Rectificatie bankbestuurder

ROTTERDAM, 25 SEPT. In onze berichtgeving van gisteren over ABN Amro die bestuurder mr. R.W.J. Groenink van enkele binnenlandse taken heeft ontheven vanwege negatieve publiciteit, staat ten onrechte dat er een gerechtelijk vooronderzoek loopt naar de rol van de beleggers, de banken en Groenink inzake mogelijk misbruik van voorkennis met aandelen HCS.

De persofficier van justitie in Amsterdam, mr.A.E. Broek-Blaauboer, heeft meegedeeld dat het gerechtelijk vooronderzoek inzake HCS zich niet richt op de rol van de bank en Groenink. “Over de vraag tegen wie wèl, kunnen in dit stadium van het onderzoek geen mededelingen worden gedaan”, aldus de persofficier.

Justitie wil nu niet zeggen waarom van de zes partijen die bij de emissie van HCS betrokken waren, namelijk drie grootaandeelhouders en drie banken, de laatste partijen zijn uitgesloten van het onderzoek.

Dit betekent tevens dat de stelling die gisteren in de nieuwsanalyse over Groenink werd opgeworpen - namelijk dat hij "mag wachten op een echte rechter' - niet relevant is. Justitie heeft al een voor Groenink gunstige beslissing genomen en het vooronderzoek niet op zijn rol bij HCS gericht.