Openbare orde

We schelden wel vaak op ze, binnensmonds, want per slot van rekening dragen ze een vuurwapen, maar diep in ons hart weten wij, bewoners van Amsterdam, dat "onze' politieagenten de beste, goeiigste en toch meest wereldse van heel het land zijn. Aan hun rustige manier van doen danken we het dat je je op de grachten meer op je gemak voelt dan op een Gelders dorpsplein. Buitenlandse toeristen valt het op dat hier niets volgens de regels gaat, maar het gáát.

Zie ze langzaam en ontspannen voortpedalen door de oude smalle straatjes van de stad, de dwarsgeparkeerde verhuisbusjes en omvergereden amsterdammertjes behendig ontwijkend. Als ze zo voorbijkomen, een jongens- en een meisjesagent naast elkaar, op hun van nieuwigheid glimmende mountain bikes, dan denk je eerder aan een verliefd stel op vakantie dan aan handhavers van de openbare orde. De zon schijnt, er klinkt gelach en glasgerinkel vanaf een terras en het gezag is als een kameleon één met zijn omgeving.

Is deze idyllische schets nu de prelude van een betoog waarin het tegendeel wordt aangetoond? Welnee.

Het was een heerlijk lauw-warme zomeravond. Behoorlijk laat al, twee uur, half drie misschien. Een overdag druk kruispunt waar ik langs wandelde, lag er nu, badend in geel kunstlicht, volkomen verlaten bij. De stoplichten trokken zich daar niets van aan, die waren nog steeds onverbiddelijk bezig het afwezige verkeer te regelen. Groen, oranje, rood, groen, oranje, rood. Voor mij was het zinloos groen. Terwijl ik op het zebrapad stapte, naderden er vanuit het niets van links een fietser en van rechts een wit politie-golfje waarin twee agenten: een jongen en een meisje. Ik stak verder over. De politieauto stopte, en tot mijn verbazing stopte ook de fietser die makkelijk voor mij langs had gekund. Hij hield zeker stil, bedacht ik, omdat hij niet onder het oog van de agenten door rood wilde rijden. Vervolgens hoorde ik uit de richting van de auto een klik en een ruisend geluid. Een van de agenten, het meisje, had een microfoon gepakt en aangezet. Ze blies erin om te horen of het ding het deed. Ik keek naar de fiets. Natuurlijk was het een oud barrel zonder verlichting. Maar zou ze daar over gaan zeuren? Op dit helverlichte kruispunt? Is dit soms Barneveld?

Kort afgebeten en in onvervalst Amsterdams schalden er twee woorden over het stille kruispunt: “Doorrije, slijmbal!”