St Maarten: schade luchthavenschandaal beperken

PHILIPSBURG, 25 SEPT. Het bestuurscollege van Sint Maarten moet binnenkort beslissen over de vraag hoe de schade voor dit Antilliaanse eiland, voortvloeiend uit een financieel schandaal in verband met de Prinses Juliana Luchthaven, zo veel mogelijk kan worden beperkt.

De Eilandsraad (gemeenteraad) van Sint Maarten wil na een lange periode van vertraging door dit schandaal dat in 1989 aan het licht kwam, nu beslissingen over een noodzakelijke verbetering van de luchthaven. Daarbij kan het "Hoger toezicht' dat de regeringen in Willemstad en Den Haag sinds kort op het bestuur van Sint Maarten uitoefenen, nog een belangrijke rol gaan spelen. Wat werkelijk goed en betaalbaar is voor het eiland, kan het lokale bestuur niet meer in zijn eentje uitmaken.

In de luchthavenaffaire, die de burgers van Sint Maarten veel geld kan gaan kosten, zijn politieke, zakelijke en privé-belangen verstrengeld geraakt. Door ex-bestuurders is gesjoemeld met contracten en er bestaan sterke vermoedens dat smeergeld is uitgedeeld. Niemand durft het echt hardop te zeggen, maar het gonst van de geruchten dat ook politici daarvan hebben geprofiteerd. In civiele processen probeert de luchthaven, een overheids-nv, vroegere bestuurders en adviseurs aansprakelijk te stellen. Maar of het zal lukken daarmee ook de verliezen af te wentelen is hoogst onzeker. Volgens goed geïnformeerde bronnen op Sint Maarten is het niet uitgesloten dat de affaire ook een strafrechtelijk vervolg krijgt.

Zonder goedkeuring van het bestuurscollege, de enige aandeelhouder van de luchthaven, betaalde de voormalige voorzitter van de Raad van Commissarissen Albert Wathey, zoon van politicus Claude Wathey die 40 jaar lang de belangrijkste machthebber van Sint Maarten was, in 1989 13,5 miljoen dollar aan Italiaanse aannemers uit een lening die door de Italiaanse kredietbank Icle zou worden verstrekt. De aannemers leverden echter geen enkele tegenprestatie. Het project om de luchthaven uit te breiden en te vernieuwen voor in totaal 35 miljoen dollar, is nooit uitgevoerd en ze kregen al geld voor er één spa in de grond was gestoken. Op papier werden de kosten van het project hoger vastgesteld, op 43,5 miljoen dollar, om een lening van 100 procent van Icle te krijgen.

Inclusief renteverplichtingen wordt de schade van de betaling in 1989 intussen geraamd op 15 miljoen dollar, meer dan een derde van de jaarlijkse eilandbegroting. Net op tijd werd de Raad van Commissarissen in 1991 ontslagen en door een nieuwe raad vervangen die het Italiaanse project stopzette. Anders was de luchthaven nu opgezadeld met onbetaalbare verplichtingen, die volgens experts van het accountantsbureau Coopers & Lybrandt op termijn het faillissement van de luchthaven hadden betekend. Het eilandbestuur zou de vorderingen alleen kunnen afwenden door de eigendom van het vliegveld, onderpand voor de Italiaanse lening, over te laten gaan in handen van de Italiaanse bank en de aannemers. Voor een deel gaat het hier om dezelfde aannemers die ook de regering van Aruba door wanprestatie en faillissementen in ernstige financiële problemen hebben gebracht door contracten voor de bouw van drie hotels niet na te komen.

De oppositie op Sint Maarten dringt nu aan op een nieuwe beslissing van het bestuurscollege (bestaande uit partijgenoten en ex-aanhangers van Claude Wathey) omdat verbetering van het vliegveld van groot belang is voor het eiland. Alleen het hoogstnoodzakelijke onderhoudswerk aan de start- en landingsbaan is intussen verricht. Maar volgens directeur Frank Arnell moet er veel meer gebeuren. Het terrein van het vliegveld en de gebouwen zijn “veel te klein om zoveel passagiers te verwerken”, zegt hij, en er is dringend behoefte aan meer platforms om vliegtuigen te stallen.

Het bestuurscollege van Sint Maarten beschikt al sinds eind vorig jaar over een nieuw plan voor verbetering van het vliegveld, dat is opgesteld door een gespecialiseerd bureau, Lobo en Raymann. De totale kosten daarvan bedragen de helft van het Italiaanse plan: 18 à 19 miljoen dollar en de lasten daarvan zijn op te brengen uit de lopende inkomsten van de luchthaven. Bij alle ingewijden in de luchthavenaffaire heerst echter de indruk dat het bestuurscollege eigenlijk nog steeds met de Italiaanse aannemers in zee wil, maar dat een keuze voor het nieuwe project de enige uitweg biedt. De (Nederlandse) Nationale Investeringsbank is bereid een commercieel krediet te verlenen, tegen aantrekkelijke voorwaarden, maar zonder staatsgarantie. Bovendien heeft minister Hirsch Ballin zich bereid verklaard met ontwikkelingsgeld bij te springen als dat nodig is om de financiering rond te krijgen.

