Mollige schaaldieren en volmaakte mosselen; James Ensor en Marcel Broodthaers in Antwerpen

James Ensor schreef vaak teksten over onderwerpen die hij ook schilderde, bij voorbeeld over het strand van Oostende. Marcel Broodthaers begon zijn carrière als dichter en ook als beeldend kunstenaar bleef zijn thema de poëzie. Verder heeft hun werk weinig overeenkomsten. Maar het levert in Antwerpen wel een mooie dubbeltentoonstelling op.

Tentoonstelling: James Ensor, Marcel Broodthaers. Ronny Van de Velde, IJzerenpoortkaai 3, Antwerpen. T/m 13 dec. Di t/m zo 11-18u; gesloten 1 en 11 nov. Tijdens de expositie wordt een catalogus gepubliceerd. In nov. verschijnt een Catalogue raisonné des peintures de James Ensor van Xavier Tricot. Films van Broodthaers worden 13 okt om 20u30 vertoond in Cinema Cartoon's, Kaasstraat 4-6, Antwerpen. Drie diawerken van Broodthaers zijn t/m 25 okt te zien in het Van Abbemuseum in Eindhoven.

Over het waarom van de ontmoeting tussen de Belgische kunstenaars James Ensor en Marcel Broodthaers blijven de organisatoren van deze dubbeltentoonstelling bij Ronny van de Velde in Antwerpen in het vage. Ze noemen hun eigen "voorkeur voor het verschillende én verwante werk van deze kunstenaars van wereldniveau' en de manier waarop Ensor en Broodthaers zich als "individualistische, tegendraadse figuren' keerden tegen het heersende academisme van hun tijd. Pogingen om dan maar zelf op zoek te gaan naar redenen voor deze combinatie leverden niets op - behalve misschien de eigenzinnige relatie die zowel Ensor als Broodthaers met taal hadden.

Ensor (1860-1949) bracht vrijwel zijn hele leven in Oostende door, waar zijn moeder een souvenirwinkel dreef. Zijn vader was een werkeloze Engelse intellectueel. Dit decor - de Noordzee, het licht en de schelpen, chinoiserieën en maskers in zijn moeders winkel - is niet alleen bepalend voor Ensors schilderijen, maar ook voor zijn geschriften. In een van zijn teksten schetst Ensor met woorden een beeld parallel aan de olieverftekening Het strand van Oostende (1890), waarop een gekrioel is te zien van badgasten. “Op het strand is het uitzonderlijk druk. Heel het mondaine Brussel ontmoet, en het logge publiek van Gent, minder bevallig, uiteenlopend en kleurrijk volkje. Geflanelleerde dandys die over de zandvlakte kruipen. Mosselen die over mosselen wriemelen. Knappe kleintjes die mollige schaaldieren plagen. (-)”

Ensor was een veelgevraagd feestredenaar bij banketten. Hij greep deze gelegenheden aan om zich in een onstuitbare woordenstroom met veel zelfgemaakte adjectieven te keren tegen wantoestanden in de kunst en daarbuiten. De filippica's van Ensor tegen het "overdreven vermageren van de vrouw', tegen vivisectie en tegen de "met lood beslagen en met kleigebetonneerde speculanten' die de duinen verpesten met hun nieuwbouw zijn vermakelijk, maar nogal moeilijk leesbaar. Het deed mij denken aan kapitein Haddock in Kuifje ("Honderdmiljard bliksembommen en dondergranaten!') die ook voortdurend in razernij ontsteekt.

Dezelfde boosaardige toon spreekt uit de mooie serie karikaturale schilderijen De goede rechters (1891), Op het conservatorium (1896) en De slechte dokters (1892), die bij een patiënt op gruwelijke wijze de darmen verwijderen terwijl ze een spons in zijn buik laten zitten. Dat de arme patiënt deze behandeling niet zal overleven is duidelijk: magere Hein staat al in de deuropening.

Het is nauwelijks voorstelbaar dat Ensor ook de schilder is van de ingetogen, vrij traditionele stillevens, (zelf)portretten en landschappen die ongeveer tegelijkertijd, in de jaren 1880-90, ontstonden. En niet te vergeten van het late werk (1920-40): wonderlijke visioenen van licht en kleur, zoals Stralen van het palet (een soort parodie op de balletdanseressen van Degas) en het Lijden van Christus, waarop een roze Christus aan het kruis verschijnt in een wirwar van kleuren en figuren.

De tentoonstelling, die grotendeels bestaat uit bruiklenen uit Belgische privé-verzamelingen, geeft in kort bestek een goed overzicht van het verwarrend veelzijdige oeuvre van Ensor. De foto's, etsen en tekeningen die in een doorlopende, chronologisch geordende reeks onder de schilderijen zijn gehangen completeren het beeld.

