Oorlogsverklaring aan de romantiek

Ach, Europa!

Tien jaar geleden werd in een CBS-documentaire berekend dat de Europese illusie te Brussel respectievelijk Straatsburg precies honderdvijftig dollar per parlementair uitgesproken woord kost. Met andere woorden, zo gauw een Europarlementariër zegt: “Mister Chairman, I shall be brief . . .” wijst de kassa reeds $ 900,- aan. Er is door het ontstelde Europese Parlement onmiddellijk een commissie genstalleerd die na X maal $ 900,- spreektijd besloot een half miljoen gulden uit te trekken om een positieve film over Europa te laten maken. Of die ooit is vervaardigd weet ik niet. In elk geval is Europa er nooit in geslaagd om uit de sfeer van roze balletten, bureaucratische klepkolder, straatlange limousines en ongereguleerde stromen Johnny Walker Black Label te geraken.

Ach, Europa!

Eerst is de bevolking van de diverse lidstaten allerwegen wijsgemaakt dat een verenigd Europa zowel noodzakelijk als onafwendbaar zou zijn. Daar is met schouderophalende onverschilligheid op gereageerd, getuige het opkomstpercentage bij de diverse Europese verkiezingen. Nu zijn de politici van Denemarken respectievelijk Frankrijk zo vriendelijk geweest, veelal om binnenlands-politieke redenen, eindelijk bij de bevolking te informeren of zij eigenlijk van dat verenigde Europa gediend zijn. En ziet: ondanks al het gejengel, gedram en gedreig, zegt rond de helft van de ondervraagden: Lazer toch op met dat Europa van jullie . . .!

Paniek in Parijs, Kopenhagen, Bonn en 's-Gravenhage. Omdat ook in Nederland de stemming sceptisch begint te worden, gaat een aantal bewindslieden, van staatssecretaris Piet Dankert tot premier Ruud Lubbers, binnenkort de buurthuizen langs om daar "met daartoe geselecteerde parlementariërs, wetenschappers en journalisten' in debat te treden. “Dit alles in een poging om Europa dichter bij de burger te brengen”, schrijft mijn ochtendblad. En Dankert respectievelijk Lubbers op hun beurt dichter bij Europa, want Dankert wenst commissaris Frans Andriessen op te volgen, terwijl Lubbers al sedert mensenheugenis in de markt is voor de zetel van president-commissaris Jacques Delors. Echt, de enige enthousiastelingen voor Europa zijn de politici, in het bijzonder diegenen onder hen die inmiddels op hun vaderlandse werkvertrek zijn uitgekeken.

's Morgens roepen onze geachte bestuurders dat er omwille van de democratie gedecentraliseerd moet worden. Daartoe hebben zij de zogeheten deelraden uitgevonden, een werkgelegenheidsproject voor nepburgemeesters en imitatiewethouders. 's Middags moeten wij vervolgens omwille van diezelfde democratie centraliseren, met een Europese munt, een Europese bank en een Europees parlement, geleid door een Europese regering.

Ik snap het werkelijk niet.

Heeft u trouwens ooit iemand (buiten het politieke circuit) ontmoet die zich bij het horen van het woord Europa vergenoegd in de handen wreef? Nee, want zulke mensen bestaan niet. Europa is een bedrijvigheid van beroepseuropeanen. De particulier die de tweehonderdvijftig pagina's Maastrichts Europapiaments heeft gelezen is gek òf een Belg, om de woorden van de anti-Europeaan Hugo Brandt Corstius te parafraseren.

In sommige bezorgde commentaren op de Europese nederlaag in Denemarken en de Europese schijnoverwinning in Frankrijk werd de suggestie gewekt, dat diegenen die niet zoveel van Europa willen weten eigenlijk anti-democraten zouden zijn, vergelijkbaar met drs. H. Janmaat of Jean-Marie Le Pen.

Ach, Europa!

In werkelijkheid lijkt het mij vrij normaal om je eigen democratische verworvenheden te mogen beschermen tegen het surpranationale gescharrel van een onduidelijk gezelschap dat te Straatsburg tegen een onbeschoft hoog salaris zit te discussiëren over de vraag of de legbatterij vierhonderdvijftig vierkante centimeter per kip of zeshonderd vierkante centimeter per kip dient te bevatten, waarna de zaak onder druk van de boerenlobby naar de landbouwcommissie wordt terugverwezen. De anti-Europeanen zijn trouwens, aldus dezelfde bezorgde commentaren, niet alleen anti-democraten, het zijn bovendien nationalisten. Ik ben zo vrij hiertegen beleefd te protesteren. De anti-Europeanen zijn in werkelijkheid de ware internationalisten. Kenmerk van het internationalisme is dat het hecht aan zoveel mogelijk buitenland. Dat de wereld, Europa incluis, uit verschillende staten bestaat is alleen maar aangenaam, althans zolang die staten elkander niet gewapenderhand te lijf gaan. Het voorhanden zijn van een buitenland is een culturele verworvenheid, die de blik scherpt voor de eigenaardigheden van land en volk. Het is toch alleen maar aardig dat in het ene land over het station en in het andere land over de statie wordt gesproken? Eigenlijk heb ik helemaal geen zin in een geuniformeerd Europa waarin ik mijn steak au poivre in restaurant In den Loden Dorschvlegel op de Keyserlei met een ecu moet betalen. Dat Europa van Dankert en Lubbers, het is een regelrechte oorlogsverklaring aan de romantiek. Het schijnt een hele verworvenheid te zijn als straks de nationale grenzen worden opgeheven. Wil ik dat eigenlijk wel? Nee, ik wil in Keulen of Düsseldorf twee flessen Schlageter méér blijven kopen dan van rijkswege is toegestaan, om die vervolgens tandenklapperend langs de douane te kunnen smokkelen. En ik wil al helemaal niet worden geregeerd door een gezelschap onbenaderbare heren dat in een verlengde Mercedes naar een vergadering koerst waar een besluit zal worden genomen dat onze nationale soevereiniteit, die van het gemeentebestuur van Appelscha òf van de Nedelandse regering in Den Haag, met een achteloos handgebaar terzijde schuift.

Eigenlijk zou ook in Nederland over dat Europa, in navolging van Denemarken en Frankrijk, een referendum moeten worden georganiseerd. Liefst zo spoedig mogelijk. Jammer dat ik omwille van de democratie óók al tegen referenda ben.