Peña integreert flamenco en koorzang

Misa Flamenca met The Academy of St. Martin in the Fields en o.m. Ana Ramon en El Chaparro (zang), Paco Peña e.a. (gitaar) en Juan Fernandez (dans). Gehoord en gezien: 24/9, Den Haag. Nog te zien: t/m 4/10 in o.m. Groningen, Eindhoven, Utrecht, Haarlem, Heerlen, Veere en Amsterdam.

Sommige Nederlandse kerken vervingen in de jaren zestig de orgels tijdelijk door dixieland- of beatbands. Deze poging tot modernisering was te krampachtig om kans van slagen te hebben. Veel natuurlijker was het proces dat zich ongeveer in dezelfde tijd in Zuid-Spanje afspeelde. Daar vonden voor het eerst "Misas Flamencas' plaats. Een dergelijke combinatie van de katholieke eredienst met de volkszang van Andalusië lag voor de hand: de meeste flamencos zijn zeer katholiek, op het bijgelovige af.

In 1966 werd de eerste Misa Flamenca op de plaat gezet, met legendarische cantaores als Rafael Romero en El Chocolate. Sindsdien zijn er vele gevolgd. Met zijn in 1991 op cd uitgebrachte flamenco-mis trekt Paco Peña op het ogenblik door Nederland. Hij heeft het aangedurfd daartoe met het koor van The Academy of St. Martin in the Fields samen te werken. Met succes. Dat de leden van huis uit weinig affiniteit met flamenco hebben, is nauwelijks te merken. Dankzij trucs als opvallende loopjes op de gitaar of een doordringende roffel weet iedereen wanneer er ingezet moet worden. De dirigent zorgt dat het kompas van de muziek wordt gevolgd.

Toch blijken flamenco en koorzang zich niet steeds met elkaar te verdragen. Met name de tientos die een boetedoening bezingen, verliezen hun indringende karakter, nu ze door een koor worden gezongen en niet langer de individuele expressie van individuele emotie zijn.

Daar staat veel prachtigs tegenover. De mis opent met een siguiriya. Deze meest dramatische en kwetsbare van alle flamencostijlen wordt door El Chaparro zo gezongen dat de slotregel, "hij stierf aan het kruis', bijna als een schok komt. De keuze het Gloria in de vorm te gieten van de extraverte Fandangos de Huelva is gelukkiger dan die van Romero c.s. indertijd voor de Cantes de Malaga. De petenera waarmee het Credo gestalte wordt gegeven, wordt door de jonge Ana Ramon gezongen op een manier die wat ingetogenheid en expressie betreft kan wedijveren met die van de grote Rafael Romero. En in de slot-alegrias, waarin het Agnus Dei is verwerkt, is het koor geïntegreerd op een manier die meer flamenco is dan het duffe gemummel van 26 jaar geleden.

Alles bij elkaar was het een integer en fascinerend concert, met als hoogtepunt het Onze Vader, gezongen in Martinete-stijl door El Chaparro en onderbroken door een dans van de immer fenomenale bailaor Juan Fernandez. Echte flamenco, mooi en indringend, en met een bescheidenheid waaraan menige predikant of priester die het Onze Vader opsiert met zijn eigen ijdelheid een voorbeeld zou kunnen nemen.