Leontief: Meer pijn voor Russen

GRONINGEN, 25 SEPT. “Het zal nog maximaal tien jaar duren voordat het levenspeil in Rusland zich stabiliseert. Het komende decennium zal de pijn voor de Russen alleen maar groter worden, daarna zet de verbetering in. Dat wil niet zeggen dat Rusland de plan-economie dan heeft omgebouwd tot een kapitalistische economie. Daar gaat veel meer tijd inzitten, reken maar decennia.”

De Amerikaanse econoom Wassily Leontief (86), die in 1973 de Nobelprijs ontving voor zijn beroemd geworden input-output-analyse (die de complexe verbanden beschrijft tussen verschillende sectoren van een economisch systeem en op basis waarvan een economische planning kan worden gemaakt), is nog altijd zeer betrokken bij het wel en wee van zijn geboorteland, dat hij in 1931 verliet. Hij komt er regelmatig om overheidsinstanties van advies te dienen. In zijn geboortestad Sint Petersburg werd vorig jaar het Internationale Leontief Instituut voor sociaal economische studies opgericht. Gisteren opende de bejaarde wetenschapper het congres van de European Association for Comparative Economic Studies, dat tot en met zaterdag in Groningen wordt gehouden.

Leontief ziet weinig heil in het toepassen van een shock-therapie om Rusland economisch uit het slop te trekken. “Zo'n transformatie gaat niet op commando, daarvoor is er te veel aan de hand. Niet alleen de economie moet worden hervormd, maar de hele samenleving. In Rusland is een volledige afbraak van een maatschappij aan de gang, die hopelijk zal leiden tot een nieuw tijdperk. Alle veranderingen - sociaal, economisch en politiek - grijpen in elkaar, je kunt ze niet los zien.”

Het grote nadeel van een shock-therapie is, legt Leontief uit, dat je alles in één keer met de grond gelijk maakt en daarna niets meer over hebt, behalve miljoenen werklozen die een reëel gevaar opleveren voor een wankele democratie. “Rusland heeft eenvoudigweg niet de capaciteit om helemaal opnieuw te beginnen. Er is geen geld, er zijn geen mensen die op de juiste wijze bedrijven kunnen runnen. Je zult het moeten doen met de middelen die je hebt. Geen shock-therapie dus, maar een gefaseerde aanpassing van de economie.”

Een langzame omvorming van de economie vergt veel inspanning, erkent Leontief. “Ten eerste is er nogal wat verzet onder de bevolking tegen privatiseringen. Mensen zijn bang voor hun baan, voor nieuwe onzekerheden. Maar het belangrijkste is dat mensen van alles moeten leren. Bijvoorbeeld dat vrij ondernemerschap niet hetzelfde is als speculeren, snel geld maken en er vandoor gaan.” Als voorbeeld van aanpassingsmoeilijkheden noemt hij de fabriek in Sint Petersburg die sinds jaar en dag tanks produceerde. Toen die niet meer nodig waren, schakelde het bedrijf over op tractoren. Leontief: “De fabriek raakte die echter aan de straatstenen niet kwijt, want die tractoren hadden de afmetingen van een tank. Men moest nog leren dat tractoren een stuk kleiner moeten zijn.”

Dat een land als Polen veel meer succes heeft bij de omvorming van de centraal geleide economie in een vrije-markteconomie verklaart Leontief uit het feit dat de Poolse economie op veel minder grote schaal was genationaliseerd. De landbouw bijvoorbeeld, zegt Leontief, is altijd in particuliere handen gebleven. “De overgang in Polen naar een kapitalistisch stelsel gaat dus veel makkelijker en je ziet sneller resultaat, met alle positieve gevolgen vandien voor het aantrekken van buitenlandse investeerders.”

Hij betreurt het dat de schaarse buitenlandse investeerders die naar Rusland komen zich vrijwel uitsluitend richten op kleine bedrijven. “Dat betekent dat de regering enorm veel geld moet steken in de grote inefficiente staatsbedrijven die tot hun nek in de schulden zitten.”

Een uitzondering ziet hij in de Russische olie-industrie, die zich mag verheugen in snel groeiende belangstelling uit het buitenland. Niet verwonderlijk, volgens Leontief: “Ooit was de Sovjet-Unie de belangrijkste olie-producent ter wereld en ik voorzie dat het land die positie, mits het hulp krijgt van buitenaf, opnieuw kan verwerven.” De lage lonen spelen een belangrijke rol bij de goede concurrentiepositie voor de Russische olie-industrie. Leontief: “Het is van belang dat de vakbonden zich de komende jaren tevreden stellen met dat salarisniveau om de oliesector de kans te geven op te bloeien.”

Een belangrijk vraagstuk waarvoor een oplossing gevonden zal moeten worden, volgens Leontief, is de verhouding tussen overheid en bedrijfsleven. Die dominerende overheid was de belangrijkste oorzaak van het ineenstorten van de planeconomie, meent de econoom. “Het communistische bewind drukte elk persoonlijk initiatief de kop in. Dat gaat altijd een keer fout, want individueel profijt draagt nu eenmaal bij aan de welvaart van een hele maatschappij. Dat verbod op eigen initiatief ondermijnde de economie. En dan kun je investeren wat je wilt, de produktie gaat omlaag.”

Toch vindt Leontief niet dat de overheid de handen moet aftrekken van het bedrijfsleven als de markteconomie in Rusland eenmaal een feit is. Een economie kan niet zonder sturing, meent hij en verwijst voor een voorbeeld naar de chaos op de financiele markten in Europa. “Alleen Duitsland, Frankrijk en Nederland hebben de zaak goed in de hand gehouden, de rest krijgt nu de rekening thuis.” Hij maakt een vergelijking met een zeiljacht: “Wind alleen is niet genoeg. Als je boot lekker hard gaat, kun je geen borrel gaan drinken. Want als je niet stuurt, kun je nog zo hard gaan, dan loop je toch snel op de klippen.”