Hongaren betogen tegen opleving van nationalisme

BOEDAPEST, 25 SEPT. Tienduizenden Hongaren hebben gisteren in het centrum van Boedapest gedemonstreerd tegen het oplevende nationalisme. Het was de grootste demonstratie in Hongarije sinds de val van het socialisme in 1989.

Naar schatting vijftigduizend mensen liepen met kaarsen en bloemen achter een groot spandoek met de tekst "Democratie zonder angst' door het centrum van de Hongaarse hoodstad naar het plein voor het parlementsgebouw. De betoging was georganiseerd door een burgerrechtenbeweging, Democratisch Handvest, met de bedoeling aan te tonen dat velen het oneens zijn met het groeiende nationalisme, de xenofobie en het anti-semitisme in de Hongaarse samenleving, vooral in de politiek. De schrijver György Konrád veroordeelde in een toespraak de haat tegen “joden, zigeuners en communisten”. In andere toespraken werd er bij premier József Antall op aangedrongen de democratie boven de politiek te plaatsen en duidelijk afstand te nemen tot extremistische nationalisten, die, volgens de sprekers, steeds meer invloed krijgen binnen de belangrijkste regeringspartij, het Hongaars Democratisch Forum (MDF).

Antall heeft onlangs naar aanleiding van de publikatie van een recent geschrift van een van de meest prominente leiders van het MDF, Csurka, waarin zeer extreme standpunten werden aangenomenen, zijn loyaliteit aan de democratische beginselen onderstreept. Maar volgens velen in Hongarije heeft hij niet duidelijk genoeg afstand genomen tot de denkbeelden van Csurka.

De mars van gisteren had ook ten doel solidariteit te betuigen met de Hongaarse president Göncz in diens al maanden durende conflict met Antall over het door Antall gewenste ontslag van de directeuren van de nationale radio en televisie. Antall wil beide functionarissen vervangen door aanhangers van de MDF; Göncz weigert de twee te ontslaan met het argument dat dit schadelijk zou zijn voor de democratie en in strijd met de vrijheid van meningsuiting. (Reuter)