Rechtdoor tot waar het asfalt ophoudt; De mambo's, ballades en dronkemansliederen van Tom Waits

Tom Waits ontwikkelde zich van een onconventionele blues & beat-zanger tot een van de origineelste geesten van de rock 'n' roll. Zijn desolate muziek gaat over Amerikanen in het nauw: rusteloze dromers, eenzame nachtbrakers, Huckleberry Finns op de vlucht voor het burgerdom. Onlangs verscheen Bone Machine, een indrukwekkend album met "apocalytische visioenen waarop Johannes jaloers zou zijn.'

De vroege platen van Tom Waits zijn uitgekomen bij Asylum (Warner); Swordfishtrombones, Rain Dogs, Frank's Wild Years en Bone Machine bij Island (BMG Ariola).

In een groezelige bar in de rosse buurt van de metropool hangt een man over zijn tafeltje. Hij is aangeschoten maar nog niet dronken en klampt eenzame cafébezoekers aan. In ruil voor een glas whiskey en een sigaret vertelt hij verhalen.

Een vagebond koopt een buskaartje naar een verre bestemming, vast van plan een mislukt leven achter zich te laten. Voor vertrek ontbijt hij in de stationsrestauratie, waar hij verliefd wordt op de vrouw die zijn koffie inschenkt. Hij weet dat zijn kansen klein zijn - de serveerster heeft bewonderaars te over - maar wat heeft hij te verliezen? Zelfs als het niets wordt, kan hij hier elke dag nog komen eten. Laat de bus maar zonder hem vertrekken.

Een lifter op een verlaten kruispunt in de bergen wordt meegenomen door een vrachtwagen met een eigenaardige naam: Phantom 209. Na een nacht rijden en praten zet de bestuurder hem plotseling af bij een wegrestaurant. Als de lifter binnen de naam van de chauffeur laat vallen, wordt het stil. Ja Big Joe, die kennen ze wel: tien jaar geleden redde hij een bus met schoolkinderen van een frontale botsing door zijn truck in het ravijn te rijden. Hij was op slag dood.

Een voormalige wildeman begint een burgerbestaan in Californië. Hij neemt een huis en een hypotheek en trouwt een vrouw die weinig meer inbrengt dan haar hondje: een blinde Chihuahua met een huidziekte. Op een avond drinkt de man zich een stuk in zijn kraag. Hij koopt een gallon benzine, steekt zijn huis in brand en kijkt vanuit zijn auto toe hoe alles in vlammen opgaat. Dan zet hij een Top 40-station aan en rijdt hij over de Hollywood Freeway naar het noorden. Die hond kon hij toch al nooit uitstaan...

"Well you can buy me a drink/ and I tell you what I've seen'. Zo luidt het credo van de Amerikaanse zanger-componist Tom Waits, die onlangs met het indrukwekkende Bone Machine zijn eerste studio-album sinds 1987 maakte. In zijn twintigjarige carrière ontwikkelde hij zich van een onconventionele blues & beat-zanger tot een van de origineelste geesten van de rock 'n' roll. Met zijn mengeling van romantische Amerikaanse volksmuziek en hoekige, Kurt Weill-achtige ritmes trok hij niet alleen de aandacht van de experimentele popliefhebber, maar maakte hij ook indruk op diverse Amerikaanse kunstenaars. Hij componeerde de muziek bij Robert Wilsons postmoderne opera The Black Rider, schreef de soundtrack voor films van Francis Ford Coppola (One From The Heart) en Jim Jarmusch (Night On Earth), en speelde hoofdrollen in Jarmusch' Down By Law en Hector Babenco's Ironweed. Maar welke artistieke uitstapjes hij ook maakt, Tom Waits (Pomona, Californië 1949) beschouwt zichzelf in de eerste plaats als een verhalenverteller.

Ziel

Waits' verhalen, verpakt in weemoedige ballades, orgelende mambo's, jazz raps en dronkemansliederen, gaan over Amerikanen in het nauw. Ploeterende middenklassers die kapot gaan aan de bekrompenheid van hun doorsneebestaan, onfortuinlijke eenlingen die hun ziel en zelfrespect hebben verloren in het nachtleven van de grote stad. Allemaal willen ze ontsnappen, aan de verveling, de armoede, de smerigheid. Maar zelfs degenen die handelen naar hun dromen - en met de Greyhound of een oude auto steeds weer verder Amerika in trekken - zelfs zij ontkomen niet aan de rusteloosheid. "So what becomes of all the little boys/ who run away from home?' vraagt Waits zich af in "On The Nickel':

Well the world just keeps gettin' bigger

Once you get out on your own.

