Sperma

“Zeg schat, doe jij het licht uit. Ik moet morgen weer vroeg op.”

“Nu al? Ik lig net zo lekker te lezen.”

“Wat lees je dan?”

“Oh, niets bijzonders, dat stuk in Vrij Nederland.”

“Welk stuk?”

“Dat stuk waarin staat dat de man geen toekomst meer heeft.”

“Ach, kom nou. Dat heeft de filosoof Otto Weininger al in 1905 gezegd. Daarna heeft hij zelfmoord gepleegd door zich in het sterfbed van Beethoven een kogel door het hart te schieten.”

“Nee, dit is geen filosofische onzin, maar echte wetenschap. Uit onderzoek blijkt dat de kwaliteit van het menselijke sperma de laatste jaren ernstig is verminderd. Kijk, er staat zelfs een foto bij van een eicel, overwoekerd door spermatozoïden.”

“Verdomd. Het lijkt wel een foto van een wereldbol, genomen vanuit een ruimteschip. De aarde, aangevallen en bezet door miljarden slangachtige wezentjes.”

“Geen miljarden, maar miljoenen. Daar gaat het juist om. Gebleken is dat de afgelopen vijftig jaar het aantal zaadcellen in de zaadlozing schrikbarend is gezakt. Van gemiddeld 113 miljoen zaadcellen naar 66 miljoen per milliliter.”

“Per milliliter? Hoeveel is dat?”

“Heb ik mij ook al afgevraagd, maar de maatbeker in de keuken geeft alleen maar centiliters aan. Een centiliter is één streepje, dus ik vermoed dat een milliliter minder is dan een bodempje in een vingerhoed.”

“Dan hoeven wij ons toch geen zorgen te maken. Zo'n vingerhoed krijg ik wel vol, als ik in vorm ben.”

“Niet volgens prof. Skakkebeak.”

“Volgens wie?”

“Skakkebeak, die Deense professor van het onderzoek. Hij voorziet een evolutionair proces, waarin de man ten slotte onvruchtbaar zal worden.”

“Dat soort voorspellingen kennen we. Ik geloof daar geen zak van.”

“Luister nou. Het gevaar komt steeds dichterbij. Een vruchtbaarheidskliniek in Maastricht krijgt steeds meer porties binnen, waarvan de hoeveelheid zaadcellen ver ligt beneden het officiële criterium, dat door de Wereldgezondheidszorg is vastgesteld.”

“Officieel criterium? Wat krijgen we nou? Ik maak zelf wel uit hoeveel zaadcellen ik in mijn sperma wil hebben. Mag ik je erop wijzen dat één zaadcel, hoe eenzaam en nietig ook, al voldoende is om dat reusachtige ei van jou te bevruchten.”

“Dat weet ik wel, maar de situatie wordt toch zorgelijk genoemd.”

“Is er eigenlijk wat aan te doen?”

“Volgens de Tilburgse hoogleraar Evers heeft onderzoek aangetoond dat te warme teelballen de kwaliteit van het sperma verminderen. Onvruchtbaarheid kan worden opgeheven door, en ik citeer letterlijk, de ballen wat kouder te bewaren.”

“Bedoel je dat mannen er verstandig aan doen hun ballen elke dag een half uurtje in de ijskast te leggen?”

“Bij voorbeeld, maar praktischer is het om de verwarming lager te zetten. Je mag geen strakke broeken meer dragen en een bezoek aan de sauna is er niet meer bij, want dat blijkt een meedogenloze aanslag te zijn op de aanmaak van je zaadcellen.”

“Herinner je je nog die Franse minister, die tijdens de Parijse opstand van '68 zei dat studenten beter elke morgen een koude douche konden nemen? Dat zou ze elke opstandigheid wel afleren. Dat is pas een dom advies geweest.”

“Zeg, lees eens wat hier staat: uit onderzoek is bovendien naar voren gekomen dat mannen die 's nachts pyama's droegen zulke warme teelballen kregen dat hun zaadcelproduktie praktisch tot een minimum werd gereduceerd. Als de omstandigheden werden veranderd, verbeterde niet alleen de kwaliteit, maar ook het ballistisch vermogen van het sperma.”

“Je bedoelt...”

“Precies, doe jij je pyama uit! Dan zal de professor je eens even onderzoeken. Dat moet gebeuren voor de toekomst van de wereld en het voortbestaan van de menselijke soort.”

“Helemaal mee eens. Als je me maar niet kietelt.”