Maastricht staat haaks op socialisme

Morgen briefen Kok en Dankert onder leiding van PvdA-voorzitter Rotttenberg partijleden over "Maastricht'. Onderzoek heeft uitgewezen dat veel Nederlanders heel weinig weten van wat er in Europa allemaal speelt. Dat kan dus een nuttig dagje worden in Amersfoort.

Vooral Kok heeft veel uit te leggen, want het zal niet meevallen in één dag duidelijk te maken dat met zijn "baby' - de Economische en Monetaire Unie (EMU) - niet de democratie en het socialisme voor een belangrijk deel om zeep worden geholpen.

Kok heeft zich vooral ingespannen om de EMU van de grond te krijgen. Over het democratisch gehalte van zijn voorstel zei zijn partijgenoot Metten in het Europese Parlement: “Als de EMU straks een feit is, kunnen er beslissingen worden genomen, die rechtstreeks gevolgen hebben voor de werkgelegenheid, de inkomens, de sociale zekerheid. En niemand heeft daar meer greep op. Dat is toch achterlijk”. Achterlijk is dat zeker, maar om dat in te zien is toch enige uitleg nodig. Bij monetair beleid gaat het om beheersing van de prijsontwikkeling, van de geldhoeveelheid, bepaling van de rentestand, beheersing van inflatie, wisselkoersbeleid, et cetera. Dat monetaire beleid wordt gevoerd in het kader van het algemene economische beleid, gericht op handhaving en uitbreiding van werkgelegenheid, stijging van welvaart, behoud van milieu en nog veel meer. En, dat economisch beleid is weer onderdeel van het algemene beleid, waarin (hopelijk) een flink aandeel zit voor het sociale beleid. Die beleidsterreinen hangen samen en beïnvloeden elkaar wederzijds. Toen het Britse pond nog in het Europees Monetair Stelsel zat, kon de koers van het pond alleen "op hoogte' worden gehouden door akelig hoge rentestanden en gruwelijk hoge werkloosheid, één van de gevolgen van die hoge rentestanden.

Monetair beleid kan dus niet in het luchtledige worden gevoerd en moet ingebed zijn in het totale beleid. En in een normale democratie behoort dat beleid democratisch te kunnen worden gecontroleerd. Bij het monetair beleid is de laatste tijd "prijsstabiliteit' één van de heilige koeien geworden. Het is in ieder geval de heilige koe in de EMU. En die heilige koe wordt verdedigd door een Europese Centrale Bank die de macht krijgt dit "heilig goed' te verdedigen tegen iedereen, ongeacht hoe verder de economische wind waait. De Europese Centrale Bank komt dus boven de politiek te staan; dat is de droom van hoogstwaarschijnlijk alle centrale bankiers. Centrale bankiers gaan dan lijken op rechters, maar rechters hebben niet als primaire taak algemeen beleid vast te stellen, zij moeten geschillen tot een vreedzaam eind brengen en dat is heel wat anders dan het voeren van algemeen monetair beleid.

Zijlstra was en is er goed in te suggeren dat monetair beleid iets is van "deskundigheid en objectiviteit' en Duisenberg is een goede leerling; kalm en geduldig glimlachend moet het gewone volk worden uitgelegd dat geldbeleid eigenlijk boven de gewone politiek moet staan, geen kwestie van "emoties' moet zijn, maar van "gezond verstand'. Dat geld net zo'n schaars goed is als andere dingen en dat het werken met geld ook een kwestie van beleid is, wordt ontkend.

Niemand zal ontkennen dat in het gewone geval prijsstabiliteit grote voordelen kan hebben, maar niet altijd is sprake van het "gewone geval'. En met monetair beleid kan niet alles gebeuren. Men kan de rente-rem wel aanzetten, maar pushen met lage rente werkt niet altijd, zoals blijkt uit wat nu in Amerika gebeurt. Daarom is de huidige trend naar beleidsbepaling door "onafhankelijke deskundigen' zo gevaarlijk en in strijd met democratische beginselen.

Over "het socialisme' kan ik erg kort zijn. Bijna zonder uitzondering zijn deskundigen het er over eens dat in Maastricht gekozen is voor het liberale markt-model. Het is niet toevallig dat het Europese bedrijfsleven zo voor de Europa 1992-operatie was. Daardoor is de thuismarkt Europa gecreëerd. De Europese overheid - in de zin van een democratisch gecontroleerde Europese regering - bestaat eigenlijk niet. Wij hebben daarom nu een Europees markt-model naar ouderwets liberalistische snit, met daarboven niets dat op een democratisch georganiseerde overheid lijkt. Het bedrijfsleven concentreert en vormt een steeds grotere betrekkelijk ongecontroleerde macht. In versterkte mate geldt dit voor het bankwezen, de overheden zakken steeds meer weg: meer markt, minder overheid, dat is de ontwikkeling. Dat "minder overheid' gaat niet over het aantal guldens, want overheden verhullen hun machtsverval met financieel wanbeheer, zoals uit het Italiaanse voorbeeld in het extreme blijkt.

Het gaat over de invloed van mensen die worden geacht niet alleen hun eigen (groeps)belang te vertegenwoordigen, maar ook en vooral meer algemene belangen. Wij koersen met grote snelheid af op een lobby-democratie, waarin ook de overheid zendtijd koopt om "informatie' te geven. "1984' met terugwerkende kracht.

Sociaal-democraten zouden er goed aan doen iets meer dan nu het geval is in de leer te gaan bij mensen als R. Dahrendorf. Een rechtvaardige en een geregelde democratische samenleving is niet gediend met casino-kapitalisme en "onafzetbare expterts'.

De briefing-kaart van Kok is onjuist geadresseerd. Op deze manier is er geen toekomst voor de sociaal-democratie.