Waits sympathiseert met de jongetjes die van huis weglopen, de Huckleberry Finns op de vlucht voor het burgerdom. Hij volgt ze op hun reizen, van Chicago naar Los Angeles, van het Midden-Westen naar de Oostkust. Zijn liedjes vormen een culturele plattegrond van Amerika, de teksten beschrijven hoe zwaar de mythe van de onbegrensde mogelijkheden drukt op mensen zonder geld of geluk. Daarbij komen de kleinste details naar boven, Tom Waits heeft een hekel aan het halve werk van veel van zijn collega's. “Ik wil alles weten”, zei hij tegen een interviewer. “Of er kauwgom onder de tafel zat, hoeveel sigaretten er in de asbak lagen - van die kleine dingen. Je moet iets weghebben van een privédetective om een goede liedjesschrijver te zijn.”

En dus leert de luisteraar de personages van Waits goed kennen. Niet alleen hun dromen en hun twijfels, maar ook hun manier van kleden en het merk van hun sigaretten. Wat ze zeggen is vaak memorabel en verrassend geformuleerd: Waits is behalve een grootverbruiker van Amerikaans slang ook een liefhebber van one-liners. "Two dead ends and you still have to choose', zegt de ik-figuur van "Fumblin' With The Blues'; een andere geboren verliezer krijgt van een lotgenoot te horen dat "the dreams aren't broken down here/ they're walking with a limp.' En als de helden stil vallen, dan is er altijd nog het landschap waar ze doorheen rijden. Overdag niet zomaar wolken, maar "clouds like headlines on a new front page sky', 's nachts geen laatste kwartier, maar "a buttery moon that's all melted off to one side.'

Straatcomponist

De desolate sfeer in de liedjes van Tom Waits is vaak vergeleken met die in de schilderijen van Edward Hopper. Ten onrechte, vindt hij zelf. Hij mag dan een van zijn albums (Nighthawks At The Diner) vernoemd hebben naar een beroemd doek van Hopper, de afstand die hij tot zijn personages bewaart is veel kleiner. Ook voelt Waits zich slechts ten dele verwant met Mark Twain of Bret Harte, de sterke-verhalenvertellers die in de negentiende eeuw het leven aan de frontier opriepen in het ongekuiste dialect van de pioniers. Tom Waits noemt andere invloeden: Louis Armstrong, wiens stem en frasering hij imiteerde in de eerste helft van zijn carrière; de vergeten straatcomponist Harry Partch, die in de jaren vijftig de gekste ketelmuziek speelde op zelfgemaakte fantasie-instrumenten; en vooral Jack Kerouac, de chroniqueur van de Beat Generation die net als hij een beeld wilde geven van Amerika onderweg, en die in On the Road verklaarde dat hij zich alleen interesseerde voor de bezetenen in zijn omgeving - de mensen die nooit geeuwen of clichés uitbraken, maar voortdurend van binnen in brand staan.

Twee van zulke personen spelen de hoofdrol in "Burma Shave', een sleutelsong uit Waits' oeuvre die te vinden is op het overrompelende Foreign Affairs uit 1977. Op het eerste gehoor lijkt het een simpele ballade: de zware stem van Waits, die af en toe licht overslaat, wordt slechts begeleid door een bluesy piano, terwijl de zes coupletten dezelfde muzikale opbouw hebben. Toch wordt de luisteraar meteen gegrepen. De kaalheid van het arrangement legt de nadruk op de tekst, die begint met een precieze, ongewone beschrijving van een zonsondergang boven een stadje in het Midden-Westen:

Licorice tattoo turned a gun metal blue

scrawled across the shoulders of

a dying town

Tegen deze sombere achtergrond rijdt een moderne outlaw op een benzinestation af. Hij is op weg naar Burma Shave, een plaats waar de politie hem niet zal zoeken. Als in een reclame voor jeans of alcoholvrij bier trekt hij de aandacht van een meisje dat zich bij de pomp staat te vervelen. Hoe ver ga je, vraagt ze, en hij antwoordt dat hij rechtdoor gaat zolang de weg geasfalteerd is. Het meisje bedenkt zich geen twee keer: dit is haar kans om aan de verstikking te ontsnappen.

Cause everyone in this stinking town's got one foot in the grave

And I'd rather take my chances out in

Burma Shave

Burma Shave is een mythische bestemming. Het is de naam van een scheerzeepmerk dat in de jaren vijftig met grote borden langs de Amerikaanse snelwegen adverteerde. In een interview vertelde Waits ooit dat hij als kind dacht dat Burma Shave de naam van een grote plaats was. De jongen en het meisje denken kennelijk hetzelfde. Op Burma Shave projecteren ze hun dromen, en hoe meer graansilo's er in de achteruitkijkspiegel uit hun gezichtsveld verdwijnen, hoe dichter ze het naderen.

Natuurlijk wordt het doel niet bereikt. Net voor het vijfde couplet vliegen de dromers uit de bocht. Hun auto slaat te pletter tegen een jaknikker.

Just a nickel's worth of dreams,

every wishbone that they saved

lies swindled from them on the way to Burma Shave

Als het meisje die nacht dood uit het wrak wordt gehaald, heeft ze haar zonnebril nog op. En vlak voordat de piano wegsterft en een gedempt hoog trompetje de ballade melancholiek besluit, klinken de laatste woorden van het liedje. "They say that dreams are growing wild just this side of Burma Shave.'

