"Rusland leer je alleen kennen als je zelf gaat'

“Je moet in de Sovjet-Unie wel rekenen op een cultuurschok. Campings voor verwende Nederlanders, met kampwinkels en vermaak voor kinderen zijn er niet”, zegt de zeventigjarige gepensioneerde vioolleraar G. Demmendal. Hij kwam onlangs terug van een vakantie van vier weken waarbij hij samen met zijn echtgenote in een bestelbusje door het land trok. Zijn vrouw zegt dat je een beetje "malloot' moet zijn en kunnen improviseren. “Als de wc ontbreekt moet je in de bosjes of op een emmertje. Maar er is zo'n rijkdom aan cultuur en je hebt zulk leuk contact met de mensen.”

Na de revolutie van 1917 werd de Sovjet-Unie het reisdoel van socialisten en intellectuelen uit alle landen die er de nieuwe maatschappij gingen aanschouwen. Zoals keizerin Catharina II ooit door De Krim trok langs door generaal Potemkin opgetrokken showdorpjes met gelukkige boeren, zo liet de "fellow traveller' zich rondleiden langs modelfabrieken en -gevangenissen en bewonderde de blozende meisjes achter het stuur van zware tractoren op voorbeeld-kolchozen. De meesten schreven vol lof over de verworvenheden van de revolutie en hielpen zo de illusie instandhouden. Na de val van Stalin meed de fellow traveller het land om het reëel bestaande socialisme te zoeken in Cuba, China en later Nicaragua.

Na de Tweede Wereldoorlog werden Nederlandse communisten door de Russische partij soms beloond met een vakantie in de Sovjet-Unie. Voor de "gewone' toerist was er sinds 1960 de reisorganisatie Vernu, die jarenlang het monopolie bezat. Volgens directeur D. Walda lagen de hoogtijjaren voor Vernu tussen '65 en '75. Jaarlijks verzorgde de organisatie enkele duizenden vakanties. “Het waren echt actieve toeristen, die het spannend vonden in een heel andere maatschappij rond te zien.” Ook na de breuk van de CPN met de Sovjet-Unie in 1964 is Vernu nauw blijven samenwerken met het staatsreisbureau Intourist en met de vakbonden die hotels bezitten. Walda: “Je kunt Tolstoi en Tsjechov lezen, maar het land leer je alleen kennen als je zelf gaat”.

Voor touroperator OAD begon het toerisme op de Sovjet-Unie in de jaren zeventig met busreizen naar Leningrad. “Dat vonden we al heel ver”, zegt Oost-Europa-specialist G. Slot. “Het bustoerisme ging toen nog niet verder dan Italië; Parijs en Rome waren voor de happy few.” Steeds meer mensen mijden het strand, ze willen reizen maken om veel te leren. Daarop speelde de OAD in met onder meer reizen naar de Sovjet-Unie. “Men wilde zien wat er onder Gorbatsjov gebeurde en meeleven.” Tot twee jaar geleden groeide volgens Slot het aantal toeristen snel, maar berichten over voedselschaarste en politieke onrust maakten daar een einde aan. “Ik schat dat er deze zomer zeven- à tienduizend zijn gegaan, dat is 75 procent van vorig jaar. Het absolute topjaar was '90 met misschien wel 35.000 toeristen. Men reisde naar de Oeral en de Aziatische streken. Nu beperkt het zich weer tot de traditionele bestemmingen Moskou en St. Petersburg. De toerist kiest voor zekerheid. In '90 dropten we met een helikopter nog honderd man in de taiga, maar dat is nu voorbij.”

Reisbureau Circe is vijf jaar geleden opgericht als alternatief voor Vernu, door een aantal studenten Russisch. Medewerkster P. Hemmink: “Omdat we er gestudeerd hebben, konden we de mensen dingen bieden als uitstapjes naar illegale kunstmarkten, modeshows en popconcerten”. Ze noemt de mensen die met Circe reizen “het typische Rusland-publiek: veel intellectuelen en leraren”. Met de Sovjet-Unie is Circe meeveranderd. “We wijken steeds verder af van de gebaande paden, zoals met een trektocht waarbij we midden in de vrije natuur kamperen. Het is niet toegestaan, maar ook niet verboden.”

“Na Gorbatsjov en de echte omwenteling is veel meer mogelijk”, zegt ook C. van Dongen van reisbureau De Jong Intra. “Vroeger schreef Intourist voor waar de toeristen moesten slapen, maar sinds een paar jaar kun je onderhandelen en zaken doen met particulieren.” Vakbonden, academies en allerlei andere instellingen hebben eigen hotels. Voor de poorten van fabrieken staan vitrines met foto's van prachtige vakantieverblijven op De Krim, waar je naartoe kunt als je bij dat bedrijf werkt. Uniek noemt ze het "te gast bij de Rus thuis-arrangement'. “De toeristen verblijven vier dagen bij gastgezinnen in St. Petersburg. Daar zijn heel leuke vriendschappen uit ontstaan.” Wegens de politieke situatie heeft De Jong Intra dit jaar van de reis afgezien.

Naast de Westerling die tussen de massa binnenlandse en Oosteuropese toeristen de Moskouse bezienswaardigheden afloopt, zie je tegenwoordig 's nachts ook een slag mannen dat iets anders zoekt dan cultuur. Met weinig dollars zijn ze rijk en doen zich in bars en discotheken te goed aan bier, wodka en meisjes van kwaliteiten en tegen prijzen waar ze thuis slechts van kunnen dromen. Het zijn de opvolgers van de Finnen die al in de jaren zestig berucht waren door hun wodka-tripjes naar Leningrad.

Op de Nederlandse reismarkt stelt Rusland niet veel voor. Van de 7,8 miljoen buitenlandse vakanties die het NIPO vorig jaar telde, gingen volgens B.A. Polovetsky van Intourist 8.456 naar zijn land - een aantal dat overeenstemt met de afgegeven toeristenvisa. Dit jaar verstrekte het consulaat daarvan reeds zo'n zesduizend. Alle reisorganisaties denken wel dat de voormalige Sovjet-Unie een belangrijke bestemming kan worden, als er iets gebeurt aan de infrastructuur. Ook zal het land politiek stabiel moeten worden, want volgens Slot van de OAD is de Nederlander gevoelig voor onrust. “Dat is hier heel anders dan in België of Duitsland. Aan het Kroatische strand zie je nog massa's Oostenrijkers, weliswaar met hun eigen auto zodat ze snel weg kunnen, maar Nederlanders gaan die kant niet meer op.” R. Hoogland van Perestrojka Reizen schat de markt op veertig- à vijftigduizend toeristen per jaar. “Het is een land voor cultuurhappers, niet voor strandmensen, al zijn er prachtige stranden. Een massabestemming wordt het alleen als je een mythe creëert: mensen gaan niet naar een land waar ze geen idee van hebben.”