Troostprijs

Ook van Broodthaers' oeuvre wil men in Antwerpen een overzicht geven. Zo kort na de grote Broodthaers-retrospectieve begin dit jaar in het Jeu de Paume in Parijs, is dat een riskante onderneming. Het aantal werken is kleiner en voor een groot deel hetzelfde als in Parijs. Maar als troostprijs voor het feit dat de grote retrospectieve, onder andere door toedoen van de weduwe van de kunstenaar, niet in Brussel kon worden getoond, waar hij eigenlijk thuishoorde, voldoet dit Antwerpse initiatief zeker.

Net als bij Ensor is het werk van Broodthaers (1924-1976) min of meer chronologisch geordend. Tussen de werken hangen zwart-wit foto's over leven en werk van de kunstenaar. Broodthaers was oorspronkelijk dichter, maar ook in de laatste twaalf jaar van zijn leven, toen hij zich als beeldend kunstenaar manifesteerde, bleef zijn thema toch de poëzie. Een voorbeeld hiervan zijn de Industriële gedichten, plastic platen met soms nogal raadselachtige combinaties van woorden en (lees)tekens. Het is Broodthaers' tastbare protest tegen het "nieuwe academisme' van de conceptuele kunstenaars die hun kunst juist terugbrachten tot louter woorden en definities. “Wat men aan andere beeldende kunstenaars verwijt, eis ik voor mijn werk op en ik noem me bij voorkeur een literair kunstenaar”, zei hij in 1970 in een interview in Museumjournaal. De schilder René Magritte die dit verwijt vaak te horen kreeg, was dan ook zijn grote voorbeeld.

Broodthaers maakte zijn entree in de kunstwereld met een stapeltje onverkoopbare exemplaren van zijn laatste dichtbundel Pense-Bête vastgezet in gips. Tussen een van de gedichten in deze bundel, La Moule, en de panelen en pannen met mosselen die Broodthaers in de volgende jaren maakte, bestaat een direct verband. Hij speelt hierin met de woorden la moule (mossel) en le moule (mal, gietvorm):

Cette roublarde a évité le moule de la

societé.

Elle s'est coulée dans le sien propre.

D'autres, ressemblantes, partagent

avec elle l'anti mer.

Elle est parfaite.

(Deze slimmerd heeft de mal van de maatschappij vermeden. Zij heeft zich in haar eigen vorm gegoten. Anderen die op haar lijken, delen met haar de anti zee. Zij is volmaakt.)

Behalve typisch Belgische produkten als mosselen, steenkool en bakstenen verwerkte Broodthaers ook eierschalen. Broodthaers' werk is vaak geestig en dubbelzinnig. Zijn eieren zouden, zo suggereerde hij eens, verwijzen naar het gebruik van ei-tempera: “Ik keer terug naar de materie. Ik herontdek de traditionele schilderkunst van de primitieven. Met eieren.”

Een hoge dunk van de gang van zaken in de kunstwereld had Broodthaers niet; kunst was tot koopwaar gedegradeerd. Het idee dat een simpele handtekening iets in een kunstwerk kan veranderen, obsedeerde hem. Zijn vier houten sokkels met handtekeningen kunst? En hoe zit het als je dia's met signatuur, projecteert op een tekening met handtekeningen? “Ik geloof dat de artistieke creatie berust op een narcissistische impuls,” zei Broodthaers naar aanleiding van het filmpje Une seconde d'éternité dat in Antwerpen draait. “Het handteken van de auteur (schilder, dichter, cineast..) lijkt me het punt te zijn waar het systeem aanvangt van leugens, het systeem dat elke dichter, elke kunstenaar tracht uit te bouwen om zich te beschermen... waartegen precies weet ik niet.”

De literaire impuls - het spelen met taal - is bij Ensor en Broodthaers beiden aanwezig. Maar de vorm die zij eraan geven is verschillend. Bij Ensor is het bijzaak, bij Broodthaers hoofdzaak, de kern van zijn werk. Ook de manier waarop zij protesteerden tegen de gangbare praktijken in de kunst heeft bij nader inzien weinig met elkaar te maken. Het is dus maar een heel dunne draad die beiden verbindt. Maar misschien moet men er ook niet te veel achter zoeken. Wat zou er op tegen zijn als iemand hier eens een mooie dubbeltentoonstelling organiseerde van twee Nederlandse kunstenaars van wereldniveau - Mondriaan en Dibbets?

    • Din Pieters