Jean Pierre Rawie

In zijn recensie van de jongste dichtbundel van Jean Pierre Rawie, Onmogelijk geluk, in het CS van 11 september raakt Guus Middag aan een interessant punt wanneer hij stelt dat voor een bepaald soort van Rawie's gedichten hardop lezen funest blijkt: "dan wordt een vervelende dreun hoorbaar en treedt ook de rijmelarijkant meer op de voorgrond'.

Als redacteur van het met onregelmatige tussenpozen verschijnende literaire leesblad "De Nieuwe Clercke' (Groningen, 1975-1977), en in die functie collega van Rawie, frappeerde mij destijds al de voor de hand liggende mogelijkheid diens poëzie op muziek te zetten en daarmee "los te zingen' van wat Guus Middag "zijn routine' noemt. Dit geldt ook voor de nieuwste gedichten. Wat uw recensent bij hardop lezen als een vervelende dreun ervaart, zou zich naar mijn stellige overtuiging bij hardop zingen binnen een evenwaardige muzikale omlijsting kunnen bevestigen als "lyrics' van hoog niveau.

Wie bijvoorbeeld de in de recensie als illustratief (voor de dreun) aangehaalde "Holstiaanse' strofe: "Maar niets van wat met goddelijk geduld / op het bestaan bevochten werd hield stand / in alle jaren die mij zijn ontvlogen' hardop inpast binnen de melodielijn van "Why do I use, my paper ink and pen' (1588) van de Engelse renaissancecomponist William Byrd (op een gedicht! van Henry Walpole uit 1581) of bijvoorbeeld "Don't Think Twice, It's All Right' van Bob Dylan, zal begrijpen waar ik op doel.

Helaas ben ik zelf niet overdreven muzikaal en was tot voor kort niemand anders op het idee gekomen, maar in de leemte wordt nu voorzien door de Amsterdamse musicus Willem Brink die bezig is het werk van Rawie op muziek te zetten. Brink kent het werk pas sinds kort en zegt verbijsterd te zijn door de klankrijkdom en metrische kracht die als vanzelf vanuit de gedichten naar zijn muziek wordt overgebracht. In een van de komende maanden zullen de Rawie/Brink-liederen op compact disc verschijnen.