Per etmaal verwerkt de kleine luchthaven van Sint Maarten, die slechts één gecombineerde start- en landingsbaan kent, 120 tot 200 vliegbewegingen, afhankelijk van het seizoen. Een groot deel daarvan zijn charter- en lijnvluchten voor het vervoer van toeristen. Toerisme vormt de kurk waarop de economie van het eiland drijft. Vorig jaar ontving Sint Maarten ruim een miljoen vakantiegangers, het meerendeel afkomstig uit de Verenigde Staten. In het hoogseizoen is het zó druk op het Juliana-vliegveld dat grote toestellen uit Europa, van de KLM, Air France en de Franse maatschappijen Outremer en Corsair 's nachts moeten landen. Toeristische ondernemers, met name de hotelexploitanten, maken zich grote zorgen over de conditie van de luchthaven en de gebrekkige accomodatie.

Vorige week vrijdag stond de vraag wie aansprakelijk is voor de betalingen die ten onrechte aan de Italiaanse aannnemers zijn gedaan, centraal in een zitting van het Hof in eerste aanleg op Sint Maarten. In oktober wordt in deze zaak een uitspraak verwacht. De nieuwe Raad van Commissarissen had Albert Wathey en diens vader Claude Wathey persoonlijk aansprakelijk gesteld en daarbij de hulp van de Nederlandse landsvocaat mr. B.D. Wubs van het advocatenbureau Pels Rijcken & Drooglever in Den Haag ingeroepen. Volgens Wubs hebben de beide Watheys eigenmachtig en onrechtmatig gehandeld. Vader Wathey had als adviseur van de luchthavenvennootschap het initiatief genomen tot het geldverslindende uitbreidingsproject en de totstandkoming van de lening van 35 miljoen dollar bij Icle. Zoon Albert gaf opdracht voor de ondertekening van het leningscontract en parafeerde dat ook persoonlijk. De raadsvrouwe van de Watheys, mr. M. Fingal-Ecury, beoordeelde de aanklacht tegen haar cliënten als louter "politiek gemotiveerd' en meende dat het bestuurscollege wel degelijk op de hoogte was van de geldlening in Italië.

Tegelijkertijd loopt er een procedure van het huidige bestuur van het Prinses Juliana vliegveld tegen de Italiaanse bank Icle, om het complete leningscontract ongeldig verklaard te krijgen. Daardoor zou de luchthaven financieel schoon schip kunnen maken. In eerste instantie heeft de rechtbank van Sint Maarten op 19 mei van dit jaar in het nadeel van het luchthavenbedrijf beslist, maar het bestuur is in beroep gegaan bij het Gerechtshof in Willemstad. Icle en de Italiaanse aannemers zijn op hun beurt een procedure tegen de luchthaven begonnen bij het Internationale Hof voor arbitrage in Parijs, waarbij ze uitvoering van de overeenkomsten eisen.

Curieus in de hele affaire is de rol van de Italiaanse onroerend goed-magnaat Rosario Spadaro, een goede bekende van Claude Wathey, die op Sint Maarten hotels en een casino exploiteert en namens de bestuurders van het eiland contacten onderhield met Italiaanse aannemingsbedrijven. Uit telefoongesprekken tussen Spadaro en de Italiaanse aannemer Graci, die in de loop van 1989 in het kader van een onderzoek naar de activiteiten van de Italiaanse mafia zijn afgeluisterd door de justitiële politie in Venetië, blijkt dat er een geheime overeenkomst moet zijn tussen de opdrachtgever voor het luchthavenproject en het aannemersconsortium, die in een brief van de aannnemer is vastgelegd. Volgens de overeenkomst zou een deel van de lening bestemd worden voor “werkzaamheden” of “betalingen” die niet in het contract werden vermeld.

Duidelijk is dat de Italiaanse aannnemers geprofiteerd hebben van de in 1989 betaalde 13,5 miljoen dollar. Bij een veel groter contract, voor de aanleg van een zeehaven op Sint Maarten weigerde aannemer Graci, die in de afgetapte telefoongesprekken wordt geciteerd, een nieuwe geheime brief (overeenkomst) te tekenen zoals volgens Spadaro “reeds was geschied bij de bouw van een vliegveld”. De Italiaanse politie concludeerde dat “Bij al deze zaken is duidelijk de bedoeling aanwezig enkele normen te overtreden om de uitvoering van door Krediet-instellingen gefinancierde werken toegewezen te krijgen”.

Met medewerking van Roger F. Snow, journalist en uitgever van The Caribbean Herald op Sint Maarten.