Katharsis in Brazilië; Schandaal Collor dringt corruptie in de samenleving terug

RIO DE JANEIRO, 25 SEPT. Over Rio's brede Avenida Atlántica, langs het strand van Copacabana en nagestaard door zonnefetisjisten in eindeloze variaties op het miniscule badpak, rijdt een kleine bestelauto met een gigantische zwaaiende hand op de achtersteven gemonteerd. "Adeus Collor', vaarwel Collor, luidt de nog iets te voorbarige tekst op de hand. De zijkant van het voertuig gaat nog een stapje verder en richt zich tot gouverneur Leonel Brizola van de staat Rio de Janeiro: "Eerst Collor, dan Brizola'.

Brazilië is in de ban van de naderende impeachment-procedure tegen president Fernando Collor de Mello, die verdacht wordt van corruptie, maar hoopt tegelijkertijd dat de zuivering verder gaat dan alleen het topje van de staatsrechtelijke ijsberg. “Het moet een algemene katharsis worden”, zegt zakenman Paulo Castro in São Paulo, “ik hoop dat ze niet zullen stoppen bij Collor.” Temidden van een politieke crisis die in binnen- en buitenland het corrupte imago van Brazilië bevestigt als nooit tevoren, ontstaat nu hoop op een einde aan de praktijken, waarvan duidelijk wordt dat ze geen folklore zijn, maar de samenleving als een kankergezwel aantasten.

En als een volledig einde aan de corruptie ondanks de huidige euforie misschien nog een beetje teveel gevraagd is, dan toch ten minste een drastische beperking ervan. “Deze crisis heeft positieve kanten”, stelt directeur-secretaris H. Mulder van de Nederlands-Braziliaanse Kamer van Koophandel in São Paulo. Hij noemt als voorbeeld de aanbesteding van baggerwerken in de nieuwe haven van Suape, zo'n 180 kilometer ten zuiden van de noordoostelijke stad Recife. Uiteraard gaat de belangstelling van Nederlandse baggeraars uit naar zo'n klus. Was vóór het uitbreken van Collorgate de procedure nog ouderwets-corrupt met een vast inschrijvingsbedrag van 102 miljoen dollar, waarvan naar schatting eenderde voor steekpenningen, sinds de golf van nieuwe zuiverheid over het land spoelt is besloten tot vrije inschrijving en eerlijke kansen voor alle bieders op deze tender. “Men is bang en voorzichtig geworden”, zegt Mulder.

De "nieuwe onkreukbaarheid' moet het hebben van een vrije pers en dedemonstraties, waaraan vooral jongeren deelnemen. Kranten als de Folha de Sao Paulo en Jornal do Brasil, de televisiestations Bandeirante en Manchete en zelfs het tot voor kort op Collor georiënteerde Globo-concern, maar vooral de weekbladen Veja en Isto E brengen al maandenlang de ene na de andere onthulling in het uitdijende Collor-schandaal.

“De pers heeft zijn eigenlijke rol in deze samenleving herondekt. Tot voor kort was die rol nihil”, meent de 95-jarige deken van de Braziliaanse journalistiek, Barbosa Lima Sobrinho. Als voorzitter van de Braziliaanse Persassociatie diende hij samen met zijn collega van de orde van advocaten de formele aanklachten tegen Collor in bij het Huis van Afgevaardigden. En over de protestoptochten: “Het zijn de jongeren met hun demonstraties op straat, met hun groen-zwart geschilderde gezichten die hebben aangetoond dat dit land een diepgevoeld patriottisme kent, dat verder gaat dan dat van vele volwassenen en ouderen”.

“De mensen hebben nu gezien dat ze effectief de corruptie aan de kaak kunnen stellen”, zegt zakenman Castro in São Paulo. “Vroeger was een corrupte ambtenaar goed voor twee weken krantekoppen en vervolgens werd hij overgeplaatst naar een ander departement.” En Mulder: “Wie nu met zijn vingers in de koekjestrommel zit, loopt het risico dat z'n hele arm wordt afgerukt.” Dat heeft, zo stellen velen, nu al geleid tot een vermindering van de corruptie. De beruchte jeitinho, zoals het stelsel van smeergelden en steekpenningen hier wordt genoemd, is, in elk geval op hoger niveau, tijdelijk uitgeschakeld.

Maar de nieuwe zuiverheid van Brazilië is, vooral onder politici, voor een groot deel opportunisme. Verreweg de meesten van de politici die zich nu prominent opstellen in de pro-impeachmentbeweging hebben zelf grote hoeveelheden boter op het hoofd. Bijvoorbeeld gouverneur Leonel Brizola van Rio de Janeiro, tevens de leider van de oppositionele PDT wiens deelneming in de demonstraties de demonstranten verdeelt. Brizola op zijn beurt verwijst naar de leider van de grootste partij in Brazilië, de PMDB, Orestes Quércia, die schatrijk is geworden tijdens zijn gouverneurschap van de staat São Paulo. Of oud-president José Sarney, nu senator van de kleine Amazone-staat Amapá, waar hij grote stukken land zou bezitten.

Iedere Braziliaan heeft wel verhalen over corrupte ambtenaren en politici, hoewel het waarheidsgehalte vaak in geen verhouding staat tot de gretigheid waarmee de politieke roddels de wereld worden ingestuurd. Geen enkele partij lijkt er aan te ontkomen. Inclusief de socialistische PT van Collors tegenstander bij de verkiezingen van 1989, José Inacio "Lula' da Silva. Inwoners van São Paulo klagen dat de burgemeester van hun stad, de voormalige sociaal werkster en strijdbare PT-socialist Luiza Erundina, na twee jaar eerste-burgerschap nu de eigenaresse is van zo'n zestig panden in São Paulo dankzij een mooie deal bij de door Shell gefinancierde renovatie van het Interlagos Formule 1-circuit. Shell ontkent dat overigens.

“Brazilië zal niet langer een model voor corruptie zijn”, voorspelde Bolivar Lamounier van het Instituut voor Economische, Sociale en Politieke Studies in Sao Paulo onlangs in het weekblad Time. Dat lijkt nog wat voorbarig. Itamar Franco, de vice-president die alom wordt geroemd als een van de weinige niet-corrupte politici, moet nog steeds antechambreren. De eigenlijke impeachmentprocedure moet nog beginnen, Collor is nog niet weg, evenmin als de andere betrokkenen en hun eveneens corrupte opponenten. De crisis is nog lang niet voorbij. “Maar na een of twee maanden Collorgate en een verlamde regering ontdekten we dat de dingen eigenlijk prima lopen zonder regering”, constateert zakenman Castro, en voegt er aan toe: “Dat is eigenlijk heel erg beangstigend”.