"Mon chéri, we gaan allemaal dood!'

NEDERWEERT, 25 SEPT. Het is even over een in de nacht bij een wegrestaurant in Nederweert. Daar komt de bus zachtjes voorglijden. De lichten van de televisie floepen aan. De deur gaat open. Fototoestellen flitsen. Een hostess van de ANWB zegt: “ Heren van de pers, deze mensen zijn ontzettend moe, ze hebben erg veel meegemaakt, dus...”

Dan komen ze een voor een de bus uit; 37 slachtoffers van de overstromingen van afgelopen dinsdag in het Zuidfranse Vaison-la-Romaine in de Vaucluse. Daar zijn volgens de laatste berichten tenminste 34 mensen omgekomen en worden er nog 42 vermist.

De overlevenden in Nederweert zijn berooid en stil. Sommigen hebben een zwarte plastic zak bij zich. Een man uit Hilversum heeft er zijn videocamera in zitten, “helemaal onder de modder”. Er zijn ANWB-tassen waarin wat schamele bezittingen zitten. Uit een ervan steekt een Frans stokbrood. Een oudere man zegt: “Noteer dat de Fransen ons geweldig hebben opgevangen. Het hele dorp heeft ons geholpen.” Men schort wat aan de gekregen kleding.

Men valt elkaar in de armen. “Hallo jongen, fijn dat jullie er zijn”, zegt een vader tegen zijn zoon, die hem is komen afhalen. Hier en daar wordt er wat ingehouden gesnikt of verkrampt een gezicht. Een vrouw uit Gorinchem zegt dat ze op de camping in Vaison-la-Romaine drie uur in een boom heeft gezeten tot aan haar middel in het water. “Ik ben alles kwijt. Bang ben ik niet geweest, want we zijn nogal nuchter.”

In veertien uur tijd heeft een door de ANWB gecharterde bus hen uit het Franse plaatsje naar Nederweert gebracht. Het kon niet anders, want allen verloren ze hun auto en hun caravan. Tegen vier uur vanmorgen kwam een tweede bus, dit maal uit het eveneens zwaar getroffen Carpentras.

Het echtpaar Sterel uit Uithoorn, beiden in de zestig, vertelt: “'s Morgens was er al een tornado geweest. Daarna was het weer droog geworden totdat om een uur de lucht pikzwart werd. We zaten in de caravan. Het begon vreselijk te regenen en te hagelen. Opeens zagen we onze auto voorbijzeilen. Die hebben we nooit meer teruggevonden. Het water steeg binnen een paar minuten tot aan ons middel. Netty, zei ik tegen mijn vrouw, we moeten maken dat we hier weg komen. We zijn naar het toiletgebouw gegaan en daar op het dak gaan zitten. Maar ook daar waren we niet veilig voor het kolkende water dat met een snelheid van 100 kilometer per uur aan kwam razen en dat binnen een paar minuten tot zeventien meter hoog steeg. Terwijl we ons aan een elektriciteitskabel vasthielden, zijn we naar een boom gekropen, die op een wat hogere plaats stond. Daar hebben we op zeven meter hoog minstens vier uur in het water gezeten tot we door militairen werden bevrijd. Fransen, die bij ons waren, raakten in paniek en riepen: mon chéri, mon chéri, we gaan allemaal dood. Onze buren, een echtpaar uit België, raakten in paniek en zijn door het water meegesleurd en niet meer teruggevonden. Een man probeerde zich zwemmend te redden, maar is ook door het water verzwolgen.”

Mevrouw Sterel raakte in een shocktoestand en werd per ambulance naar een ziekenhuis gebracht. Ze was vanmorgenvroeg de schrik ogenschijnlijk al weer te boven. Ze laat een Franse krant zien met foto's van het drama van Vaison-la-Romaine. De camping is één dikke laag modder. De caravan van het echtpaar is total loss en hangt nog ergens in een boom. Het enige wat de heer Verel eruit wist te redden was zijn pijp. De totale schade schat hij op minstens 45.000 gulden. “Maar de Fransen waren fantastisch, ze hebben ons grandioos ontvangen,” zegt hij in zijn geleende jack en zijn veel te ruime broek.

    • Max Paumen