Wortels

Toen Tom Waits in 1973 bescheiden debuteerde met Closing Time, een verzameling liedjes met folkrock-invloeden, vertelde hij de weinige journalisten die hem wilden spreken dat hij als een Rip Van Winkle door de jaren zestig heen had geslapen; "eerlijk gezegd heb ik niet het gevoel dat ik iets gemist heb'. En inderdaad, in tegenstelling tot de meeste andere singer-songwriters (bijvoorbeeld die andere debutant uit 1973, Bruce Springsteen) lagen zijn muzikale wortels niet bij Bob Dylan. Waits was geïnspireerd door oude soul, de Amerikaanse musicaltraditie en geïmproviseerde jazz uit de jaren vijftig. Hij hield van Ray Charles en Cole Porter, van Frank Sinatra en Charlie Parker. Dat maakte zijn muziek anders dan die van zijn tijdgenoten.

Op zijn eerste platen klonk Waits als een Beat Poet met jazzbegeleiding. Zijn rauwe stem, die onder invloed van drank en sigaretten steeds lager ging grommen, zorgde er voor dat zelfs zijn meest romantische nummers nooit sentimenteel werden. En om zo waarachtig mogelijk te kunnen schrijven over het leven aan de zelfkant, leidde hij het leven van zijn personages. Zeven jaar lang woonde hij in een motel in Los Angeles, van waaruit hij zich mengde in het kroeg- en straatleven "op de hoek van Bedlam en Squalor'. Nostalgische hoeren, cynische alcoholisten, kleincriminele pechvogels - ze kruisten zijn pad en belandden op lp's als The Heart of Saturday Night (1974), Blue Valentine (1978) en Heartattack And Vine (1980).

In het begin van de jaren tachtig beëindigde Tom Waits zijn leven als beatnik. Hij maakte in Hollywood carrière als acteur en filmcomponist, en trouwde met een scenarioschrijfster. De mythe wil dat popmusici met een gezin hun wilde haren verliezen; Waits bewees het tegendeel. Hoewel zijn platen altijd anachronistisch en eigenaardig aandeden, waren ze zelden experimenteel of vernieuwend. Het in 1983 verschenen Swordfishtrombones was dat wel. De muziek van het album was soms even ongerijmd als de titel. Waits gebruikte instrumenten die van een andere wereld leken te komen: een basmarimba, een glasharmonica, een pomporgel dat door Kapitein Nemo uitgevonden had kunnen zijn, en slagwerk dat werd aangeduid als "metal aunglongs'. Ook zijn stem was niet langer de vertrouwde kruising tussen Louis Armstrong en een vlakschuurmachine; hij klonk schorrer en geheimzinniger, soms zelfs vals en angstaanjagend. De mambo- en jazzritmes, de Brechtiaanse hoempathema's en Ierse folkmotieven maakten Swordfishtrombones tot een smeltkroes van Amerikaanse immigrantenmuziek, waarop romantische melodieën werden afgewisseld met geluiden uit het knekelhuis.

Zeeroversliederen

Het openingsnummer van Swordfishtrombones, een onheilspellend marslied met als refrein de regels "there's a world going on/ UNDERGROUND', was het visitekaartje van de nieuwe Tom Waits. Ook op zijn volgende platen experimenteerde hij met muziek uit het ondergrondse. De luisteraar werd onthaald op zeeroversliederen, sonates voor potten en pannen, smartlappen met harmonium-begeleiding en zelfs een oorverscheurende parodie op Frank Sinatra. Niets is Waits te gek, en dus is temidden van al het aanstekelijke geweld ook plaats voor rustiger nummers die bij elke keer draaien aangrijpender worden: "Jockey Full Of Bourbon' op Rain Dogs (1985), het klaaglijke "Yesterday Is Here' op Frank's Wild Years (1988), de macabere dans "Black Wings' op het nieuwe album Bone Machine.

Zoals de muziek van Waits in de loop der jaren onvoorspelbaarder werd, zo werden zijn teksten pessimistischer. Op zijn laatste twee platen houdt hij vast aan zijn oude thema's, maar zijn personages lijken steeds hulpelozer. Neem de titelheld van Frank's Wild Years (de muziek van een theatervoorstelling die Waits in Chicago opvoerde): tegen beter weten in droomt hij van successen als entertainer in New York, maar als hij na jaren van frustratie eindelijk op Times Square staat, is hij straatarm en kan hij niet meer zingen van de tuberculose. En op Bone Machine worden de desperate monologen van mensen zonder enig toekomstperspectief afgewisseld met apocalyptische visioenen waarop Johannes jaloers zou zijn.

In het tweede nummer van Bone Machine, "Dirt In The Ground', komt de volgende strofe voor:

Hell is boiling over

And heaven is full

We're chained to the world

And we all gotta pull

Het is een beeld dat niet alleen de benarde situatie van de personages van Tom Waits origineel samenvat, maar ook dezelfde uitwerking heeft als Waits' muzikale experimenten: het verrast en blijft dan lang knagen.