maand in zijn paleis in Damascus bewees. Bijna drie uur trok de Syrische leider uit voor de ontvangst van de eerste delegatie van Golan-druzen die sedert Israel in 1967 dit gebied op Syrië veroverde, een bezoek bracht aan de Syrische hoofdstad. “Wij gingen naar Syrië om te bidden op het graf van Nabi Habil, een van onze profeten”, vertelt Jamal Al-Mugrabi, een van de 207 leden van de afvaardiging uit het dorp Bukata aan de voet van de berg Hermon. “Toen we bij Kuneitra de grens overgingen, werd ons meteen gezegd dat we de persoonlijke gasten waren van president Assad. Alles werd voor ons betaald. Bij iedere maaltijd werden meer dan tweehonderd schapen geslacht.”

Tijdens de ontvangst van de druzen van de Golan formuleerde de Syrische leider het sedertdien vaak door de Israelische premier Yitzhak Rabin aangehaalde begrip van de “vrede (met Israel) der moedigen”. “Wij Syriërs vechten eervol en maken eervol vrede. In oorlog en vrede zijn wij mannen. Het Syrische volk verliest echter zijn eer als het voor vrede ook maar een vierkante meter van zijn grondgebied opgeeft.”

De druzen spitsten hun oren toen Assad hen tijdens zijn lange monoloog prees voor hun standvastigheid onder de Israelische bezetting. “Jullie hebben je voorbeeldig gedragen door op jullie land te blijven”, zei hij.

Betekent dit dat de druzen die de afgelopen kwart eeuw in tal van opzichten nauw met Israel zijn verstrengeld en in sommige gevallen zelfs de Israelische nationaliteit hebben aangenomen, bij een Syrische terugkeer naar de Golan niet als verraders aan de schandpaal zullen worden genageld? De druzen gissen nog steeds naar de interpretatie van deze voor hen belangrijke uitspraak van de Syrische leider. Velen voelen zich onzeker en laten zich over hun ware gevoelens over terugkeer van hun dorpen onder Syrische soevereiniteit liever niet uit. Een woord te veel, zelfs in een Nederlandse krant, kan hun persoonlijke veiligheid in gevaar brengen. Daarom zijn ze zeer op hun hoede.

Jonge druzen die vloeiend Hebreeuws spreken (een verplicht vak op de scholen), laten zich in het café op het plein in het grootste dorp Madjel-Shams (10.000 inwoners) enthousiast uit over terugkeer naar Syrië, maar zij weigeren hun naam te noemen. “We zullen een jaar lang onafgebroken feesten als Israel zich terugtrekt en wij weer van Syrië deel uitmaken”, zegt een 23-jarige jongen. “Dan zijn we weer thuis. Niemand zal ons dan voor vuile Arabieren kunnen uitmaken. Ik heb genoeg van Israeliërs die denken dat ze een slag beter zijn dan wij. Natuurlijk begrijpen wij heel goed dat de terugkomst van Syrië voor ons grote economische moeilijkheden met zich mee zal brengen. Wij weten dat de levensstandaard in Syrië lager is dan die wij onder de Israelische bezetting hebben gekregen. Voor onze eer zijn wij bereid die prijs te betalen. Wij voelen ons Syriërs.”

Pag 4: "Er zit verandering in de lucht'

Met bijval van andere jongeren in het café wijst de jongeman op het in 1985 midden op dorpsplein geplaatste beeld van de Syrische held sjeik Salamat Tahar Abu-Salah. Het zwaard in diens opgeheven rechterarm spreekt de symbolische taal van de trots der druzen. “Deze sjeik was een druus. Hij leidde in 1925 de grote Syrische opstand tegen de Fransen. Wij zijn daar trots op. Het bloed van de druzen is daarom onverbrekelijk met Syrië verbonden.”

