Michael Cunningham: A Home at the End of the ...

Michael Cunningham: A Home at the End of the World. Penguin, 343 blz. Prijs ƒ27,95. (Bantam ƒ22,45)

William Roberts Owen: De pest in Dolbenmaen. Vert. Marian Lameris. Uitg. Altamira, 261 blz. Prijs ƒ 34,90.

Paul Theroux: Dr. DeMarr. Vert. Tinke Davids. Uitg. De Arbeiderspers, 124 blz. Prijs ƒ 26,90.

A Home at the End of the World van Michael Cunningham is een roman over het Amerikaanse familieleven in 1969 en 19nu, zoals dat ondergaan wordt door twee jeugdvrienden uit Cleveland die allebei als jonge mannen naar New York City trekken. Uiteindelijk beginnen ze ver van het stadsgewoel samen een restaurantje, maar daar gaat een breed uitgesponnen geschiedenis aan vooraf. Jonathan en Bobby delen een turbulente jeugd, een forse hoeveelheid joints, de muziek van Joni Mitchell, Neil Young en Jimi Hendrix, elkaars kleren en liefde, later in NYC een reeds gelouterde vriendin, een baby en de zorg voor een vriend die aan AIDS sterft.

De jeugd van de post-Woodstockgeneratie werd al vaker goed beschreven, net als het verlies van een bewonderde broer én een moeder, en het stuurse vrijen van twee jonge schoolvrienden op de achterbank van een auto. Wat vooral opzien baart is Cunninghams visie op het moderne liefdes- en gezinsleven. Jonathan houdt van Bobby en van Clare maar vrijt met Erich; Bobby en de al wat oudere Clare (40) houden van elkaar én van Jonathan; ze krijgen hun baby als het ware met z'n drieën.

Cunningham weet het panorama van hedendaagse ethische kwesties zo vorm te geven dat het levensecht blijft, en ook zijn personages overtuigen als zeer verschillende en in wezen eenzame figuren. Het draait allemaal om betrokkenheid, maar hij wordt nergens prekerig.

Michael Cunningham: A Home at the End of the World. Penguin, 343 blz. Prijs ƒ27,95. (Bantam ƒ22,45)

MARGOT ENGELEN

In zijn roman De pest in Dolbenmaen maakt William Roberts Owen gebuik van een grote bezetting. Ongetwijfeld meegesleept door het succes van historische romans als De naam van de roos en Het parfum heeft hij zijn boek in 1347 gesitueerd. De Egyptische student Salah Ibn al Khatib krijgt de onwaarschijnlijke opdracht om de Franse koning Philips van Valois te vermoorden, als wraak voor de dood van Salahs grootvader tijdens één van de kruistochten.

Afwisselend met Salahs reis naar Frankrijk wordt het wel en wee van Dolbenmaen, een boerendorp in Wales beschreven. Salah heeft een onzichtbare metgezel: de pestbacil die in de veertiende eeuw zulke verwoestingen aanrichtte in Europa. Wanneer Salah ten slotte in Dolbenmaen aankomt zijn de geruchten over de epidemie op het vasteland al zo sterk geworden dat hij voor de antichrist wordt aangezien.

De reis van Salah biedt de schrijver de mogelijkheid om de felheid van het middeleeuwse leven te laten zien en hij heeft zich niet ingehouden. In De pest in Dolbenmaen wordt deze periode uit de geschiedenis wel heel grimmig beschreven. De natuur is wreed en vijandig, de steden propvol, smerig en stinkend, de mensen dieven, hoeren, oplichters, bedriegers. In zo'n wereld is niemand te vertrouwen. Het nadeel van de historische roman is dat de schrijver zich zo vaak zo enthousiast overgeeft aan het beschrijven van het toneel dat er voor de spelers weinig ruimte overblijft. Van karakterontwikkeling is in De pest in Dolbenmaen amper sprake, en de schaarse probeersels van Roberts in die richting zijn zo lomp dat het de lachlust opwekt. Zo blijkt Salah aan het eind van het boek plotseling over homoseksuele gevoelens te beschikken, iets waar eerder geen enkele aanwijzing voor was en wat er verder ook helemaal niet toe doet. En als de pestepidemie tenslotte is uitgewoed zijn de horigen zo mondig geworden dat ze allemaal voor zichzelf willen beginnen en een pleidooi houden voor het vrije marktmechanisme. Beschaving is misschien niet altijd vooruitgang, maar als je dit boek leest ben je blij dat de veertiende eeuw voorbij is.

William Roberts Owen: De pest in Dolbenmaen. Vert. Marian Lameris. Uitg. Altamira, 261 blz. Prijs ƒ 34,90.

Paul Theroux beperkt zich in Dr. DeMarr eigenlijk tot maar twee figuren: de eeneiige tweeling George en Gerald DeMarr. Zulke tweelingen zijn een bron van fascinatie, misschien omdat hun bestaan zo indruist tegen het idee dat elk mens uniek is. Dat geeft ze ook iets onwerkelijks.

In Dr. DeMarr wordt een tweeling beschreven die aan zichzelf te gronde gaat. De broertjes Gerald en George DeMarr gaan tot hun vijftiende jaar als "de ongedifferentieerde aspecten van een en dezelfde persoon' door het leven. Maar hoewel ze alles samen doen zijn ze van binnen totaal verschillend - tenminste, dat vinden ze zelf. Juist omdat ze zo op elkaar moeten lijken van hun omgeving gaan ze elkaars onvermijdelijke aanwezigheid haten. Toch weten ze dat ze op elkaar aangewezen zijn: samen vormen ze "een complete cultuur, de kleinste maatschappij ter wereld, een natie van twee personen'.

Zodra de omstandigheden het toelaten leiden ze hun eigen leven. Maar wanneer na jaren een stervende George bij Gerald op de stoep staat, veranderd alles. Gerald, die zich altijd een levende dode heeft gevoeld en een eenzaam kwijnend bestaan heeft geleid, neemt na de dood van zijn gehate broer diens leven over en knapt zienderogen op. De dubieuze transacties (drugs!) waar George zich mee heeft ingelaten storen hem niet, hij wordt er alleen maar vrolijker van. Het einde is tragisch maar voor de hand liggend, want zo'n verwisseling kan niet ongestraft blijven.

Dr. DeMarr is een aardig idee dat niet uit de verf is gekomen. Theroux slaagt er niet in om de fatale verstrengeling tussen de broers voelbaar te maken. De haat tussen de broers wordt steeds weer genoemd, maar nergens tastbaar. Geralds ontrafeling van het leven van zijn broer is spannend bedoeld, maar wordt niet meeslepend. Daarvoor blijven de gebeurtenissen en de personen te schetsmatig. Gewapende mafiosi, verslaafde minnaressen: het is allemaal zo luchtig en snel opgeschreven dat de lezer er niet koud of warm van wordt. Ongetwijfeld wil Theroux zeggen dat deze broers veel meer op elkaar lijken dan ze zelf denken, maar dat stond ook in het eerste hoofdstuk.

Paul Theroux: Dr. DeMarr. Vert. Tinke Davids. Uitg. De Arbeiderspers, 124 blz. Prijs ƒ 26,90.

LIESBETH WYTZES