Introdans opent seizoen met werken van Mirjam Diedrich en Philip Taylor; Ieder draagt een verleden met zich mee

Gezelschap: Introdans. Werken: Yust two people; choreografie, toneelbeeld en kostuums: Mirjam Diedrich; muziek: Ceith Jarrett. Beginnings; choreografie: Philip Taylor; muziek: John Adams; decor en kostuums: Andrea Blotkamp. Gezien: 24/9 Stadsschouwburg, Nijmegen. T/m 18/12 tournee.

Het programma waarmee Introdans zijn seizoen opent en tot half december door het land reist, bevat naast Gian Franco Paoluzi's fraailijnige mannentrio Elysios (1991) en Ed Wubbes uit 1988 stammende, messcherp en exact gedanste robotachtige high-tech-ballet Schlager twee nieuwe voor Introdans gemaakte werken: Yust two people en Beginnings van respectievelijk Mirjam Diedrich en Philip Taylor.

Het duet Yust two people is Diedrichs tweede choreografie en toont evenals haar eersteling Unidentified light dat deze markante danseres van Introdans op een ongeforceerde, harmonieuze manier met beweging omgaat en dat de muziek die zij kiest in hoge mate de stemming, doorgaande lijn en accenten bepaalt. Diedrich heeft zich in haar carrière geprofileerd als een danseres met een sterke affiniteit voor de dramatische en theatrale elementen in de dans en het ligt dan ook voor de hand dat haar choreografieën niet uitgaan van louter op vorm en structuur gebaseerde principes. Yust two people wil dan ook meer zijn dan een serie mooie pasjes. Het uitgangspunt is de toevallige, vluchtige ontmoeting tussen een man en een vrouw. Latere, min of meer toevallige ontmoetingen monden tenslotte uit in een heftig gepassioneerd, erotisch treffen. Erg verrassend of eigenzinnig heeft Diedrich dit thema niet vorm gegeven. Het duet doet een beetje aan als een gekweld romantische episode in een soap-serie, ook door het toneelbeeld (twee lantarenpalen) en de fantasieloze aankleding (een onflatteuze soepjurk voor de vrouw, jeans en een t-shirt voor de man) en de vaak wat kwijnende gebaren. Wel goed getroffen is de aanvankelijk onbeholpen schuchterheid waarmee de twee elkaar benaderen en een sterk punt is ook de dansante kwaliteit van de bewegingen. Bovendien zijn Charlotte Besijn en Frank Holstein overtuigende vertolkers.

Intrigerender, hoewel ook niet echt imponerend, was Philip Taylors Beginnings. Covers spelen in dit groepswerk, begeleid door de vaak opzwepende muziek van John Adams, een prominente rol. Ze symboliseren, zo lijkt het, het verleden dat ieder met zich meedraagt als hij aan het begin of het einde van een levensperiode staat. De begrippen begin en eind ziet Taylor als inwisselbaar: ieder einde kan een nieuw begin zijn, ieder begin het einde van wat voorafging. Vandaar dat zijn ballet in de constructie geen duidelijk start- en eindpunt kent. Van de tien medewerkers functioneert één man (Roel Voorintholt) apart van de anderen. De reden daarvoor blijft onduidelijk, zoals eigenlijk het hele thema onduidelijk blijft. Soms beweegt de groep unisono, in korte, scherp gemarkeerde frases en poses. Soms zijn er korte solofragmenten met een veelal nerveus karakter. En er is een vage aanduiding dat één koppel samen hoort of hoorde. Tot definitieve, vast omlijnde karaktertekeningen komt Taylor niet en de groepsdelen zijn te veel opgebouwd uit door één persoon ingezette bewegingen die dan door alle anderen beurtelings herhaald worden om te blijven boeien. Taylor creëert wel een consequent volgehouden raadselachtige sfeer en hij zet groepen en personen zodanig in de ruimte dat er constant fraaie beelden ontstaan. Het weinig gevarieerde bewegingsmateriaal is helder, trefzeker en voorzien van gedetailleerde accenten. De dansers voerden het werk goed en gedreven uit met Charlotte Besijn, Tony Vandecasteele en Jens van Daele als extra opvallers.