Hoe jonger de gesprekspartners, des te vuriger lijkt hun liefde voor het Syrische nationalisme. Marweh Aleh, een vijftig-jarige eigenaar van een schoenenwinkel aan het plein, bekijkt het allemaal wat rustiger. Hij is één van de weinigen die getuigen van de verwarring onder de twintigduizend druzen op de Golan. “De meesten zwijgen over hun toekomstverwachtingen. Ze weten niet uit welke hoek de wind waait. Voorzover ik het kan bekijken is ruim de helft van de druzen voor terugkeer van Syrië naar de Golan. Familieoverwegingen wegen natuurlijk heel zwaar. In 1967 sneed de Israelische verovering van de Golan als een mes door onze hechte familiebanden. Hier vlakbij, tegen de berghelling is het schreeuwhek. Daar staan familieleden, zonder elkaar echt goed te kunnen zien, al jarenlang naar elkaar te gillen. Ik heb een broer in Syrië - kolonel in het Syrische leger - die ik in 25 jaar niet heb gezien. Natuurlijk zal ik blij zijn hem weer te kunnen omhelzen. Maar aan de andere kant beseffen velen dat terugkeer naar Syrië grote economische problemen zal veroorzaken.”

Marweh Aleh vraagt zich af wat er zal overblijven van de door de druzen in Israel verworven sociale rechten, hoe gesloten leningen zullen moeten worden afgelost, hoe winkels en bedrijven in de druzen-dorpen zullen worden bevoorraad. “Een kwart eeuw lang zijn onze dorpen met de Israelische economie verstrengeld. Die banden kunnen niet zo gemakkelijk worden doorgesneden. Vrede met open grenzen zou ideaal voor ons zijn”, zegt hij.

Hij heeft er geen moeite mee te vertellen dat het de druzen onder Israelisch bestuur in economisch opzicht goed is gegaan. De rijke appeloogst - de belangrijkste inkomstenbron van de druzen - wordt nu opgeslagen in grote, met Israelische steun gebouwde gekoelde loodsen zodat de afzet van deze vruchten onder zo gunstige mogelijke marktvoorwaarden kan plaatshebben. Veel druzen vonden werk in de Israelische bouwnijverheid en landbouw. De intifadah is aan de druzen voorbijgegaan. Vijf jaar voor het uitbreken van de Palestijnse volksopstand kwam het in 1982 tot een negen maanden durende, felle botsing tussen de druzen en de Israelische bezetters. Geleid door hun geestelijk leiders kwamen de druzen in verzet tegen een Israelische poging om hun de Israelische nationaliteit op te leggen. Druzen die dat wel deden werden “in de ban gedaan”. Uiteindelijk aanvaardden de druzen om praktische redenen Israelische identiteitspapieren die hun nationaliteit in het midden lieten.

Dit met felle botsingen tussen Israelische troepen en de druzen gepaard gaande verzet en het feit dat nog twintig druzen wegens spionage voor Syrië en andere anti-Israelische activiteit lange gevangenisstraffen uitzitten belemmeren Marweh Aleh niet in zijn oordeel dat “Israel me eervol heeft behandeld”. Eervol omdat Israel hem heeft schadeloos heeft gesteld voor de zware schade die aan zijn winkel en woonhuis werd aangericht toen er op 17 oktober tijdens de Grote Verzoendag-oorlog een zware vliegtuigbom op viel. “Mijn moeder stierf onder het puin, mijn vader brak zijn ruggegraat, de schedel van de dochter van mijn zoon werd verpletterd. Van mijn huis en winkel bleef niets over. Omdat ik weet wat oorlog is en weet wat voor een verwoestingen een nieuwe oorlog tussen Israel en Syrië in Madjel Shams zal aanrichten wil ik dat er vrede komt. Dat is ook een van de redenen dat er bij ons nu dag en nacht over vrede wordt gesproken. Zonder te weten wat er zal gebeuren voelen wij dat er verandering in de lucht zit.”